Overijssel toont dat Jan Voerman meer schilderde dan alleen IJsselgezichten

Schilder Jan Voerman sr. dankt zijn in de laatste jaren sterk gegroeide belangstelling in hoge mate aan de vele voorstellingen die hij aan de boorden van de IJssel heeft gemaakt. Het beeld van een wat monomane IJssel-schilder met imponerende wolkenluchten boven lodderig herkauwend vee is vooral ontstaan door het niet-aflatende enthousiasme van zijn voornaamste pleitbezorger, de acteur en collectionneur Henk van Ulsen. Nu drie musea in Zwolle (Museum de Fundatie), Hattem (Voermanmuseum) en Kampen (Stedelijk Museum) de 150ste geboortedag van Voerman senior aangrijpen voor een brede retrospectieve, kan dit beeld worden bijgesteld.

Behalve een fantastische landschapsschilder was Voerman (1857-1941, vader van Verkade-schilder Jan Voerman jr.) ook een begenadigd uitbeelder van intieme scènes als verstilde bosgezichten en romantische stillevens. Het romantische aspect in zijn oeuvre gaat zo ver dat het als een anachronistisch thema in de kunst van zijn tijd kan worden gezien. Dat lijkt vooral veroorzaakt te zijn door de geïsoleerde plek die Voerman sr. innam. Geografisch omdat hij zelden op een andere plek dan in de omgeving van Hattem of Kampen werkte, stilistisch omdat hij nooit van plan was zich met de experimentele kunst in zijn tijd bezig te houden.

Jaren geleden legde Henk van Ulsen zijn enthousiasme voor de IJsselschilder neer in een verzameling doeken en aquarellen. Nadat hij zijn collectie in Zwolle en Kampen had ondergebracht, kon Van Ulsen er niet toe komen om zijn vergaarlust te beteugelen en begon hij opnieuw. Zijn keus is nu in Museum De Fundatie in Zwolle te zien.

Dat is bij uitstek een plek voor kunst die in Overijssel is gemaakt en daar ook bijeen wordt gehouden. Dat laatste geldt in mindere mate voor het Stedelijk Museum in Kampen, waar Voerman is verzameld vanwege het feit dat hij daar een pied-à-terre heeft gehad. Maar de meest geëigende plek om Voerman te tonen is natuurlijk het naar hem genoemde museum in Hattem, niet toevallig de locatie waar Voerman zo veelvuldig een aanleiding vond voor zijn werk.

Want zowel aan de rivierkant waar het roodbonte vee en de paarden in de dan droge uiterwaarden stonden was hij vaak te vinden, als aan de boszoom die aan de andere kant van de schilderachtige plaats is te vinden. Tenslotte was daar ook het atelier waar Voerman zich met weinig anders dan een gemberpot, wat bloemen (rozen, oost-indische kers) en een beeldje tevreden wist te stellen voor zijn ’stil leven’.

Het zijn die zorgvuldig gecomponeerde ensembles èn de mystieke bostaferelen die het beeld van de monomane IJsselschilder recht trekken. In de riviergezichten is Voerman nog een late vertegenwoordiger van wat voor het Hollandse impressionisme doorging, de Haagse School met zijn waardering voor wolkenluchten die grijsgrauw van toon zijn. Voerman schilderde tot halverwege de jaren twintig impressionistisch - een beweging die na 1880 op zijn retour was maar door Voerman onverkort werd gehandhaafd - maar hij ging er weinig toe over om zijn landschappen op toon te houden, zoals Mauve, Roelofs en Jacob Maris dat wel deden. Daarvoor balanceerde hij te vaak op de rand van het realisme. Voor hem betekende het dat hij nooit de werkelijkheid, in dit geval de natuur, uit het oog wilde verliezen. Het weerhield hem er echter niet van om in de natuur zaken te vinden die hij alleen door een eigen interpretatie op doek kon weergeven. Het is de vraag of hij de wolken boven de IJssel echt zo heeft gezien of dat hij dacht ze zo te zien. De landschappen rond de IJssel worden bij Voerman minder door de koeien - die toch vaak stoffering zijn, ze dragen geen eigen karakter uit behalve als ze als individu op stal worden gezet - dan wel door de luchten er boven gedomineerd.

In dat verband is het interessant te weten dat de hoedanigheid van het licht boven het water na de afsluiting van de tot dan zo roerige Zuiderzee anders is geworden dan voor 1932. Van Ulsen, die niet raakt uitgekeken op de IJsselgezichten, is zich van die wijziging in het licht ook bewust, maar hij kan zich geen werk voorstellen waarin Voerman zich rekenschap geeft van die verandering. Vooral niet omdat Voerman na 1925 zijn hele kleurengamma in de wolkenluchten omgooit.

In dat jaar wordt Borculo, dat op 60 kilometer afstand van Hattem in de Gelderse Achterhoek ligt, door een windhoos getroffen. Voerman liet vanaf dat moment de IJssel onder een van onheil bezwangerde wolkenlucht stromen. De natuurramp had voorgoed zijn leven op zijn kop gezet.

Al eerder poogde Voerman de mystieke krachten die in de natuur schuil gaan, bloot te leggen. Intrigerend zijn de bosgezichten, een onderwerp dat gedurende een korte periode (tussen 1902 en 1908) in een naar het symbolisme tenderende stijl wordt uitgebeeld. Spannend wordt het als daar plotseling een eenvoudig vakantiehuisje opduikt, als ware het een onderkomen voor een bosgod.

Hoewel Voerman in dergelijke bosgezichten de sprookjesachtige uitwerking van zijn bruin-gouden verf-effecten niet schuwt, is hij schilder genoeg om niet in nostalgische zwelgpartijen te blijven steken.

Nuchter en formeel-analyserend als zijn abstract schilderende collega’s werd hij echter nooit. Om dat te voorkomen had hij de oevers van de IJssel als een bastion rond zich opgetrokken: de moderne wereld hield ver buiten zijn atelier op te bestaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden