Overleven!

Jonge Marron man en vrouw (ca. 1960). (Trouw) Beeld
Jonge Marron man en vrouw (ca. 1960). (Trouw)

De Surinaamse Marrons hebben bijzondere tradities en gewoonten. Houden zij stand tegen de toenemende bedreiging van hun cultuur? Een tentoonstelling in het Tropenmuseum neemt het voor ze op.

Ze werden en worden van alle kanten bedreigd. Een stuwmeer zo groot als de provincie Utrecht, een oorlog, een watersnoodramp en de komst van steeds meer goudzoekers in hun gebied hebben een verwoestende uitwerking gehad op hun cultuur. Het gaat om de Marrons (ook wel bekend als bosnegers) in Suriname, de afstammelingen van de slaven die de oerwouden in vluchtten. In de zeventiende en achttiende eeuw waren zij vanuit het westen van Afrika naar Suriname getransporteerd om daar op de plantages van de Nederlandse overheersers te werken.

De meesten van de naar schatting 120.000 Marrons leven nu buiten hun oorspronkelijke woongebied, in de Surinaamse hoofdstad Paramaribo, in buurland Frans-Guyana en in Nederland (met bloeiende gemeenschappen in Amsterdam, Utrecht en Tilburg). Maar ondanks die diaspora bestaat er een sterke onderlinge band tussen de Marrons, blijven zij zich verbonden voelen met hun familie, hun oorspronkelijke dorp en hun eigen gewoonten.

Het Tropenmuseum in Amsterdam heeft besloten een tentoonstelling in de centrale lichthal te wijden aan de Marrons, dit voordat het te laat is en deze bijzondere cultuur in de versukkeling en vergetelheid geraakt. Centrale vraag bij deze eerste grote tentoonstelling over Marrons in Nederland is ’hoe kan de cultuur van de Marrons overleven in deze tijd van globalisering’.

Marrons is van oorsprong een verzamelnaam voor alle gevluchte slaven in de wereld. Ze bevinden zich in alle Amerikaanse gebieden waar er sprake is geweest van slavernij, van Brazilië, Peru, het Caribisch gebied tot ver in de Verenigde Staten. Maar de Marroncultuur in Suriname wordt wel het best bewaarde stukje Afrika buiten Afrika zelf genoemd. De naam Marron komt uit het Spaans: de Spanjaarden, de eerste kolonisator in Noord- en Zuid-Amerika, gebruikten de term cimarrón voor hun loslopende en weggelopen vee. En daarna dus ook voor hun weggelopen slaven. Portugezen, Engelsen en Fransen namen de term verbasterd over, vandaar Marron.

De Nederlanders gebruikten daarnaast nog de naam bosnegers (en ook wel boslandcreolen) voor de Marronvolkeren in Suriname. Bosneger, dat tegenwoordig een nogal koloniale en daardoor negatieve bijklank heeft, zou komen van het door Marrons zelf gebruikte woord businengee, samengesteld uit de woorden busu en nengee: oftewel bos en mens.

De Marrons in Suriname waren destijds in de achttiende eeuw een ware plaag voor de Nederlandse kolonialist. Jaarlijks vluchtten er zo’n 250 slaven via de rivieren en moerassen uit de plantagegebieden. Het waren vooral mannen, veel vrouwen hadden moeite om hun kinderen achter te laten en te kiezen voor het misschien wel vrijere, maar ruige bestaan in de bush. De Marrons voerden regelmatig aanvallen uit op de plantages, namen vrouwen mee, vermoordden blanken en stichtten brand. De Nederlandse overheersers voelden zich gedwongen om in 1760 een officieel vredesverdrag met de Marrons te sluiten. De Marrons werden vanaf dat moment min of meer gerespecteerd door de kolonialen.

Tot op heden bleven de zes Marronvolken (Saamaka, Paamaka, Ndyuka, Kwinti, Matawai en Aluku) een sterke cultuur vormen in het Surinaamse binnenland. Maar aan het eind van de twintigste eeuw kwam daar de klad in. Het Nederlandse plan voor het vormen van een stuwmeer zo groot als de provincie Utrecht, het Brokopondo plan (begin jaren zestig), om daarmee te zorgen voor de energievoorziening van Suriname, had desastreuze gevolgen voor de Marrons. Hun dorpen moesten verdwijnen, nieuwe dorpen werden gevormd.

Een tweede bedreiging kwam van de oorlog die legerleider Desi Bouters van 1986 tot 1992 voerde tegen het junglecommando van Ronnie Brunswijk. Duizenden Marrons vluchtten in die tijd naar Frans-Guyana en Nederland.

De grote watersnoodramp in 2006 was de derde bedreiging. Veel Surinamers die aan de rivieren in de binnenlanden leefden, verloren huis en haard en sloegen op de vlucht.

En op het ogenblik komen veel buitenstaanders hun geluk zoeken in het gebied van de Marrons waar het zo felbegeerde goud is te vinden. Complete Braziliaanse gemeenschappen van mensen die in de goudwinning werken leven er. Chinezen hebben er hun winkeltjes gevestigd om de goudwinners van dienst te zijn. Multinationale ondernemingen tonen een steeds grotere belangstelling voor de binnenlanden van Suriname.

De goudwinning biedt wellicht wel meer werkgelegenheid, maar heeft ook een negatieve invloed op de eigen identiteit van de Marrons.

Desondanks houdt de cultuur van de Marrons met hun eigen geloofsleven, hun bijzondere familietradities, hun eigen kunstuitingen stand. Maar hoe lang nog?

De tentoonstelling in het Tropenmuseum probeert de Marrons van dienst te zijn met het in kaart brengen van hun cultuur. Bovendien gaat het museum in het Surinaamse binnenland helpen bij het opzetten van twee duurzame cultuurhuizen (met museum, bibliotheek en horeca).

Het Tropenmuseum had al een grote collectie van vooral houtsnijwerk, textiel en muziek van de Marrons en heeft nu uit andere musea en verzamelingen allerlei voorwerpen in bruikleen gekregen. Speciaal voor deze tentoonstelling zijn er vele tientallen uren films geschoten, waarin Marrons over hun leven praten en typische zaken uit hun cultuur laten zien. Op allerlei plaatsen in het museum, op tv’s en schermen, zijn de films te zien.

De expositie ’Kunst van overleven’ telt meer dan zevenhonderd voorwerpen. Van prachtig gesneden bankjes tot haarkammen en lendedoeken, van oude peddels tot moderne kunstwerken van bekende Marronkunstenaars als Marcel Pinas. In zes ’paviljoens’ is in zes thema’s te zien waar het leven van de Marrons voor staat: Geloofsleven, Samen Verschillend, Levensritme, Het Geheugen, Rijkdom en Thuis.

En zo komen we te weten hoe bijzonder goden, geesten en mensen samenleven bij de Marrons, hoe de mannen en vrouwen ieder hun eigen woning hebben en er een gevarieerd seksueel leven op na houden.

En hoe muziek een belangrijke rol speelt in het dagelijks leven. De radio staat er vrijwel altijd aan. Reggae, dancehall, of hiphop klinkt er naast de traditionele Marronmuziek.

De Marrons verstaan de kunst van het leven, help hen te overleven – dat is het motto van deze tentoonstelling.

(Trouw) Beeld
(Trouw)
Sluiting van de stuwdam; Ganse en 26 andere dorpen sterven een langzame verdrinkingsdood (1965). (Trouw) Beeld
Sluiting van de stuwdam; Ganse en 26 andere dorpen sterven een langzame verdrinkingsdood (1965). (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden