Overtuigend recitaldebuut van Soebdin

Jevgeni Soebdin, Concertgebouw Amsterdam, 7/11

Christo Lelie

Tussen de jonge Russische pianovirtuozen op de internationale concertpodia, neemt Jevgeni Soebdin een aparte plaats in. Zoals hij zondag in de serie Meesterpianisten van het Concertgebouw debuteerde, bleek de dertigjarige pianist minstens zo virtuoos als de beroemdste van zijn collega’s. Zijn speelwijze was echter allerminst ’Russisch’. Hij heeft een slanke, poëtische manier van musiceren die eerder West-Europees dan Russisch aandoet, zelfs als hij Rachmaninov of Skrjabin speelt.

Soebdins biografie verklaart dit: hij kreeg zijn basisopleiding in Sint-Petersburg, maar zijn vakopleiding genoot hij vanaf zijn dertiende in Berlijn en Londen. Hij lijkt het goede van beide scholen te verenigen.

Soebdin viel bijzonder in de smaak bij het Amsterdamse publiek, getuige de ovatie na zijn slotstuk, de negende Sonate van Skrjabin.

Dat is opmerkelijk want deze ’Messe noire’ is met zijn dissonanten niet bepaald publieksvriendelijk. Soebdin speelde dit werk transparant maar tegelijk met demonie. Even overtuigend had hij twee Mazurka’s van Skrjabin gespeeld, plus vier Preludes van Sjostakowitsj, die hij licht, geestig en geraffineerd deed klinken. Rachmaninov, van wie Soebdin vier Preludes speelde, werd ontdaan van het valse pathos dat veel pianisten aan zijn muziek geven. Soebdins Rachmaninov deed denken aan het aristocratische pianospel van de componist zelf. Dat hij zich technisch met deze grootmeester kan meten, demonstreerde hij in zijn eerste toegift: een eigen bewerking van het lied ’Spring waters’ van Rachmaninov.

Soebdin had in dit recital enige tijd nodig om te overtuigen. Met de twee als opwarmertje gespeelde en overvloedig van pedaal voorziene Scarlatti-sonates kon hij mij weinig bekoren.

Ook in de eerste twee ’Petrarca-sonnetten’ van Liszt was hij nog teleurstellend, vooral waar het ging om het zangerig spelen van de melodielijnen. In het derde Petrarca-sonnet brak opeens de zon door. Schitterend was het perspectief dat hij in de muziek bracht, met name door subtiliteiten in de linkerhand.

Van grote klasse was zijn gave, op-en-top Franse uitvoering van Ravels ’Gaspard de la nuit’, waarin vooral ’Scarbo’, pianistisch zeer geraffineerd en uitermate spannend was.

Naast zijn eigen Rachmaninovtranscriptie speelde Soebdin als tweede toegift dezelfde sonate van Scarlatti waarmee hij zijn optreden was begonnen, nu nog sneller en spectaculairder, maar nog minder stijlzuiver. Jammer, maar afbreuk aan de verder zo schitterende avond kon dit niet meer doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden