Overstap maken naar flexibeler arbeid kost IG Metall grote moeite

BERLIJN - Het eind van het arbeidsconflict in de Duitse metaalindustrie lijkt in zicht, nu vast staat dat de strijdende partijen maandag in München aan de onderhandelingstafel terugkeren.

WIM BOEVINK

Zo'n voorspelling heeft natuurlijk iets voorbarigs: voorafgaand aan de sinds een week uitgebroken stakingen in Beieren zijn al vierendertig onderhandelingsrondes gevoerd zonder ook maar een enkel resultaat. Maar bij de ronde van maandag zijn de wederzijdse belangen eigenlijk te groot geworden om een mislukking nog te kunnen aanvaarden.

Als maandag de vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers, de IG Metall en Gesamtmetall, weer tegenover elkaar zitten zijn in Beieren 33 bedrijven (35 000 werknemers) nog in staking; als twee dagen later, op woensdag 8 maart, nog geen resultaten zijn geboekt dan zouden de werkgevers naar het uiterste wapen van de loonopschortingen kunnen grijpen. Mocht het zo ver komen, dan zal de IG Metall niet aarzelen in heel Duitsland tot stakingen op te roepen. Om kort te gaan: er staat een zeer grote druk op de onderhandelingen van maandag.

En die druk was kennelijk nodig. Want alleen onder deze omstandigheden kunnen beide kampen een compromis aan hun leden verkopen. Zo'n compromis zou kunnen uitkomen op een loonsverhoging van 3 á 4 procent (de IG Metall eist 6) en tegelijkertijd een aanzet tot verlaging van de loonkosten (waaraan de Gesamtmetall wenst vast te houden). Als alles meezit, kan iedereen woensdag weer overgaan tot de orde van de dag - tot het rituele CAO-conflict van volgend jaar.

Toch verraden de moeizame onderhandelingen van dit jaar dat er in Duitsland meer aan de hand is dan het gebruikelijke pokerspel om procenten. Uiterlijk leek de jaarlijkse dans om de nieuwe CAO niet meer dan een verplicht nummer: na twee jaar matiging in de loonafspraken vond de IG Metall het tijd worden weer eens haar leden te demonstreren dat ze nog een ouderwets-stevige looneis kan stellen. Zes procent luidde die, want juist in de metaalsector waren na de magere recessiejaren de orderportefeuilles weer voller dan ooit. De grootste vakbond ter wereld (drie miljoen leden) zag zich echter ook genoodzaakt enige profielscherpte te tonen, want sinds enige jaren dreigt de machtsbasis van de bond te eroderen. De tijden veranderen.

Dat is niet alleen vast te stellen aan de hand van het rap teruglopende ledental van de bond. Over de hele Duitse vakvereniging gerekend zegden sinds 1991 twee miljoen werknemers hun lidmaatschap op; van die opzeggingen kwam bijna een half miljoen voor rekening van de IG Metall. Zo'n terugloop is voor een deel terug te voeren op het verdwijnen van arbeidsplaatsen (in de Westduitse metaal 800 000 in de afgelopen drie jaar) - op het oog 'slechts' een conjuncturele oorzaak. Maar de bonden kampen ook met een structureel probleem.

Decennia lang konden in het na-oorlogse (West)-Duitsland de bonden floreren dankzij een gematigd, vooral op een consensus met het management gericht loonbeleid. Tot diep in de jaren tachtig werd het stakingswapen alleen in uitzonderlijke gevallen gebruikt. Bij Duitse stakingen in 1985 bijvoorbeeld waren 90 000 arbeiders betrokken en gingen 35 000 werkdagen verloren. Dat is ongehoord bescheiden vergeleken bij Groot-Brittannië met 6,4 miljoen verloren werkdagen, Italië met 3,8 miljoen of Frankrijk met 727 000. De Duitse bonden waren ook nooit zo behept met een traditioneel klasse-denken: het kapitalisme diende niet bestreden te worden, maar hooguit socialer vorm gegeven. Uiterlijk is een Duitse vakbondsleider ook nauwelijks te onderscheiden van een manager van een groot bedrijf. Franz Steinkühler, de vroeger ongelooflijk populaire IG Metall-voorzitter, struikelde in 1993 nog omdat hij met voorkennis handelde in Mercedes-aandelen.

In feite zijn de bonden zelf tot grote bedrijven uitgegroeid: reusachtige service-instituten zijn het die eigen kredietkaarten uitgeven, reizen en consumentenadvies aanbieden en actief zijn in de woningbouw. Dat alles kon gedijen in een land met een gedetailleerde arbeidswetgeving, waarin de elke sociale partner een precies afgemeten positie werd toebedeeld. Zo loopt de beslissing om te staken volgens een strak voorgeschreven schema. Maar in de zich snel veranderende globale economie functioneert de strakke regelgeving in Duitsland toenemend als een korset dat innovatie blokkeert.

Die onbeweeglijkheid speelt niet alleen de leiding van bedrijven maar ook de bonden parten. Zo dringt zich langzaam aan de vraag op of landelijke en algemeen geldende CAO-afspraken wel het geschikte middel zijn om aan specifieke van bedrijfstak tot bedrijfstak verschillende behoeften te voldoen. Dit geldt overigens ook voor de werkgeverszijde: nu al stuitte de houding van Gesamtmetall om niet in te willen gaan op de looneis van 6 procent op kritiek van enkele ondernemers (zoals AEG in Neurenberg) die op zich best bereid waren aan een loonsverhoging mee te werken.

Maar die specifieke behoeften leven ook onder de leden van de IG Metall die zich niet meer in het beleid van hun bestuur herkennen. Op bestuursniveau kon DGB-voorzitter (de DGB is de overkoepelende vakcentrale) Dieter Schulte zich vorige maand best voorstellen dat ook op zaterdag weer gewerkt zou kunnen worden - een gedachte die door de IG Metall onmiddellijk werd verworpen. Juist op het punt van de zogenaamde 'flexibilisering' van de werktijden (een eis van de werkgevers) heeft de bond de grootste moeite tot een minder star beleid te komen. Wel wenst ze vast te houden aan de eerder overeengekomen 35-urige werkweek die per 1 oktober zou moeten ingaan (in plaats van 36 uur nu) en waartegen de metaalwerkgevers zich verzetten, omdat de invoering voor hen een verhoging van de loonkosten met zich meebrengt. Tegelijkertijd echter leven onder de IG Metall-leden de meest uiteenlopende voorstellen voor arbeidstijdsmodellen, waarbij met een scheef oog naar Nederland gekeken wordt. Tegen deze achtergrond is de CAO-strijd in de metaal, die in Duitsland richtinggevend is voor het complete CAO-overleg, meer dan een procentenstrijd. Het is ook een krachtmeting geworden om het behoud van macht en invloed op een arbeidsproces dat zich structureel lijkt te veranderen en zich niet langer in starre afspraken en modellen laat definiëren.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden