Overlevende van moordmachine

Philip Bialowitz 1925-2016

Tijdens een opstand wist hij te ontvluchten uit een Duits vernietigingskamp. Wat daar was gebeurd, achtervolgde hem zijn hele leven.

Als er een trein uit Nederland aankwam, dan moest hij de mensen helpen uitstappen. Ze waren blij dat de lange reis in overvolle vrachtwagons ten einde was, en sommigen wilden hem een fooi geven. Een officier heette de mensen welkom en gaf hun briefkaarten om naar hun geliefden thuis te sturen. Daarna zouden ze gewassen en ontluisd worden.

Er werd soms vrolijk gezongen. Hij herinnerde zich later de woorden 'overal, overal' uit het refrein van 'En datte we toffe jongens zijn': 'overal, overal waar de meisjes zijn'. Het zou een populair liedje worden in het geheime vernietigingskamp Sobibor.

Daar deed de 17-jarige Fiszel Bialowitz slavenarbeid als zogeheten werkjood. Als de nieuwkomers bij hun wasbeurt waren vergast, moest hij de lichamen ontdoen van kleren en andere dingen die nog waarde hadden. Ook zijn eigen familie was in het kamp vermoord.

Ze waren afkomstig uit het plaatsje Izbica, eeuwenlang een toevluchtsoord voor Joden die elders in het katholieke Polen waren verdreven. Temidden van de armoede had Fiszels vader het iets beter. Met zijn looierij waar hij schoenleer maakte, verdiende hij genoeg om twee oudere broers van Fiszel te laten doorleren in Warschau. Ze droomden van emigratie naar Palestina, waar een Joodse staat in opbouw was.

De Duitse bezetting maakte dat onmogelijk. Fiszel overleefde een executie op de plaatselijke begraafplaats door zich dood te houden onder tientallen bebloede lichamen. Hij hield zich maandenlang schuil, maar werd opnieuw gepakt. In april 1943 werd hij met driehonderd anderen vervoerd naar Sobibor, diep in het bos op zo'n tachtig kilometer van Izbica. Hij had gehoord dat niemand daar levend vandaan kwam, maar dat kon hij moeilijk geloven toen hij de bloemen en bomen bij de keurig verzorgde ingang zag.

Toen iedereen uit de vrachtwagens was gestapt, riep een SS-officier "Zijn er hier vakmensen of handelslui? Kom dan naar voren." Fiszels oudere broer Symcha zei dat hij apotheker was (dat was ook zo) en dat Fiszel zijn assistent was (dat was niet zo). Ze werden apart gezet en kregen een bed toegewezen in een barak. Toen ze weer buiten kwamen, was het kamp gehuld in een dikke, stinkende mist. Ze begrepen dat ze brandend mensenvlees roken.

Met enkele honderden anderen moest Fiszel het kamp in bedrijf houden. Ze wisten dat ze alleen uitstel van de dood hadden. Toen er krijgsgevangen Russische soldaten van Joodse afkomst werden afgeleverd, kregen ze hoop. Die mannen konden vechten. Met een man of veertig begonnen ze plannen voor een opstand te maken.

Op 14 oktober 1943, een half jaar na Fiszels aankomst, voerden ze hun plan uit. Fiszel lokte bewakers weg met het verhaal dat hij een geheime voorraad leren jassen en laarzen had die ze konden krijgen. Met messen en bijlen werden elf SS'ers gedood. Driehonderd gevangenen vluchtten de poort uit. De meesten werden gepakt, maar Fiszel, zijn broer Symcha en vijftig anderen wisten te ontkomen.

Kort daarna begonnen de Duitsers het kamp in Sobibor af te breken om het terrein te beplanten met bomen. Wat er gebeurd was, de systematische moord op zeker een kwart miljoen mensen, moest geheim blijven. Pas in 2014 legden archeologen de ondergrondse gaskamers bloot. Toen Fiszel dat hoorde, beleefde hij 'het mooiste moment van mijn leven'.

Voor hem was het verhalen over Sobibor de grote opdracht in zijn leven. Voordat ze in opstand kwamen, had een van de leiders iedereen laten beloven dat wie het zou overleven, de wereld moest vertellen wat er in het kamp was gebeurd. Toen Fiszel zijn herinneringen te boek stelde, noemde hij het 'A Promise at Sobibor', een belofte in Sobibor.

Zijn broer Symcha emigreerde naar Israël. Fiszel had dat ook wel gewild, maar de militaire dienstplicht daar schrok hem af. In 1950 ging hij naar de VS, waar hij zijn naam veranderde in Philip. In New York City begon hij een juwelierszaakje. Hij trouwde en scheidde twee keer, en kreeg vier kinderen.

Een belangrijke gebeurtenis was in 2010 zijn getuigenis in het Duitse proces tegen de kampbewaker Demjanjuk, samen met de Nederlandse overlevende Jules Schelvis. Hij vertelde dat hij eens de deuren van een trein opende en bijna flauwviel van de stank. De helft van de mensen was dood, de rest gek van wanhoop. Toen hij een dode vrouw met een baby in haar armen naar buiten haalde, vond een SS'er dat zo mooi dat hij een foto van de opgezwollen lichamen maakte. "Tot op de dag van vandaag heb ik hier nachtmerries van", zei hij.

Fiszel bleef reizen om het verhaal van Sobibor te vertellen. Eind 2014 wilde hij naar Nederland gaan om jonge mensen te ontmoeten. Maar hij werd aangereden door een auto. Sindsdien lag hij meestal in het ziekenhuis, tot zijn hart het begaf.

Fiszel (Philip) Bialowitz werd op 25 december 1925 geboren in Izbica, Polen. Hij stierf op 6 augustus 2016 in Delray Beach, Florida, Verenigde Staten.

Philip Bialowitz in 2010, toen hij getuigde in het Duitse proces tegen de kampbewaker Demjanjuk. foto reuters

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden