Overleven onder IS-bezetting

Leven onder bezetting van de islamitische groep IS is leven in angst, om opgepakt te worden en gedood. Maar vooral ook leven met tekorten, en zonder telefoon of internet, vertelt een jonge docent Engels die aan IS wist te ontsnappen. Een relaas over leven als in een andere tijd.

Daesh zijn zombies", zegt Ahmed, een 32-jarige Iraakse docent Engels die ruim een jaar leefde onder de bezetting van Islamitische Staat (IS) - Daesh in de volksmond. "Je kunt niet tegen hen praten, ze niet overhalen op te houden: ze moeten je doden. Of je ze slaat, smeekt of doodt, het maakt niet uit. Of je doodt hen, of je wordt gedood, of je vlucht. Meer keuzes zijn er niet."

Uiteindelijk was dat laatste voor hem de enige optie, waardoor het gesprek plaatsvindt in de relatieve veiligheid van de Iraakse oliestad Kirkoek, op nog geen uur rijden van zijn dorp. Ahmed, die anoniem wil blijven omdat een deel van zijn familie achterbleef, woonde nabij de stad Hawija, een bolwerk van de radicale moslimgroep die delen van Irak en Syrië in handen heeft.

Nog geen twee dagen nadat IS in juni 2014 de tweede Iraakse stad Mosoel had veroverd, stond een groepje mannen voor zijn poort. "Ik had nog nooit iemand van Daesh in het echt gezien," zegt Ahmed. "Ze kwamen met twee auto's, een ervan was een gejatte politieauto. Een man of twintig, in Khandahari, het gezicht bedekt." Khandahari? "Afghaanse kleding, met van die lange shirts."

Ze kwamen voor zijn broer, die met de Amerikanen had gewerkt tegen Al-Qaida in Irak, de voorganger van IS. Omdat Ahmed hem nog had kunnen waarschuwen, had hij zich uit de voeten gemaakt. "Hun geweren waren doorgeladen. Ik had gemengde gevoelens: angst, verrassing, zorg."

Ahmed meldde dat zijn broer er niet was. Hij herhaalt het gesprek dat in zijn geheugen gegrift staat. "Een van hen zei: Ik heb hem gezien. Ik zei: Dat klopt, maar hij is ontsnapt. Hij zei: Bel hem. Ik zei: Nee. Hij zei: We zullen hem geen kwaad doen. Ik zei: Jullie geweren zijn doorgeladen. Hij zei: Dat is alleen uit voorzorg."

De mannen drongen binnen en eisten de auto van zijn broer en zijn pistool. "De vrouw van mijn broer zat trillend op de vloer. Dit had ze niet eerder meegemaakt."

De mannen voorspelden dat ze binnen een dag of drie in de Iraakse hoofdstad Bagdad zouden zijn. "Uiteindelijk zullen we een gebied controleren tussen hier en Algerije, zeiden ze. Je kunt Bagdad nooit veroveren, zei ik. Mijn oudere broer was binnengekomen en bracht me met een blik tot zwijgen. Met ze in discussie gaan was gevaarlijk."

Daarmee begon de bezetting van zijn dorp. De bevolking werd opgedeeld: wie voor IS was, kreeg geld en goederen. Wie niet, moest zich zien te redden en bovendien belasting betalen. "Voor stroom, die er niet was, voor water en olie. En als je niet snel betaalde voegden ze een nul toe, en werden 5000 dinar, zo'n 4 dollars, er 50.000."

Koken op gasflessen werd voor velen te duur, ze gingen over op hout. "IS brengt alleen gasflessen voor de eigen mensen. En op de markt ging de prijs tien keer over de kop." Er was een tekort aan van alles, omdat de gebruikelijke toevoer uit wat nu vijandelijk gebied was stokte. "Mensen verbouwen nu hun eigen eten. Anderen, die voorheen een goed salaris hadden, komen langs om met je mee te eten. Als het zo doorgaat komt er hongersnood. Daesh is een tijdmachine: toen ze telefoon en internet afsloten belandden we in een ander tijdperk."

IS gebruikt drukmiddelen opdat mensen zich aansluiten, zegt Ahmed. "Het water werd dagenlang afgesloten, en als je ging klagen eisten ze dat je trouw aan Daesh zou zweren." Door fabrieken te sluiten, en zelfs in onderdelen naar Syrië te verplaatsen, verdween werkgelegenheid. "Wij, als onderwijzers, waren vrijwel de enigen die nog een salaris kregen, van de Iraakse regering." Bagdad betaalde nog ruim een jaar de salarissen van zijn ambtenaren in de bezette gebieden door, maar is daar inmiddels mee gestopt.

De moeder van Ahmed overleed onlangs en hij is ervan overtuigd dat haar dood een direct gevolg is van de inval, een paar maanden eerder. "Ze zag het en begon te hoesten. Het leek alsof haar lichaam wegsmolt." Ze stierf aan kanker. Toen ze haar begroeven, werd hun verboden bij het graf te rouwen. IS verwijderde alle grafstenen van de begraafplaats. "Je mag alleen Allah aanbidden, zeggen ze. De volgende dag legden we stiekem steentjes op de graven zodat we ze konden herkennen."

Hisba

Groot is de angst voor de Hisba, een politiemacht, die toeziet op het naleven van de Sharia-wetgeving. Die is berucht om haar geweld. Er waren invallen, mensen werden afgeranseld en gearresteerd. Het in bezit hebben van wat sigaretten was al genoeg voor een afstraffing.

Ahmed leerde zich stil te houden. "Je zegt geen nee tegen ze, want ze doen wat ze willen. Je weet niet waarom ze mensen oppakken. Ze noemen hen ongelovig, martelen en doden ze." Hij vertoonde zich nauwelijks meer buiten, maar werd thuis bezocht: "Waarom heb je geen baard? Omdat ik lesgeef, zei ik."

Zijn vrouw moest haar hoofddoek vervangen door een boerka. Ahmed, die zelf uit een streng-soennitisch gezin komt waar de vrouwen niet in één kamer mogen zijn met vreemde mannen, heeft grote kritiek op het islamitisch gehalte van de IS-aanhangers. "Ze stelen en zeggen dat het mag omdat het oorlogsbuit is. Ze steken je in de rug en noemen dat oorlogstactiek. Ze zien jou als een ongelovige omdat je je niet aansluit, en weigeren naar je te luisteren."

Toen zijn vrouw moest bevallen van hun dochtertje, weigerde hij haar naar het ziekenhuis te brengen, zoals gebruikelijk is in Irak. Omdat de mannelijke artsen daar geen vrouwen meer mogen behandelen, huurde hij een vroedvrouw. "Mijn broer werkte daar, toen een meisje werd binnengebracht. Ze konden haar niet behandelen omdat er geen vrouwelijke artsen waren. Ze lieten haar sterven."

De komst van IS-aanhangers uit andere Iraakse regio's veranderde zijn dorp. Voordien was bijna niemand aangesloten bij de radicale groep. Volgens Ahmed gold hetzelfde voor Hawija, waar het verzet tegen de sjiitische regering in Bagdad weliswaar groot was geweest, maar hooguit zeven procent van de oorspronkelijke bevolking achter IS stond.

"De migranten geven Hawija een slecht imago. Ze zijn graag bereid voor Daesh te klappen. En Daesh maakt daar video's van om te laten zien dat Hawija zijn fort is." Dat gebeurde toen tientallen gevangengenomen Koerdische strijders, gekleed in oranje overals, in kooien op auto's de stad werden rondgereden.

"Daesh heeft in Hawija een groot scherm neergezet om mensen te laten zien hoe ze de vijand doodt, en dus hoe sterk ze is. Soms brengen de strijders lijken mee, soms executeren ze vijanden in het openbaar. Hun lichamen worden dan opgehangen."

"We zitten tussen twee vuren. De buitenwereld denkt dat we blij zijn met Daesh. Maar hoewel er een paar dorpen zijn waar dat het geval is, zijn de meeste mensen dat niet. Daesh ziet ons als ongelovigen."

Daarom was er de voortdurende angst om opgepakt te worden. Ahmed vertelt hoe hij uren op het platte dak wachtte tot IS-aanhangers hem zouden oppakken. Na zijn vertrek overkwam dat een van zijn broers: die werd betrapt toen hij naar het journaal keek op een verboden tv-zender. "Hij werd achterin een auto gegooid en sindsdien wordt hij vermist."

Ahmed was bang dat IS erachter zou komen dat hij met buitenlanders had gewerkt, in de Koerdische regio - bij de huidige vijand dus. En hij gaf Engelse les. "Eerst verboden ze dat, omdat het de taal van de ongelovigen was. Maar toen ze al die aanhangers kregen uit de hele wereld, moesten we terugkomen en de 'taal van de migranten' geven."

Ongeduldig en tevergeefs wachtte hij op militair ingrijpen. Voor hem was de laatste druppel dat hij in de zomer te horen kreeg dat hij een ideologische training moest volgen, en zijn overheidssalaris inleveren. "Ik wilde niet wachten tot ik niets meer had om van te leven."

Bloedstollend

Zijn verhaal over zijn vlucht over het Hamrin gebergte - 'de berg van de dood' - is bloedstollend. Urenlang liep hij voort met vrouw en baby, met een vrouwelijke collega en haar tienerzoons. Nog voor ze echt in de bergen kwamen was er paniek omdat ze dachten gesnapt te zijn. Het bleken ook vluchtelingen te zijn. Ze liepen door, zonder gids, omdat ze niemand meer vertrouwden. "Het zijn allemaal rovers."

Na zeven uren lopen en klimmen in de verzengende hitte, over gevaarlijke richels en langs smalle paadjes, was het water op. Na zonsondergang kwamen de slangen tevoorschijn. Er was geen netwerk en zijn gps deed het niet. Met een gids zouden ze in vier uur hun doel hebben moeten bereiken en Ahmed wist: ze waren verdwaald. Hele families zijn in de bergen omgekomen. Het Iraakse leger is daarom onlangs begonnen om vluchtelingen te helpen bij de gevaarlijke overtocht.

Ahmed had de hoop al opgegeven, toen er eindelijk voldoende ontvangst was om de chauffeur te bellen die op hen wachtte. "Toen hij ons vond, was het alsof ik weer tot leven werd gewekt. Ik huilde."

In Kirkoek werkt hij weer als leraar, maar veilig voelt hij zich nog steeds niet. Zijn blik is naar buiten gericht. "Irak is één grote gevangenis. Hier kun je niet in vrede leven, en dat is alles wat ik wil."

De identiteit van Ahmed is bekend bij de redactie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden