Paard en ruiter

Dromen van wilde ritten over de steppe... op een namaakpaard

Net als veel jonge meisjes droomde ik van paarden. Het bleef bij dromen, tot ik, inmiddels volwassen, op mijn eerste grote reis eindelijk op een paard zat, uitgerekend in een afgelegen vallei in de Andes. De lol was er snel af: een van de paarden schrok van een hond, steigerde en sloeg op hol. Mijn paard raakte ook in paniek. Ik had geen idee hoe te reageren en was volledig overgeleverd aan de grillen van het dier. Toen wist ik: een ruiter zal ik nooit worden.

Was ik duizend jaar eerder geboren als nomadendochter op de steppes van Mongolië - ontdek ik in het Amsterdamse Allard Pierson museum - dan had ik waarschijnlijk eerder leren paardrijden dan lopen. Voor het Mongoolse Rijk (600-1400 na Chr.), zo vertelt de tentoonstelling 'Paard&ruiter', was het paard van onschatbare waarde. De veroveraar Djenghis Khan en zijn opvolgers hadden hun macht volledig te danken aan hun relatie met het paard. Door de uitvinding van de stijgbeugel hadden krijgers op hun strijdros de handen vrij om te kunnen schieten met pijl en boog. Zo veroverden de Mongolen het grootste wereldrijk ooit, dat op het hoogtepunt in 1279 het huidige China, Mongolië, een groot deel van Rusland en Oost-Europa bestreek.

Was ik in het oude Griekenland (1300-300 voor Chr.) geboren, dan was het paard vooral een statussymbool. Het berijden ervan zou voor mij - gezien mijn gebrek aan talent - wat lastig zijn geweest, omdat de oude Grieken geen zadels of stijgbeugels kenden. Als mijn familie belangrijk genoeg was, zou ik met een paardenwagen naar mijn huwelijksceremonie worden gereden. Was mijn echtgenoot een krijger, dan gebruikte hij in de oorlog zijn paard waarschijnlijk alleen als vervoermiddel om het slagveld te bereiken. De strijd zou hij te voet of op zee hebben uitgevochten; zonder zadel en stijgbeugels was het paard voor de Grieken als strijdmakker niet erg bruikbaar.

In de dubbeltentoonstelling 'Paard & Ruiter. Van Homerus tot Djenghis Khan' zijn paard en ruiter de bindende factor tussen deze historisch en geografisch ver van elkaar verwijderde rijken. Het Griekse gedeelte toont vondsten uit de eigen collectie van het museum. Voor het Mongoolse gedeelte - dat mij het meest aanspreekt - heeft het Allard Pierson samengewerkt met archeologen uit Duitsland en Mongolië. Naast archeologische vondsten is er een Mongoolse yurt te zien, een verplaatsbaar nomadenhuis met oranje versierde spijlen en een warm dak van wol. Het moderne nomadenleven wordt zichtbaar in het werk van de Nederlandse fotograaf Jeroen Toirkens.

Over de nomaden van duizend jaar geleden wordt steeds meer bekend. Sinds 2004 zijn archeologen in het Mongoolse hooggebergte actief op zoek naar rotsspleetgraven. Dat zijn laatste rustplaatsen voor één of twee personen, in nissen, grotten of spleten op voor de nomaden heilige plekken. Beschut tegen wind, zon, sneeuw en regen, moeilijk te bereiken op hoogten tussen 1800 en 3000 meter zijn die graven de ideale koelcel voor archeologische vondsten.

Ruiters die belangrijk genoeg waren voor een erebegrafenis in de rotsen kregen allerlei grafgiften mee, voor in een volgend leven. Archeologen leren daarvan meer over de steppekrijgers die vanaf ongeveer 600 na Chr. het Mongoolse Rijk te paard uitbreidden.

De 'Dode uit Zjargalant', een man die in de zevende of achtste eeuw leefde, kreeg in zijn graf een houten zadel, een benen zadelgesp en twee ijzeren stijgbeugels mee. Met zijn M-vormige handboog, vakkundig gemaakt van kersenhout, berkenschors, hoorn en pees, kon hij vermoedelijk ruim vijfhonderd meter ver schieten. Zelfs de adelaarsveren van de bijbehorende pijlen zijn deels bewaard gebleven. Het is de oudst bekende ruiter. Zijn vingerbotjes zijn vervormd, waarschijnlijk door het vasthouden van teugels.

Dat was nog eens een ruiter. Gelukkig mag een gemankeerd paardenmeisje in het Allard Pierson Museum ook nog even dromen van wilde ritten over de steppe. Met kleurige, gevoerde laarzen aan kan ik me met behulp van stijgbeugels in een traditioneel Mongools zadel hijsen. Deze keer kan er weinig misgaan: van een onverwacht geluid schrikt een namaakpaard niet.

De dubbeltentoonstelling 'Paard & Ruiter - Van Homerus tot Djenghis Khan' is nog t/m 4 november te zien in het Allard Pierson Museum, het archeologisch museum van de Universiteit van Amsterdam aan de Oude Turfmarkt 127. Openingstijden: dinsdag t/m vrijdag tussen 10 en 17 uur, zaterdag, zon- en feestdagen tussen 13 en 17 uur, maandag gesloten. Meer informatie: 020 - 52 52 556 en allardpiersonmuseum.nl

Mongoolse herders steken een beek over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden