Overschild is dood, leve Overschild! De make-over van een Gronings dorp

De Meerweg in Overschild Beeld Corné Sparidaens, HH

Stel, je mag je hele dorp opnieuw opbouwen. Hoe zou het er dan uitzien? Over die vraag denkt Overschild na. Ligt hier een toekomst voor aardbevingsdorpen?

Een sombere middag in Overschild. Af en toe laat de zon zich zien, maar donkere wolken zijn aan de winnende hand. Een regenboog tikt in de verte een boerderij aan. Weinig leven op straat. Het is een doordeweekse dag, mensen zijn aan het werk. Veel beeldjes in tuinen, af en toe een autoband met bloemetjes. Eén gezicht heeft het dorp niet, sommige huizen zijn klein, sommige groot, soms nieuw, soms oud, het is een allegaartje. Of, zoals in het witboek staat dat de bewoners samenstelden met stedenbouwkundige Enno Zuidema: ‘Een interessante variatie aan bebouwing’.

Over vijf tot tien jaar zal het hele aangezicht van het dorp anders zijn. Aardbevingen door gaswinning eten langzaam de bodem op, laten huizen verzakken en muren scheuren. Het grootste deel van het vijfhonderd inwoners tellende dorp is te zeer beschadigd om te worden opgelapt, voor veel panden is sloop en nieuwbouw de enige optie.

Een echt dorp

Eenentwintig jaar geleden kozen Klaasje Pen en haar man voor het kruisdorp, gelegen op een kruispunt van twee doorgaande wegen. Ze woonden al jaren in de stad Groningen, maar wilden hun kinderen iets meegeven van het opgroeien in het dorp, zoals zij dat zelf hadden meegemaakt. En geen moment hadden ze spijt, het bevalt nog steeds uitstekend in het dorp waar je je fiets kunt laten staan zonder bang te hoeven zijn dat die de volgende dag weg is. Ook toen bekend werd dat hun huis onveilig is. “Ik nam me twee dingen voor”, zegt Pen. “Eén: ik word hier niet ziek van. Twee: ik word hier niet chagrijnig van. Dat is alleen maar negatieve energie.”

We laten ons niet kisten, zeiden Pen en zeventien dorpsgenoten tegen zichzelf en tegen elkaar. Ze verenigden zich, vergaderden, dronken liters koffie, bespraken De Vraag: hoe kunnen we dit zo aanpakken dat het dorp er beter van wordt, dat we zelf de regie houden?

Het was begin 2016. Ze vroegen de gemeente Midden-Groningen om hulp. Die stelde ­Enno Zuidema aan als onafhankelijke stedenbouwkundige om de bewoners bij te staan. Hij hield twee dorpsavonden en naar aanleiding van de uitkomsten maakten de bewoners het witboek, dat ze in oktober datzelfde jaar presenteerden.

En opnieuw vroegen de Schildjers Midden-Groningen om versterking: wie zou hen kunnen helpen een toekomstvisie te maken? De gemeente schakelde het Rotterdamse architectenbureau MVRDV in, onder meer bekend van de Markthal in die stad. Architect Winy Maas kwam met enquêtes, met workshops. Zuidema begeleidde ze hierbij in het voorjaar van 2017, en Overschild omarmde het vernieuwingsplan.

Spelregels

Dit najaar presenteerde het dorp zijn plannen. Althans: de plannen om het dorp leefbaar te houden tijdens de verbouwingen. Hoe alles er concreet uit komt te zien moet nog worden uitgewerkt. Er is veel ruimte voor nieuwe en andere soorten woningen. Wel zijn er spelregels: er moet goed overlegd worden met de rest van het dorp, en karakteristieke en monumentale panden blijven behouden. De gemeente gaat niet vervelend doen met rooilijnen en vergunningen, noch zal de welstandscommissie in de weg lopen.

Krijgen we zo geen Belgische toestanden, is dit niet vragen om roze villa’s, boomhutten en andere bijzondere staketsels? Welnee. Klaasje Pen: “We blijven Groningers hè.”

Gaan alle aardbevingsdorpen de komende decennia een ‘Overschildje’ doen? Zeker, denkt Zuidema. Misschien niet wat de ­uitkomst betreft – niet elk dorp zal op deze manier geheel worden vernieuwd – maar wel qua proces. “Overschild is zeker een proeftuin voor burgerparticipatie, de manier waarop je zoiets met een groep aanpakt. Ook als het in andere dorpen anders gaat, dan nog is het ­ongekend wat hier gebeurt. Hier wordt gepionierd.

“Er is heel lang alleen voor deze mensen gedacht. En over ze, en tegen ze, maar nooit met ze. Het mooie van zo’n enquête is dat je de dorpelingen de resultaten kunt voorhouden en zeggen: kijk, dit zijn jullie. Ja, zeiden ze toen, dat klopt. Alles begint met luisteren en mensen serieus nemen”, zegt Zuidema, die overigens zelf in Niehove woont en dus een Groninger is. “Zo geef je hen het vertrouwen dat wat ze meemaken van belang is, en dat het niet alleen van hen is, maar van het dorp als geheel. Dat helpt enorm. Als één dorpsbewoner ergens zorgen over heeft, weet je zeker dat hij niet de enige is. Dat maakt dat mensen zich veilig voelen om hun zorgen te delen: ze zijn nooit alleen.”

Er gaat iets heel bijzonders gebeuren, zei Zuidema op die eerste avond, voor een afgeladen volle zaal, en niemand weet nog wat precies. We gaan het rustig met elkaar bespreken, dus kruip lekker aan een tafel. Er waren tien tafels, er waren tafelheren en -dames, er was koffie en er waren vellen papier. Nog zo’n avond volgde, beide keren waren het emotionele bijeenkomsten, ze eindigden met een muur vol post-its met vragen en zorgen en ideeën, met een witboek vol wensen en voorkeuren.

Architect Winy Maas liet de dorpelingen voorbeelden zien van bouwsels over de hele wereld. Australië: een glazen doorloop tussen twee huisdelen. Een gesplitste woning in Canada. Een Schots huis, scheef, dramatische scheur van boven naar beneden, op the Isle of Coll. Naast het gehavende huis is een nieuw pand gebouwd in dezelfde steen, verbonden met een loopbrug. Houten gevels. Groene gevels. Huizen die zijn opgevijzeld of verlengd. Zuidema: “Het is gemakkelijker om na te denken als je weet wat er mogelijk is.”

Nadenken over de toekomst van je huis is nadenken over je eigen toekomst. Want och, als we toch bezig zijn: een handjevol Schildjers wil dan ook wel dichter aan het Schildmeer wonen. Ouderen maken van de gelegenheid gebruik om hun huis levensloopbestendig te maken zodat ze er kunnen blijven. Anderen willen iets naar voren of juist naar achteren op hun huidige kavel, of juist verhuizen naar een al versterkte woning. De meeste Schildjers willen in het dorp blijven, de meesten willen net zo groot blijven wonen als nu.

Duurzaamheid

En ze denken na over duurzaamheid, Overschild wil van het gas af. Het dorp vergrijst en krimpt, en daarbij past ook een ander gebruik van de openbare ruimte, weet Zuidema, en dus denkt het dorp nu ook na over verkeersveiligheid: kunnen er niet wat snelheidsbeperkers komen? En o ja, meer ommetjes graag, dat zou ook fijn zijn. Meer natuur.

Of ze even wilden pauzeren, vroeg de stedenbouwkundige op zo’n avond. “Maar iedereen wilde door.” Zuidema is onder de indruk van de strijdbaarheid van de Schildjers. “Ze zijn slachtoffer, hebben hier niet om gevraagd, maar zeggen ook: dit is verdorie óns dorp, dít willen we, hou je er maar aan.”

Die houding past bij de reputatie van de Schildjers, zegt Zuidema. Tot de negentiende eeuw was Overschild nog moeras, daarna

werd het ontwaterd, en zoals in andere ­gecreëerde gebieden hebben ook hier de bewoners van oudsher een reputatie. Aan de overkant van het Schildmeer, over de Schild, daar wonen de vrijbuiters. Trots op hun vrijheid, trots op hun dorp.

“Ik hoop dat dat nog te zien is als alles straks klaar is. Als dat zo is, is Overschild geen buitenwijk geworden, maar gewoon het dorp gebleven. Het karakter van een dorp zit niet in huizen. Het zit ’m in andere dingen. Of er veel mensen zijn of niet, hoe de tuinen zijn onderhouden, of er auto’s staan, dat soort dingen. De Schildjers zijn hecht, maar ook op zichzelf. Vrijheid vinden ze heel belangrijk, dat kwam steeds terug tijdens de avonden.”

Dat wil niet zeggen dat iedereen blij is met wat er gaat gebeuren. Zelfs de montere Klaasje Pen heeft haar sombere momenten. “Soms bekruipt het me: we moeten ons huis uit. Ik wil het niet, ik wil het nog steeds niet. Ik vind het heel raar en word er heel onrustig van. Ik zou nooit hebben gekozen voor nieuwbouw. Maar het moet.”

Ja, ze zien kansen, grijpen die ook, maar de vreugde is wrang, want de operatie ontwricht het hele dorp jarenlang en dat terwijl nog lang niet zeker is dat het hele dorp ervan opknapt. De Nationaal Coördinator Groningen, die bepaalde dat de huizen onveilig zijn, verdeelde het dorp in drie batches. De eerste batch is als eerste aan de beurt. Daaronder valt de Meerweg, de straat waar het dorpshuis staat en waar ook Klaasje Pen woont. De tweede groep woningen beslaat de andere drie straten die het dorp rijk is. De derde en laatste groep ligt in het buitengebied. De bewoners van die batch hebben nog geen idee wat hun te wachten staat. Dat veroorzaakt een tweedeling, zegt Pen, en dat is heel akelig in zo’n kleine gemeenschap. “Waarom wordt het ene huis wel aangepakt en is dat van het andere nog niet zeker, terwijl dat huis net zo kapot is? Dat is niet uit te leggen.”

Neem het huis van Johan Folkersma aan de rand van het dorp. In april, toen de versterking op slot ging, hing hij een Groninger vlag aan de gevel. Halfstok. Die hangt er nog. “Wij hebben nog geen idee wat ons te wachten staat”, zegt hij.

Zijn deurposten verzakken, de vloertegels scheuren. Hij laat het gebeuren, wie investeert in een huis dat misschien gesloopt wordt? Wrang genoeg wonen Folkersma’s ouders en drie van zijn broers aan de Meerweg – zij zijn dus wél aan de beurt. Folkersma heeft geen goed woord over voor de gaswinning en de manier waarop wordt omgegaan met de gevolgen ervan. “Er zijn hier miljarden weggehaald. Doe normaal zeg.”

Knuffelen

Ja, zegt Klaasje Pen, dat is pijnlijk. “Ik geloof niet dat mensen het ons persoonlijk verwijten. Wel dat sommigen denken: waar zou ik mijn best nog voor doen? Ik kan me niet voorstellen dat het buitengebied niet wordt meegenomen in de plannen. We gaan ons er heel sterk voor maken dat dat wel gebeurt.”

Wat er met Pens eigen huis gaat gebeuren? Ze weet het nog niet. “Mijn man is er heel goed in, die kan dingen bedenken. Ik kan me geen voorstelling maken van hoe het eruit komt te zien. Ik wil heel graag elementen uit het oude huis meenemen in het nieuwe huis. Dat we een trap maken van de balken, of een mooie tafel van de oude vloerplanken. Zodat ik het toch nog kan aanraken. Even knuffelen met het oude huis.”

Enno Zuidema denkt wel dat Groningen Groningen blijft. “We weten alleen nog niet hoe.”

Lees ook:

Ganzedijk, de feniks van Oost-Groningen

In februari 2008 werd Ganzedijk landelijk nieuws. Het Oost-Groningse gehucht zou compleet van de kaart worden geveegd. Nu, tien jaar later, zijn er vlindertuinen, een social sofa en plannen om gezamenlijk te koken.

Verliefd op Groningen, ondanks de beving

Ondanks dat ze het risico op aardbevingen kenden, kochten deze mensen een huis in Noord-Groningen. En toen kwam voor hen de eerste grote beving. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden