OVERHEMDEN VAN NIVEAU Jan Lenferink koopt ze in Londen

De expositie 'Over het hemd' duurt tot en met 12 december. De openingstijden van museum Het Palthehuis aan de Marktstraat in Oldenzaal zijn: dinsdag tot en met vrijdag van 10 tot 12 en van 2 tot 5 uur. Zaterdag en zondag: 14.00 tot 17.00 uur.

Een streepjesoverhemd van Jan Lenferink ontbreekt in de expositie 'Over het hemd', die tot en met 12 december is te zien musuem Het Palthehuis in Oldenzaal. Verder geeft de tentoonstelling een aardig beeld van de evolutie die het mannenoverhemd in de loop der eeuwen heeft doorgemaakt. Want tussen wat in de volksmond het JanLenferinkhemd heet en het eerste lijfshemd liggen eeuwen geschiedenis. Ooit deed het 'lijfshemd' dienst als hemd en onderbroek tegelijk. “Tot het einde van de achttiende eeuw reikte het lijfshemd tot over de knie en werd het tussen de benen doorgeslagen. Dat is pas verdwenen toen nauwere broeken voor mannen in de mode kwamen”, zegt Ellen ter Hofstede, conservator van de kostuumafdeling van het Drents Museum in Assen, die de officiele opening van de tentoonstelling in Oldenzaal verrichtte.

Het lijfshemd werd nog over het hoofd aangetrokken. Pas honderd jaar geleden kwam het 'jasmodel', dat aan de voorzijde geheel door knopen wordt gesloten, in zwang. Veel hemden waren in die tijd nog voorzien van een zogeheten broeklip - met behulp waarvan het hemd werd bevestigd aan de binnenkant van de broek - waarmee het risico van 'vlaggen' teniet werd gedaan. Een hemd met broeklip, afkomstig uit de collectie van kasteel Het Twickel bij Delden, is in Oldenzaal te zien. Evenals curiosa als losse kragen, frontjes en manchetten van textiel, papier en celluloid.

Broeklip

Afneembaren boorden en manchetten werden rond de eeuwwisseling als een revolutionaire vinding gezien, waarmee kon worden voorkomen dat het overhemd elke dag in de was moest. 's Avonds konden de boorden en manchetten worden geschrobt met groene zeep en 's ochtends werden ze met knoopjes weer aan het hemd gezet. De afneembare boorden en manchetten zijn onder invloed van de veranderde normen op het gebied van hygiene (een penetrant riekend overhemd met schone boorden en manchetten is ook niet alles) weer uit de mode geraakt. Maar aan de wijze waarop de kraag en manchetten zijn gefabriceerd, kan de kenner in een oogopslag nog steeds een kwaliteitshemd onderscheiden van een simpel confectiehemdje.

Plooien

“Bij een goed overhemd zijn kraag en manchetten altijd doorgestikt en het is met enkelvoudige naald genaaid. En hoe meer plooien op de plek waar mouw en manchet aan elkaar zijn gestikt, hoe eleganter de snit. Verder heeft een hemd van niveau een klein knoopje waarmee de mouwsplit dichtgeknoopt kan worden”, schrijft Karin Schacknat in het vorig jaar verschenen boekje 'De kleren van de man'. Mannen die dit eenmaal weten, zullen hun eigen overhemdencollectie waarschijnlijk in een ander licht bezien. Want van de overhemden die bij de populaire textielketens en niet al te chique kledingzaken worden verkocht, voldoet er vrijwel geen een aan deze criteria.

Het betere hemd laat men zich dan ook ook letterlijk aanmeten door een kleermaker. Of men stapt er voor naar een gespecialiseerd 'overhemdenhuis' in Parijs of Londen. Jan Lenferink verklapte onlangs in een interview zijn hemden bij 'Harvey & Hudson' in Londen te kopen. Da's andere koek dan, met alle respect, C & A.

Het aan de Place Vendome in Parijs gevestigde 'Charvet' is een ander overhemdhenhuis, dat kwaliteit pretendeert te leveren. Charvet leverde een bijdrage aan de expositie in het Palthehuis door het Oldenzaalse museum een serie halffabrikaten ter hand te stellen. Met behulp van deze losse hemdsdelen wordt stapsgewijs in beeld gebracht hoe een kwaliteitshemd wordt gemaakt.

Geen plastic knoopje

Vooral in de top van het zakenleven luistert de aanschaf van een overhemd nauw. Een beetje manager draagt in elk geval geen hemd met manchetten die zijn voorzien van een plastic knoopje. Een hemd van klasse is voorzien van zogeheten dubbele Franse manchetten zonder knoop. De eigenaar houdt de manchetten met apart aangeschafte manchetknopen, waarmee hij een 'personal touch' aan het hemd geeft, bij elkaar. En het klassieke witte hemd blijft zeker in de hogere zakenkringen populair. “Het symboliseert zuiverheid en de besmettelijkheid ervan verwijst vanouds naar de positie van de drager. Hij verricht geen vuil werk en hij kan zich een goede wasserij permitteren. Omdat een wit overhemd vaak moet worden gewisseld heeft hij er dan ook een hele collectie van. Of op z'n minst drie, naar de vuistregel 'een op de bast, een in de was, een in de kast', schrijft Karin Schacknat. Voor verkopers van het computerbedrijf IBM bijvoorbeeld, was de dracht van een wit hemd om die psychologische redenen jarenlang verplicht.

Maar ook topmanagers ontvangen van het concert des leven geen program. Het leven is ook voor hen eindig, ondanks het bezit van dure hemden, verworven macht en kapitaal. Twee geexposeerde doodshemden zorgen in die zin voor een relativerende noot op de expositie in Oldenzaal. De doodshemden, die men vroeger in Twente bij het huwelijk cadeau kreeg, hebben geen zakken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden