Oversten, zet deur wijd open voor slachtoffers

Vrouwelijke religieuzen die kinderen mishandelden zijn zelf gemangeld in een opleidingssysteem dat hen vernederde

ANKE BISSCHOPS en PASTORAAL PSYCHOLOOG THEOLOGISCHE FACULTEIT VAN DE UNIVERSITEIT VAN TILBURG

Vrouwelijke religieuzen deden vroeger in Nederland veel goed in zorg en onderwijs. Maar een aantal van hen deed veel kwaad. Sommigen straften de aan hen toevertrouwde kinderen soms extreem wreed en onderwierpen hen aan een regime van pijniging en vernedering (de Verdieping, 13 maart).

Waarschijnlijk betrof het hier toch vooral verknipte vrouwen - verknipt en gemangeld in een religieus opleidingssysteem dat hen vernederde, knechtte en hun algemeen menselijke behoefte aan waardering, erkenning en nabijheid negeerde, teneinde zo hun wil te breken. Aldus beoogde men gehoorzame, kuise en onthechte novicen op te leiden. Deze grote nadruk op onthechting, nederigheid en versterving leidde er bijvoorbeeld toe dat religieuzen zich niet mochten hechten aan de kinderen. Ook maakte het dat deze vrouwen niet het werk kregen dat ze graag deden, maar juist werk dat hen tegenstond.

Deels weerspiegelde de hardvochtige pedagogische aanpak in de rooms-katholieke internaten en weeshuizen de opvoedingsstrategieën van die tijd. Op openbare scholen kregen kinderen eveneens lijfstraffen en werden ze ook regelmatig vernederd en gekleineerd. Het idee was dat kinderen met harde hand in het gareel gehouden moesten worden. Kinderen moesten daar maar tegen kunnen.

Inzicht in wat dergelijke ervaringen en trauma's voor hun latere leven betekenden, ontbrak in de samenleving. Praat ik hiermee goed wat deze vrouwelijke religieuzen deden? Integendeel, zij hadden hun eigen frustraties, eenzaamheid en ellende nooit, onder geen enkele omstandigheid, mogen afreageren op weerloze kinderen. Dat staat buiten kijf. Maar hoe nu verder?

De inmiddels volwassen geworden slachtoffers worden tegenwoordig in kerk en samenleving toenemend serieus genomen, al loopt de kerk hier nog steeds niet voorop. Gevraagd naar een reactie op de verhalen in Trouw verwijzen de religieuzen naar formele procedures en naar de Konferentie Nederlandse Religieuzen, conform het dringende advies van de KNR zelf. Het is de vraag of dit een goed advies is.

De omgang met slachtoffers heeft voor vertegenwoordigers van de kerk een juridische en een pastorale of menselijke kant. We zien in het meldpunt van de rk kerk een combinatie van beide benaderingen: deels een juridisch format, deels niet. Daarnaast zijn er congregaties als de Salesianen, de Broeders van Liefde en de Broeders van Maastricht, die toch vooral de menselijke benadering kozen en een succesvolle route van herstelbemiddeling - een combinatie van emotionele genoegdoening en financiële compensatie - met groepen slachtoffers bewandelden.

Het valt dan ook te hopen dat de oversten van de vrouwelijke congregaties de moed hebben hun hart te volgen en de deuren open te zetten voor de slachtoffers. Op de allereerste plaats door naar hen te luisteren, met hen mee te leven, te erkennen wat er is gebeurd, spijt te betonen en excuses te maken. Dat kan door in gesprek te gaan met individuele slachtoffers, maar ook met groepen slachtoffers. Het afgelopen jaar maakte ik regelmatig de emoties en de opluchting van slachtoffers mee, hoe er een last van hun schouders afviel, toen ze eindelijk erkenning kregen voor wat hen was aangedaan. En op de tweede plaats wordt slachtoffers recht gedaan door een financiële genoegdoening.

Anke Bisschops begeleidde op verzoek van commissievoorzitter Wim Deetman religieuze oversten in hun omgang met slachtoffers.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden