Overleeft het CDA de PVV?

16 november 1977: Informateur Van der Grinten (midden) met CDA-leider Van Agt en diens collega Wiegel (VVD). Ook deze formatie verdeelde het CDA. (FOTO ANP ) Beeld
16 november 1977: Informateur Van der Grinten (midden) met CDA-leider Van Agt en diens collega Wiegel (VVD). Ook deze formatie verdeelde het CDA. (FOTO ANP )

De vraag of het CDA kan samenwerken met de PVV in een regeringscoalitie verdeelt de partij tot op het bot. Oude reflexen herleven: moet de partij voorrang geven aan principes of gaat het om de macht?

Hoe verdeeld het CDA is over samenwerking met de PVV, al dan niet in een gedoogconstructie, werd deze week op prangende wijze geïllustreerd. CDA-voorzitter Henk Bleker nam dinsdag op het partijkantoor bijna tegelijkertijd twee manifesten in ontvangst: één vóór en één tegen samenwerking met de partij van Geert Wilders.

Onder beide manifesten stond een lange lijst handtekeningen van tenminste duizend CDA-leden. „Ondanks de verschillen in opvattingen, jullie zijn allemaal loyale CDA’ers’’, zo trachtte Bleker de verschillen toe te dekken.

Dat zal hem niet lukken. De PVV werkt als een splijtzwam binnen de partij. Naarmate de onderhandelingen over een coalitie langer duren, zal het rumoer over mogelijke samenwerking met de PVV toenemen. Elke dag verschijnen er lijstjes met wie de CDA-partijleiding wel, en wie haar geen steun toezegt.

Als er inderdaad een akkoord komt met de VVD, gedoogd door de PVV, wordt het door de partijleiding toegezegde speciale congres het hoogtepunt. Stemt de achterban in met dit ’bijzondere’ kabinet?

Willem Aantjes, in de jaren zeventig de eerste fractievoorzitter van het CDA en tegenstander van samenwerking met de PVV, voorspelt, op basis van zijn ervaringen binnen de partij, hoe dat congres zal verlopen. „Er wordt gezegd: congres, we hadden een goede bijeenkomst. We hebben goed naar iedereen geluisterd, we hadden een open en eerlijke discussie. De PvdA bood geen mogelijkheid tot een andere coalitie. De fractie heeft ingestemd met het onderhandelingsresultaat. Onze principes hebben we niet verloochend. Wij verzoeken jullie hiermee in te stemmen. En dat zal gebeuren. Want de meerderheid heeft niet de behoefte de partijvoorzitter, Maxime Verhagen, en Ab Klink te desavoueren.”

Ondanks zijn voorspelling wordt de druk op de partijleiding gaandeweg groter. Een behoorlijk aantal partijprominenten liet zich kritisch uit over de samenwerking, Willem Aantjes en Doekle Terpstra voorop, maar ook Dries van Agt, Hans van den Broek, Herman Wijffels, Cees Veerman en Bert de Vries.

Voor het CDA is dat bijzonder. Decennialang wist de partij de gelederen gesloten te houden. De PvdA keek de afgelopen jaren steevast jaloers naar het CDA. Is er bij de sociaal-democraten bijna chronische verdeeldheid over welke koers de partij dient te varen, bij het CDA bleef het rustig. De samenwerking met de Lijst Pim Fortuyn in 2002, een partij met toch niet al te misselijke standpunten over migratie, integratie en de islam, veroorzaakte lang niet zo veel discussie als nu.

Deze keer is alles anders. De vraag of het CDA kan samenwerken met de PVV raakt bijna iedere CDA’er persoonlijk. Het is in enkele weken tijd een principiële kwestie geworden, waarbij ook met het partijlidmaatschap wordt gewapperd. De kwestie doet qua intensiteit en betrokkenheid van partijleden nog het meest denken aan twee diepgravende affaires die de partij jarenlang gijzelden: het gedogen van het kabinet-Van Agt-Wiegel tussen 1977 en 1981 en het stationeren van kernwapens, eerst de neutronenbom en in de jaren tachtig de kruisraketten.

Willem Aantjes en zes andere CDA-Kamerleden gedoogden in de jaren 1977-1981 het kabinet Van Agt-Wiegel. Zij waren teleurgesteld, omdat de formatie met de PvdA, de grote winnaar van de verkiezingen in 1977, was mislukt. Het waren de jaren dat de electoraal wegkwijnende christelijke partijen – Katholieke Volkspartij (KVP), Christelijk-Historische Unie (CHU) en Anti-Revolutionaire Partij (ARP) – hoewel formeel nog niet gefuseerd, onder de noemer CDA al wel een Kamerfractie vormden. De vraag was wat het karakter moest zijn van die nieuwe partij, die in oktober 1980 werd opgericht: een bevlogen christelijke volkspartij waar de christelijke beginselen een belangrijke rol speelden of meer een machtspartij waarin de beginselen er minder toe deden?

De linkervleugel van de ARP maakte zich onder aanvoering van Aantjes sterk voor het eerste.

De katholieken waren meer geïnteresseerd in de macht, al voelden zij het CDA ook als een oecumenisch project en speelde idealisme dus zeker een rol.

Na langdurige en uiteindelijk mislukte onderhandelingen met de PvdA van Den Uyl, kon Dries van Agt bijna in het geniep een regeerakkoord sluiten met Hans Wiegel (VVD). Aantjes en zes progressief georiënteerde Kamerleden, voornamelijk van gereformeerde huize, hadden er grote moeite mee dat de PvdA met lege handen achterbleef. Het CDA/VVD-kabinet had slechts een Kamermeerderheid van 77 zetels, waardoor Aantjes c.s het lot van het kabinet in handen hadden.

Het bizarre van de situatie was, zo herinnert Aantjes zich, dat hij als plaatsvervanger van Van Agt, die bij de koningin zat, tegenover het congres het regeerakkoord moest verdedigen, terwijl hij het er principieel niet mee eens was. Dat vereiste een bijzondere formulering. „Wij steunden niet de coalitie, legde ik het congres uit, maar waren wel loyaal aan onze geestverwanten in het kabinet.”

Zo werd het kabinet Van Agt-Wiegel gedoogd. Aantjes en de zes andere CDA’ers gingen voortaan als ’loyalisten’ door het leven.

De spanningen waren daarmee niet verdwenen. Het sobere sociaal-economische beleid onder Van Agt, de neutronenbom en later de plaatsing van kruisraketten onder het eerste kabinet-Lubbers, voortdurend speelden de sentimenten in het CDA op, waarbij de loyalisten een rol speelden. Aantjes was in die tijd al van het toneel verdwenen, als gevolg van zijn vermeend oorlogsverleden.

Oud-Kamerlid en journalist Jan Schinkelshoek vindt dat Piet Bukman, de eerste voorzitter van het CDA, de partij in beide kwesties knap bij elkaar wist te houden. Hij wilde vergaderingen nog wel eens openen met Bijbelteksten over de noodzaak van eenheid in de gelederen.

Hans de Boer, voormalig loyalist, noemt Bukman de sergeant van de partij. Volgens hem was Ruud Lubbers de leider die de partij bij elkaar hield. „Lubbers is cruciaal geweest voor het overleven van het CDA.”

Aantjes ziet het anders: „Dat de drie partijen tijdens Van Agt bij elkaar zijn gebleven is te danken aan de loyalisten. Niemand kon zich toen veroorloven het CDA te laten mislukken. Dat zou een kamikazeactie zijn geweest. We hadden ook draagvlak en respect in de partij.”

Zelf vindt Bukman dat de loyalistenkwestie of de kruisraketten niet te vergelijken zijn met wat er nu speelt. „Het ging toen om inhoudelijke punten, de kwestie ligt nu veel principiëler”, zegt hij.

Dat zijn de loyalisten van weleer wel met hem eens. Sytze Faber, afkomstig uit de ARP, meent: „Alles wat er nu speelt was bij de totstandkoming van het CDA al in de kiem aanwezig. Voor de oprichting van het CDA hadden we in Nederland een flexibel confessioneel centrum. Soms ging de samenwerking over rechts, dan weer over links. In die tijd, de jaren zeventig, ging het over links. In Nederland overheerste de progressieve cultuur. Toen werd het CDA gevormd. De drie christelijke partijen zochten de samenwerking op, uit nood, omdat ze apart steeds meer terrein verloren. Door die eenwording zou de politiek geleidelijk gaan veranderen. Ik heb destijds al voorspeld dat het CDA als een van de twee grootste partijen zich zou ontwikkelen tot de natuurlijke tegenstander van de PvdA. Wie wordt bij de verkiezingen de grootste: Den Uyl of Van Agt. Daar ging het om.”

Nog steeds draait het om de machtsvraag, meent Faber: „De partij wil hoe dan ook regeren. Ze is bang dat ze in de oppositie zal wegkwijnen. Over identiteit wordt nauwelijks gesproken. Macht is de samenbindende factor.”

Nu desondanks, tegen de overheersende partijcultuur in, een tegenbeweging op gang is gekomen, moet Faber terugdenken aan de heftige discussies gedurende de oprichtingsfase van het CDA. „We zijn terug in de tijd. Er wordt weer gesproken over beginselen, zij het dat de discussie nu een laagje dieper gaat. Immers, de vrijheid van godsdienst staat op het spel, de vraag of die voor iedereen geldt. Dat is een kardinaal punt. Het CDA staat voor de Rubicon. De vraag is of de partij oversteekt of niet.”

Hans de Boer: „Als ARP waren wij destijds fel tegen samenwerking met de communisten, omdat communisten de geestelijke vrijheid onderdrukten. De situatie is met de PVV niets anders. Ook die partij wil de geestelijke vrijheid onderdrukken, van moslims.”

Faber meent dat het CDA in één opzicht, vergeleken met dertig jaar geleden, enorm heeft gewonnen: „Destijds stonden in de discussie katholiek en protestant recht tegenover elkaar. De loyalisten telden slechts één katholiek, Stef Dijkman. Nu is er ongelooflijk veel adhesie vanuit katholieke kring voor het kritische manifest ’Wij staan voor onze grondrechten’. Het mooiste symbool vind ik wel dat ik, destijds dissident, nu met Van Agt in hetzelfde schuitje zit.”

Hans de Boer geeft Verhagen op dit moment het voordeel van de twijfel. „Ik ben nu benieuwd naar het resultaat, maar uit de grond van mijn hart zeg ik dat hij en zijn medeonderhandelaars er nooit aan hadden moeten beginnen.”

De gedoogconstructie met de PVV doet oud-loyalist Jan van Houwelingen in de verte denken het gedogen van het kabinet Van Agt-Wiegel. „Bij gedogen wordt een verbinding gelegd met iets wat niet kan, maar dat toch zal moeten. De situatie van nu is echter totaal anders dan toen. De kwestie ligt nu veel principiëler.”

Niemand kan voorzien wat er met het CDA gebeurt als er daadwerkelijk gekozen wordt voor de PVV. Het Turkse CDA-raadslid Ali üzyürek zei deze week huilende moslims aan de telefoon te krijgen die de samenwerking met de PVV vrezen. Er zullen CDA’ers zijn die de partij verlaten, zoals Doekle Terpstra heeft aangekondigd. Hoeveel anderen hem zullen volgen is onduidelijk. CDA’ers voelen zich in hart en nieren verbonden aan de partij.

Iets anders is het parlementaire draagvlak. De coalitie kan rekenen op meerderheid van één stem in de Tweede Kamer, terwijl van tenminste één CDA-Kamerlid bekend is dat hij een voorbehoud heeft gemaakt en dat anderen in de fractie worstelen met hun standpunt over de PVV. Daarmee lijkt de situatie op 1977 toen de loyalisten het kabinet-Van Agt-Wiegel gedoogden.

Eén van de twijfelaars in de fractie verwoordt het zo: „Kun je tegen samenwerking met de PVV stemmen als je partij ermee instemt?”

Ben je, kortom, als Kamerlid, loyaal aan je fractie of partij of blijf je trouw aan je eigen opvattingen?

21 november 1981: demonstratie in Amsterdam tegen kernwapens. De discussie spleet het CDA. (FOTO ANP ) Beeld
21 november 1981: demonstratie in Amsterdam tegen kernwapens. De discussie spleet het CDA. (FOTO ANP )
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden