Review

Overleven in een vijandige wereld

Marita ConlonMcKenna: 'Onder de meidoorn', ill. Donald Teskey, vert. Miek Dorrestein, Kluwer, 125 p, f 22,90. Kenneth Thomasma: 'Naya Nuki meisje dat rent', ill. Eunice Hundley, vert. Josje Bosma, Kluwer, 127 p, f 22,90. Beide vanaf 10 jaar.

Geen wonder dat dit thema verschillende klassiekers heeft opgeleverd: niet enkel 'Alleen op de wereld' (1878) van Hector Malot, maar ook 'De kinderen van de grote fjeld' (1907) van de Zweedse Laura Fitinghoff, 'De kinderkaravaan' (1948) van An Rutgers van der Loeff en, recenter, 'Onder de blote hemel' (1985) van de Amerikaanse schrijfster Cynthia Voigt.

Wat die verhalen mede zo aantrekkelijk maakt, is dat het niet om uitzonderlijk sterke of slimme kinderen gaat, maar steeds om heel gewone, die tegen wil en dank in korte tijd een enorme groei naar volwassenheid doormaken. Daardoor zijn het ideale personages om je als lezer vanaf een jaar of tien mee te identificeren: jij zou in hun situatie waarschijnlijk hetzelfde voelen en hetzelfde doen: jezelf overtreffen in durf, doorzettingsvermogen en verantwoordelijkheidsgevoel. Niet omdat je dat zo leuk vindt maar omdat het de enige kans is om te overleven. Bovendien beleven de kinderen in het boek de spannendste avonturen, worden ze niet betutteld door volwassenen en loopt het nog goed af ook.

Hongersnood

Onlangs verschenen twee nieuwe boeken in dit genre: 'Onder de meidoorn' van de Ierse schrijfster Marita Conlon-McKenna en 'Naya Nuki - meisje dat rent', het debuut van de Amerikaan Kenneth Thomasma. Beide spelen zich af in de vorige eeuw. Het eerste tijdens de Ierse hongersnood van 1845-1850, toen ongeveer een miljoen Ieren de hongersnood ontvluchtte naar Amerika en Australie en nog eens een miljoen mensen stierf van de honger. En 'Naya Nuki' speelt zich af in het jaar 1801 in het noordwesten van Amerika, toen daar nog geen blanken waren.

Beide verhalen zijn ongelooflijk spannend en aangrijpend, maar 'Onder de meiboom' is veel beter geschreven. De oorzaak van de hongersnood, de aardappelziekte, waardoor verschillende jaren achtereen de oogst mislukte, wordt geschetst vanuit een arm gezin (aardappelen waren het hoofdvoedsel voor de armen). Vader is weg, naar een werkverschaffingsproject, het jongste zusje sterft en moeder gaat vader zoeken. Drie kinderen, van 12, 9 en 7 jaar, blijven alleen achter. Om aan het gevreesde armenhuis te ontsnappen vluchten ze naar twee oudtantes die, naar de verhalen uit moeders jeugd te oordelen, wel moesten leven in een paradijs van fruit, pasteien, versgebakken broodjes, pruimenjam en cake met viooltjes van glazuur.

Dat droombeeld geeft de kinderen de kracht om alle ontberingen onderweg te doorstaan. Ze leven van bessen, knollen, brandnetels, rauwe vissen en het bloed van een koe die ze aderlaten, leren zichzelf vuur te maken met behulp van vuurstenen en overleven verwondingen en hongerkoorts met de kruiden die een genezeres hen meegaf. Overal stuiten ze op de ellende van de hongersnood en worden zelfs aangevallen door een troep hongerige, verwilderde honden. Ten slotte vinden ze de oudtantes en worden, hoewel het daar ook geen vetpot meer is, hartelijk ontvangen.

Marita Conlon-McKenna schrijft traditioneel, zonder verrassend of origineel taalgebruik, maar wel vakkundig. Ongetwijfeld heeft ze zich uitgebreid gedocumenteerd, maar ze overlaadt de lezer niet met informatie: het gaat om het verhaal en dat zit goed in elkaar. De schrijfster vermijdt sentimentaliteit en is erin geslaagd om de verschrikkingen van de Ierse hongersnood in al hun facetten te beschrijven zonder de lezer te laten zwelgen in narigheid. Dat doet ze in de eerste plaats door haar natuurbeschrijvingen: "Buiten was het een mooie, warme morgen. De velden waren bedekt met madeliefjes en de heggen beladen met kamperfoelie." Verder door de jongste van de drie, de zevenjarige Peggy, onbekommerd te laten genieten van bloemen en dieren: "Peggy had een vlinder gevonden en hield hem voorzichtig in de palm van haar hand en praatte tegen hem." Zulke passages vormen het broodnodige contrast met de zeer realistisch beschreven gevolgen van de hongersnood en geven diepte aan het verhaal.

Ook 'Naya Nuki' is boeiend, maar Kenneth Thomasma is geen getalenteerde schrijver. Dat is jammer, want de geschiedenis van het elfjarige Soshoni-meisje dat wordt geroofd door Minnetares-Indianen, 1500 kilometer ver wordt meegenomen langs de Missouri en dan in haar eentje terugvlucht, is ronduit sensationeel. Volgens Indiaanse overlevering en geschriften van blanke ontdekkingsreizigers zou het waar gebeurd moeten zijn, en wel in het jaar 1801. Thomasma maakt het verhaal geloofwaardig door Naya Nuki een van de sterkste kinderen van de stam te noemen, dat sneller en langer kon rennen dan alle andere kinderen, zelfs als ze ouder waren.

In gevangenschap doet ze alsof ze het naar haar zin heeft, maar intussen verstopt ze een bizonhuid, een mes en drie paar mocassins. Tijdens een hevig onweer vlucht ze weg en rent vijf uren achter elkaar, terwijl de regen haar sporen uitwist. Ze leeft van rauw vlees en 'quamashbollen' die ze opgraaft en als ze op een grizzly-beer stuit, vlucht ze vliegensvlug in een boom, waar ze een hele nacht in moet blijven zitten. Geuren en intuitie waarschuwen haar voor gevaar.

Aandurven

Omdat Naya Nuki zo'n uitzonderlijk kind is en omdat ze de vlucht in haar eentje aandurft, wordt de houding van de lezer meer bepaald door bewondering dan door identificatie. Thomasma schrijft rechttoe-rechtaan, in korte, soms onbeholpen zinnen met veel herhalingen en cliches. Het zinnetje "Niets kon haar nog tegenhouden" komt steeds opnieuw voor - alsof dat nodig is! Thomasma brengt weinig variatie in de beschrijving van landschappen, flora en fauna. Stekende insekten bestaan niet en te doorwaden rivieren zijn breed of smal, maar hebben geen eigen karakter. Over 'De kinderkaravaan' zei An Rutgers van der Loeff eens, na een reis naar de Rocky Mountains, waar haar verhaal zich afspeelt, dat ze in het verhaal een ding over het hoofd gezien had: een geel bloempje dat daar veel voorkomt. Een dergelijke precisie ontbreekt bij Thomasma. Kortom: 'Naya Nuki' is inhoudelijk spannend, maar literair een gemiste kans.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden