Overmacht Indurain kent nauwelijks grenzen

HEUDICOURT - Erik Breukink voelt zich weer even sterk, gelukkig en relaxed als in het beste jaar van zijn wielercarriere. In 1990 klom hij in Parijs na Greg LeMond en Claudio Chiappucci als nummer drie op het erepodium. Na zijn knappe derde plaats in de individuele tijdrit rond het meer van Madine, voelt de Gelderlander zich in staat dat kunststukje nog eens op te voeren.

Breukink leverde weliswaar 2.22 in op de onweerstaanbare Miguel Indurain - niet te verwarren met broer Prudencio, die laatste werd - maar kwam slechts elf seconden tekort op Gianni Bugno. Toni Rominger, die gedurende acht kilometer werd gegeseld door een striemende hagelbui, zijn maatje Alex Zulle, die zich wonderbaarlijk goed weerde na zijn val van zondag, en nog een reeks concurrenten hield hij een handjevol minuten achter zich. Het lijkt straks in de Alpen en de Pyreneeen een boeiend gevecht om de tweede plaats te worden. Na gisteren neemt Breukink in dat verband de beste uitgangspositie in. Hij kijkt op ruim anderhalve minuut afstand Indurain in de rug; te groot waarschijnlijk om zich over te geven aan fraaie visioenen over ongekende heldendaden in de Ronde van Frankrijk. De meeste achtervolgers lijken ervan doordrongen dat de Spanjaard ongehinderd op zijn derde achtervolgende Tourzege afstevent. Ook Breukink, al houden hij en zijn ploegleider Manolo Saiz nog de grootste slagen om de arm. “Zoals Indurain reed, kan niemand hem kloppen”, vond Breukink. “Daarmee doel ik uitsluitend op de tijdrit.

Het klassement is nog niet gemaakt. In de bergen komt Indurain er alleen voor te staan. Dan zie ik nog een en ander gebeuren.''

Saiz is tevreden als Breukink en Zulle hun huidige positie (tweede en elfde in het klassement) in de Alpen weten te consolideren. In de Pyreneeen wil de schaker onder de ploegleiders genadeloos toeslaan.

“Want ons uiteindelijke doel blijft de Tour te winnen”, zegt Saiz onomwonden. De mening van de anderen: Bugno had naar zijn zeggen de beste tijdrit uit zijn loopbaan gereden. “Maar als je de balans opmaakt, kun je niets anders zeggen dan dat Indurain de baas is”, vindt hij. Raul Alcala, de kopman van Raas, zegt eveneens voor een podiumplaats te gaan (de Mexicaan lijkt gezien zijn vorm geen wartaal te praten) en voorspelt een mooi gevecht om de tweede plaats. De arme Rominger, die bijna van de fiets werd geblazen, maar toch de top 20 van het klassement is binnengeslopen, spreekt vooralsnog in termen van “doffe ellende”.

Indurain heeft weer plaatsgenomen op zijn troon, zoveel werd gisteren pijnlijk duidelijk. De overmacht (gesymboliseerd in het verzet 55x12) moet opnieuw dodelijk zijn geweest voor het zelfvertrouwen van degenen, die kracht putten uit hongergevoelens en aanverwante ongesteldheden die het gezicht van de grootmeester kunnen doen verbleken. De realiteit was, dat de vernedering van gisteren amper grenzen kende. Zeven kilometer voor de finish moest Indurain wegens een lekke band van fiets verwisselen. Onderweg gooide hij ook nog eens zijn aerodynamische helm af, omdat het venster door de regen was beslagen. “Gelukkig dat het me wat tegenzat”, redeneerde hij na afloop, “want anders was mijn broer misschien niet binnen de tijdslimiet binnengekomen.” Onbedoeld cynischer kon Indurain het niet onder woorden brengen.

Het zal de tweevoudige rondewinnaar - die overigens Breukink niet met name als een van zijn belagers noemde - verbazen dat Saiz de Pyreneeen tot slagveld heeft uitverkoren. “De twee bergetappes van deze week lijken mij het gevaarlijkst”, denkt Indurain. “Iedereen is nog fris en zal daarom proberen aan te vallen. In de Pyreneeen zijn de scherpste kantjes er wel af. Dan valt de wedstrijd gemakkelijker te controleren.” Indurain, die niet over een sterke ploeg beschikt, hoopt bovendien dat een aanzienlijke categorie subtoppers zal proberen de in de Alpen betrokken stellingen te verdedigen. Dat is nu eenmaal een gebruikelijk beeld in het wielrennen, en maakt het voor Indurain gemakkelijker combines te vormen. De Spanjaard schat de 'kansen' van Bugno en Chiappucci nog het hoogst in. “Gianni verkeert in goede vorm. Hij is vooral rustiger geworden,” zegt hij over de Italiaan, die in vergelijking met de tijdrit in Luxemburg (1992) anderhalve minuut op Indurain 'inliep'. “En Chiappucci is nooit uitgeschakeld. Hij liep een identieke achterstand op als vorig jaar (een positief verschil van acht seconden - red) en is in staat net zo'n fraai nummer op te voeren als twaalf maanden geleden in Sestrieres.” Hij blijft een ideale schoonzoon, die Indurain.

Breukink ook trouwens. Na de rit van de waarheid is de Tour de France nog steeds het grote feest dat de ronde de dagen ervoor ook al was. Als gebruikelijk startte de Nederlander behoudend, om daarna te versnellen.

Hij won gaandeweg terrein op Rominger en Bugno en was in het laatste stuk sneller dan Indurain, al laat dat zich gemakkelijk door diens lekke band verklaren. Belangrijker misschien dan de huidige positie van kroonprins onder grootvorst Indurain is dat het gevoel voor eigenwaarde terugkeerde. De Breukink van nu hoopt niet op slechte dagen van tegenstanders, probeert niet de schade te beperken, maar denkt dat hij de goede lijn in de bergen kan doortrekken. “Ik ben nooit bang geweest dat ik in elkaar zou klappen. Bij het vertrek gleden mijn gedachten nog naar de slechte tijdritten die ik heb gereden, maar naarmate ik langer onderweg was, dacht ik vooral aan de goede. Ik denk dat dit de ommekeer is. Ik heb meer inhoud, ik heb dit seizoen bewezen zwaardere wedstrijden aan te kunnen. Doordat ik al een paar mooie overwinningen heb behaald, ben ik bovenal rustiger geworden. Ik denk dat ik weer op het niveau zit van 1990, mijn beste jaar. Toen kon ik met de groten mee bergop. Waarom zou me dat dit jaar niet lukken?”

Gespannen

Op eerbiedwaardige afstand glommen echtgenote Gea en vader Wim Breukink van trots. De eerste refereerde nog eens aan de twee verloren jaren die hij bij PDM doormaakte. “Vorig jaar was ik te gespannen”, draait Breukink die film zelf nog eens af. “Conditioneel was ik niet sterk genoeg. Aan de andere kant wilde ik na de slechte ervaringen in 1991 (code: intralipid - red) te graag wedstrijden winnen. Dat spoorde niet met elkaar. Ik blokkeerde. In een laatste poging er nog iets van te maken, zette ik alles op de Tour. Dat mislukte, waardoor een heel seizoen verloren ging. Daarom is het in dubbel opzicht van belang dat ik nu niet met lege handen naar Frankrijk kwam.”

De wedergeboorte van Erik Breukink geeft het armlastige Nederlandse wielrennen zonder twijfel een extra impuls. “De Tour leeft in Nederland”, constateerde Breukink senior, voordat hij zondag afreisde naar Frankrijk. “Ik hoef in dit verband alleen maar het aantal telefoontjes te noemen van mensen, die Erik na zijn val met goede raad terzijde wilden staan. Iedereen kende wel een arts of masseur, die soortgelijke blessures wonderlijk snel had genezen.” Of hij zijn zoon nog moed had moeten inspreken? “Nee, zeker niet. Met zielig doen bereik je niets.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden