Overheid wordt gewone werkgever

DEN HAAG - De bonte verzameling afkortingen, waarmee de Haagse politiek toch al ruim bemeten is, neemt vandaag weer eens fors toe. De collectie wordt uitgebreid met duistere termen als de VSO, de ROP, de WOR en zo kan een tijdje doorgegaan worden. En dat allemaal vanwege de poging van het kabinet een normale werkgever te worden voor de meer dan 700 000 werknemers bij de overheid.

Tijdens een plechtige bijeenkomst in de passende entourage van een statig paleisje aan het Haagse Lange Voorhout wordt de onder de voormalige minister van binnenlandse zaken, Cees van Dijk, ingezette poging het overleg tussen de werkgever en de ambtenarencentrales gelijkwaardiger te maken voorlopig afgerond.

Acht verschillende sectoren in de overheid worden zelf verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden in hun eigen organisatie. De gemeente-ambtenaren, de rechters en officieren van justitie, het onderwijsgevend personeel, de militairen en de 150 000 ambtenaren bij de 14 ministeries zullen voortaan worden behandeld naar wat ze zijn: volstrekt onvergelijkbaar en dus uniek genoeg voor een aparte behandeling.

Voor alle acht afzonderlijke sectoren zullen de regels gelden, waarmee eerst Van Dijk en later zijn opvolger minister Dales de afgelopen jaren al experimenteerden. De gelijkwaardigheid van de ambtenarenbonden aan de werkgever wordt verzekerd doordat voor veranderingen in de arbeidsvoorwaarden altijd de instemming nodig is van een meerderheid van de bonden. De tijd dat de minister van binnenlandse zaken de facto niet meer hoefde te doen in de 'onderhandelingen' dan zijn plannen mee te delen ligt al ruim drie jaar in het verleden.

Aanbevelingen

De acht werkgevers richtten vorig week al hun eigen werkgeversvereniging op. Binnen de overheid zal het Verbond van Sectorwerkgevers Overheid (VSO) gaan functioneren als equivalent van VNO en NCW in de martksector. Samen met de vier ambtenarencentrales is het VSO vertegenwoordigd in de Raad voor het overheidspersoneelsbeleid (ROP), de overheidsvariant op de Stichting van de arbeid. Daar zullen de centrale aanbevelingen moeten worden gedaan, die (hopelijk) tot CAO-afspraken in de acht sectoren zullen leiden.

En dan nog een afkorting: het CAOP, het Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel, dat als ambtelijke staf van de commissie-Albeda en het centraal arbeidsvoorwaardenoverleg al acht jaar functioneert, zal moeten uitgroeien tot het centrum op dit terrein waar werkgevers en werknemers samen ondersteuning kunnen krijgen. Het centrum is nu al, nog voor de decentralisatie gerealiseerd is, uit de huidige behuizing gegroeid. Vijftig medewerkers ondersteunen rond 430 vergaderingen per jaar over arbeidsverhoudingen ergens in de overheidsorganisatie. Dat aantal zal de komende jaren gestaag toenemen, neemt directeur Th. Dragt aan. Zijn centrum is gisteren verhuisd naar het statige pand aan het Lange Voorhout.

Dragt benadrukt dat in eerste instantie alle krediet voor de voor de arbeidsvoorwaardenverhoudingen bij de overheid toch revolutionaire ontwikkelingen moet worden verleend aan de zo vaak miskende Van Dijk. "Weliswaar lag hij veel overhoop in het begin van zijn ambtsperiode met de centrales, maar dat veranderde later aanzienlijk. Ook de Advies- en Arbitragecommissie (onder leiding van oud-minister Albeda, LO) heeft daar een bijdrage aan geleverd. Arbeidsverhoudingen zijn in wezen machtsverhoudingen. Toen de gelijkwaardigheid tussen werkgever en bonden eenmaal onder het vorige kabinet werd erkend, is het hard gegaan" , aldus Dragt.

Dat er tussen de voorstellen van Van Dijk en de realisatie vandaag niet meer dan een jaar of vier zit, schrijft hij toe aan Van Dijk's opvolger Dales en haar topambtenaar, oud-FNV-voorzitter Hans Pont. Dragt: "Dales is een echte onderhandelaar. Als zij zegt: ik zit hier als werkgever, dan zit ze er ook als zodanig en niet in haar tweede rol als wetgever. Pont verloochent zijn verleden als vakbondsman niet, in tegenstelling tot wat sommigen denken. Hij heeft het ook voor elkaar gekregen dat op het ministerie van binnenlandse zaken de aanvankelijke vrees om macht te verliezen verdwenen is en het ministerie nu als aanjager van de decentralisatie fungeert."

Dat binnenlandse zaken macht verliest, is evident. Weliswaar zal Dales een coordinerende rol blijven spelen, maar veel machtsmiddelen om bijvoorbeeld een te kwistig met de centen strooiende collega-werkgever tot de orde te roepen houdt zij niet over. En dat terwijl zij toch de enige is die op dit terrein door de Kamer ter verantwoording kan worden geroepen.

Geen spanning

Volgens Pont is die spanning er echter niet. "Het kabinet verdeelt immers het geld over de verschillende sectoren" , zegt Pont. Dat de ene sector het geld voornamelijk voor lonen zal gebruiken en de andere juist meer aan werkgelegenheid zal doen is een gevolg dat juist beoogd wordt, benadrukt hij. "De arbeidsmarktpositie van, zeg eens, defensie is nu eenmaal een andere dan die van het onderwijs. Omdat we dat erkennen, decentraliseren we juist."

Toch blijft het de vraag of Pont de problemen niet iets te luchthartig wegwuift. Dat de som der delen groter zal zijn dan het (vroegere) geheel is immers nog niet zo'n vreemde veronderstelling. Zoals ook blijkt uit het antwoord van secretaris Th. Sonneveld van de grootste ambtenarencentrale, de ACOP. "Tot nu toe onderhandelde je voor 750 000 mensen. Alles hing met alles samen. Dat werkte allemaal als een gigantische rem. Het lot van allerlei groepen ambtenaren, die eigenlijk niets met elkaar te maken hadden, werd aan elkaar gekoppeld. Nu krijgen we kleinere eenheden, waardoor die koppeling er minder is. Dus zal de rem ook minder krachtig zijn" , aldus Sonneveld.

Hij verwacht ook veel van het feit dat sommige van die werkgevers, zoals de gemeenten, eigen inkomsten hebben uit bijvoorbeeld lokale belastingen. Mocht de minister van binnenlandse zaken te weinig geld ter beschikking stellen, dan valt er toch nog wat te onderhandelen. "Ik kan me voorstellen dat we dusdanige afspraken maken dat op een gegeven moment de gemeenten, zeg eens, de toeristenbelasting moeten verhogen of de onroerend goedbelasting."

Pont is van die dreiging niet erg onder de indruk. Dat nu bij de overheid hetzelfde zou kunnen gebeuren als in de ziekenhuizen, waar vanwege de dure arbeidsvoorwaarden afdelingen gesloten moeten worden, acht hij slechts een theoretische mogelijkheid. "Inderdaad, op sommige terreinen hebben gemeenten de vrijheid voorzieningen aan te tasten om de overblijvende ambtenaren beter te betalen. Maar daar zit dan een gemeenteraad zelf nog bij. De facto zal dat meevallen. Ik kan me tenminste niet voorstellen dat lokale politici dat zomaar laten gebeuren."

De overheid wil niet alleen de vakbeweging serieuzer nemen, ook haar eigen rol als werkgever en onderhandelaar moet volwassener worden. Daarom zal in de begroting in september niet meer duidelijk zijn hoeveel geld er extra ter beschikking komt voor arbeidsvoorwaarden. Een werkgever in de marktsector laat immers ook niet, nog voor de onderhandelingen beginnen, zien, hoeveel hij reserveert. Dat de overheid dat tot nu toe wel deed, betekende maar al te gauw dat dat als een vloer ging werken in de onderhandelingen.

Verliezend

Ook Sonneveld is daar verrassend genoeg blij mee. "Ik heb daar altijd op aangedrongen. Voor ons werkte het immers ook zo uit. Onze achterban ging er automatisch van uit dat dat sowieso binnen was. Waardoor de onderhandelaars in een positie gemanoeuvreerd werden die al gauw als verliezend overkwam op die achterban. Meer marktconform opereren betekent dat de inzet van beide partijen geheim moet zijn."

Maar wat betekent dat voor de Kamer? Het parlement koestert immers zijn recht om mee te praten over de verdeling van het geld. Als de hoeveelheid geheim is, wordt dat recht aangetast. Sonneveld: "De Kamer moet niet zeuren. Dat recht wordt niet uitgehold. Wellicht kun je de Kamercommissie ambtenarenzaken vertrouwelijk informeren of zoiets. Natuurlijk hebben ze minder kans zich met alle details te bemoeien, maar dat is alleen maar goed. De details zijn een zaak van de werkgevers en de werknemers, daar bemoeide de politiek zich toch al veel te veel mee."

Daar kan Pont het alleen maar mee eens zijn, gezien zijn uithaal maandag naar de Kamer. Een in een sector gesloten akkoord kan door de Kamer niet meer afgewezen worden, zo zei hij op een congres aan het adres van het CDA dat juist op hetzelfde moment minister Ritzen van onderwijs kapittelde. Het nieuwe stelsel zorgt ervoor dat het CDA geld voor de aanvangssalarissen niet meer kan blokkeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden