Overleven in het ’Bangkok Hilton’

Na zijn veroordeling voor drugssmokkel in Thailand begon voor Rien Parlevliet de meest helse periode van zijn leven. Negen jaar lang deed hij niets anders dan overleven. Vorige week kwam hij vrij.

’Het waren verloren jaren”, zegt Rien Parlevliet (56). „Er zijn negen jaren uit mijn leven gestolen.” Precies een week geleden keerde hij na een verblijf in verschillende gevangenissen in Thailand terug in Nederland. Eén zekerheid heeft hij sindsdien. „In Bangkok zien ze mij nooit meer.”

Op de terugvlucht, met de KLM en onder begeleiding van enkele marechaussees, kocht hij van de paar centen die hij heeft, een mobiele telefoon. „Ik moet in Nederland toch bereikbaar zijn, dacht ik in een opwelling.” Vóór zijn vertrek kreeg hij van KLM-personeel een nieuw shirt, broek en schoenen. Die geste stemde hem dankbaar, want het vooruitzicht om in een oude, verfomfaaide korte broek voet op Nederlandse bodem te zetten, beviel hem matig. „Aan stewardessen en piloten heb ik een heleboel te danken”, zegt hij. „Sommigen bezochten mij wel vaker als ze weer in Bangkok waren. Dan namen ze eten voor me mee uit Nederland, potjes pindakaas en jam bijvoorbeeld. Dat was fijn. Je moet bedenken dat het eten in de Thaise gevangenissen vooral uit ’vuiligheid’ bestond.”

Rien Parlevliet, oorspronkelijk rijschoolhouder van beroep, werd in oktober 2001 op de luchthaven van Bangkok aangehouden op verdenking van drugssmokkel. In het geding was een koffer met heroïne. Volgens Parlevliet behoorde deze toe aan een Brit, een bekende van hem die hij even eerder op het vliegveld had afgezet. De Brit vertelde de drugspolitie dat de bewuste koffer eigendom was van Parlevliet. Zelf ontkent hij de beschuldiging tot op de dag van vandaag. „Ik ben onschuldig veroordeeld, maar daar heb je weinig aan.” Parlevliet kreeg de doodstraf, die meteen werd omgezet in levenslang. De Brit kreeg een identieke straf, evenals twee Nepalezen die de heroïnekoffer zouden hebben gedragen.

De Thaise vriendin van Parlevliet, die bij zijn aanhouding in zijn gezelschap verkeerde, werd eveneens opgepakt. Haar onschuld werd wél duidelijk, al duurde het dertien maanden alvorens zij vrij kwam. De aanhouding en hierop volgende berechting, maakten voor Parlevliet een einde aan vijf, zes mooie jaren in Thailand. „Medio jaren ’80 woonde ik daar al eens vier jaar. Destijds ben ik weer teruggegaan naar Nederland. Veel later, in 1996 denk ik, ontmoette ik mijn Thaise vriendin. Maar toen zij in Nederland geen verblijfsvergunning kreeg en uitzetting dreigde, ben ik met haar naar Bangkok gegaan. Ik had het daar goed naar mijn zin, werkte onder meer bij de grootste privéschool van Thailand, de ’School aan het Water’, met liefst 3800 leerlingen.”

Zijn eerste ervaringen met de Thaise politie voorspelden weinig goeds. Na zijn aanhouding werd hij overgebracht naar een hem onbekend politiebureau. Van een officieel verhoor was geen sprake. „Ik werd geschopt, geslagen, aan alle kanten mishandeld. Vooral de trappen die ik in mijn nierstreek kreeg, waren heftig. De politie hield vol dat de koffer met heroïne van mij was, er viel letterlijk niets tegen in te brengen.” Het was, zegt Parlevliet, het begin van de meest helse periode in zijn leven. Een hel die negen jaar duurde en waarin hij maar één uitweg zag: het behoud van zelfrespect.

Dat de aan hem opgelegde doodstraf werd omgezet in levenslang, was volgens de Thaise rechter te danken aan de bekentenis, die hij zou hebben afgelegd. Over deze uitleg verbaast hij zich nog. „Ik heb nooit, maar dan ook nooit een bekentenis afgelegd”, reageert hij. „Ik ben ervan overtuigd dat de Thai graag buitenlanders zien veroordeeld. Ik ben zonder tolken en processtukken berecht. Als buitenlander heb je er nauwelijks rechten. De pers mag in de rechtszaal niet filmen, daarbuiten ben je als verdachte vogelvrij. Na mijn veroordeling stonden de camera’s op mij gericht en werden ik weet niet hoeveel microfoons onder mijn neus gehouden. Toen ik naderhand in de gevangenis kwam, herkende iemand mij van de beelden. Die zei: „Hee, daar heb je de filmster.”

Aanvankelijk kwam hij terecht in de Bombat gevangenis. De leefomstandigheden waren er desastreus. „Op een oppervlakte van acht bij vier vierkante meter stonden meer dan zestig gevangenen. Alle nationaliteiten zaten er. Je kon nooit allemaal tegelijk slapen. Zelf lag ik soms een paar uurtjes op het looppad. Het was er hartstikke vies, de lucht was niet te harden. Eens in de maand werd de boel ’gereinigd’ met insecticiden. Dat spul werd over onze hoofden heen gespoten. De enige bescherming was een schamele deken boven je hoofd.”

De Bombat gevangenis ervoer hij als afschuwelijk, een soort van ’concentratiekamp’. „Je moest respect tonen voor de bewakers door aldoor op je knieën te gaan zitten. Ze beschikten over wapenstokken met metalen veren. Als je daar een klap mee kreeg, trilden de veren na. Je reinste mishandeling. In de rijst die je kreeg zaten rode steentjes, waardoor je bijna niets at. Na een week kwam ik in het gevangenishospitaal terecht. Ik viel acht kilo af en had enorme last van mijn nieren, Het bleek een nierinfectie, vermoedelijk veroorzaakt door het slechte drinkwater.”

Parlevliet werd intern overgeplaatst naar ’gebouw 3’, een onderkomen voor ’psychiatrisch gestoorden’. Over het waarom van deze gedwongen verhuizing zeiden de Thai niets. Zelf vermoedt hij dat gebouw 3 vooral werd benut voor de huisvesting van gevangenen die mentaal en of fysiek niet tegen de druk van het regiem bestand bleken. Bang was hij er niet. Als het fout dreigde te lopen door gestoord gedrag van anderen, anticipeerde hij snel door ’zelf het initiatief te nemen’.

Met acht kilo kettingen aan zijn benen werd hij na drie maanden naar de beruchte Bangkwang gevangenis overgebracht. Bij aankomst in ’Bangkok Hilton’, zoals deze gevangenis wordt genoemd, bleek het lot hem slecht gezind. Waar plaats is voor 4000 gedetineerden, bleken er op dat moment 11.000 te bivakkeren. Parlevliet: „Vorige week, toen ik uit Bangkwang ging, waren het er 4200. Toen ik er kwam had ik dus echt pech. Op dat moment ging ik er ook nog vanuit dat ik er ’levenslang’ zou moeten blijven. Ik dacht ’ik ga in hoger beroep’. Ik heb alles bij elkaar zes Thaise advocaten gehad. Vijf heb ik weggestuurd. Bij één van de strafzittingen zaten zelfs drie advocaten tegelijk. Dat was helemaal niet mijn bedoeling, maar ik zag vanuit de gevangenis geen kans om die advocaten te bereiken.”

Bij het finale vonnis hoorde hij in de rechtzaal gehuil. In een flits zag hij zijn vriendin wegrennen. Waar hij de woorden van de rechter niet begreep, voorvoelde hij dat het voor hem ’foute boel’ was. Een aanwezige medewerker van de Nederlandse ambassade zei tegen hem: „De anderen hebben óók levenslang gehad”. Parlevliet, nu: „Door die woorden wist ik wat mijn straf was. Ik wist wat mij verder te doen stond: overleven.”

Via een bilateraal verdrag dat Nederland en Thailand sloten, bleef zijn verblijf in de Bangkwang gevangenis ’beperkt’ tot negen jaar. Als hij terugblikt op de jaren in ’Bangkok Hilton’ denkt hij aan het licht dat 24 uur per dag in zijn schamele verblijf brandde. „Nu ik in Nederland thuis ben, laat ik nog het licht branden”, zegt hij. „Ik vind ’donker’ maar niks.” Hij herinnert zich de regelmatige bezoeken van zijn vriendin. Twee keer per week bracht zij dieetvoedsel voor hem naar de gevangenis, tot ergens begin dit jaar. Er waren bloedige demonstraties in Bangkok tegen de huidige regering. Er vielen doden. „Sindsdien heb ik haar niet meer gezien en is zij niet meer in Bangkwang geweest. Het geld dat voor haar gereed lag om eten voor mij te kopen, heeft zij niet meer opgehaald. Ik weet niet waar zij is.”

Dat Parlevliet overeind is gebleven, dankt hij naar eigen zeggen vooral aan de stichting PrisonLaw (zie kader) die hem niet uit het oog verloor. Fysiek heeft zijn gevangenschap zijn tol geëist, maakte een eerste bezoek aan zijn nieuwe huisarts in Nederland hem duidelijk. „En ik ben heel snel boos”, weet hij. „Dat had ik nooit. Ik was juist altijd heel geduldig. Nu niet meer. Ik heb 58 nieraanvallen gehad en 18 keer in het gevangenisziekenhuis gelegen. Heb daar meer dan honderd mensen zien sterven. Ik zal zien hoe ik mijn leven weer kan opbouwen.”

Rien Parlevliet is terug op Nederlandse bodem. (WERRY CRONE)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden