Overheid mag onderwijs aanspreken op morele opvoeding leerlingen

In de bijlage 'LETTER EN GEEST' van zaterdag 6 maart werd onder de kop 'Meelopers en dwarsliggers' de rede afgedrukt die pedagoge Lea Dasberg hield ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van Trouw. De rede, uitgesproken bij de opening van de Nederlandse Onderwijstentoonstelling in Utrecht, had als thema gehoorzaamheid als deugd: een pleidooi voor morele opvoeding. Op deze pagina een reactie van de minister van onderwijs en wetenschappen. De auteur is minister van onderwijs en wetenschappen.

Toen ik het initiatief nam om het debat over de pedagogische opdracht van de school een nieuwe stimulans te geven, was ik mij er zeer van bewust dat mijn rol als minister in dat debat slechts een beperkte kon zijn. Het is niet aan een minister om voor burgers te bepalen welke waarden en normen voor hen horen te gelden. En het is ook niet aan een minister van onderwijs en wetenschappen om uit te maken hoe scholen bij de vervulling van hun pedagogische opdracht te werk moeten gaan.

Ik realiseerde mij dus zeer wel dat succes van vernieuwde en intensere aandacht voor morele opvoeding afhankelijk was van de betrokkenheid van burgers en in het bijzonder van hen die direct in en rond het onderwijs daaraan kunnen werken. Ik had er vertrouwen in dat die verantwoordelijkheid zou worden herkend en opgepakt, omdat ik vele signalen kreeg, dat ik niet de enige was die vond dat er iets moest gebeuren.

Ik ben daarin niet teleurgesteld. Er zijn zeer veel reacties op mijn uitnodiging gekomen. Het departement heeft een groot aantal brieven en documenten toegestuurd gekregen. In alle onderwijsbladen zijn artikelen verschenen, soms zelfs series van bijdragen. Ook in de algemene pers is er veel aandacht aan besteed. En er zijn nogal wat publikaties verschenen waarin in meer brede zin wordt ingegaan op burgerschap en publieke moraal en waarin onderwijs ruim aandacht krijgt.

De bijdrage van mevrouw Dasberg neemt daarin een bijzondere plaats in, omdat zij, als ik het goed zie, er zowel in slaagt een bijdrage aan de discussie op meer algemeen, abstracter niveau te leveren, als de toon te vinden die rechtstreeks onderwijsgevenden en ouders aan kan spreken.

Het voordeel van een goed gevoerde publieke discussie is dat daarin meer helderheid van begrippen en bedoelingen kan ontstaan. Ik heb mij bij het lezen van sommige reacties gerealiseerd, dat mijn intenties niet voor iedereen even helder zijn. Mij is verweten een te simpele opvatting te koesteren, als zou het erom gaan normen en waarden over te dragen zoals je kennis over de Nederlandse bodemgesteldheid overdraagt. Sommmigen verdenken mij er ook van, dat ik een setje waarden en normen achter de hand heb, dat op een goed gekozen moment in circulaire-vorm op de deurmatten van de Nederlandse scholen zal vallen.

Misverstanden moet een schrijver of spreker altijd in eerste instantie aan zichzelf wijten, en niet aan zijn lezers of toehoorders. Ik maak daarom van deze gelegenheid gebruik om mijn bedoelingen op een aantal punten te verduidelijken, zodat we aan die misverstanden geen energie meer hoeven te verspillen.

Ik wil ten eerste duidelijk maken dat ik de pedagogische opdracht niet vereng tot een eenvoudige formule als "de overdracht van waarden en normen" . De pedagogische opdracht van de school behelst, in mijn visie, drie aspecten.

Ten eerste heeft zij een algemeen maatschappelijke betekenis: de voorbereiding van leerlingen op hun leven in een democratische samenleving.

Ten tweede betreft zij de relatie tussen onderwijs en levensbeschouwing.

En ten derde gaat het om de verhoudingen binnen scholen, vooral die tussen leerlingen, leerkrachten en ouders.

In mijn notitie van juni vorig jaar doelde ik op alle drie aspecten. De betrokkenheid van de overheid is echter bij elk van die aspecten een andere. Ik begin met het eerste punt. Gedeelde waarden en normen zijn onontbeerlijk voor elke samenleving om te kunnen functioneren. In een democratische samenleving moet de vraag om welke waarden en normen het dan gaat, worden beantwoord door burgers. Dat antwoord moet gebaseerd zijn op keuzes die burgers zelf, vrijwillig, maken.

In het debat over de pedagogische opdracht van de school wordt gezocht naar een nieuwe balans. Het gaat niet om een eenvoudige terugkeer naar traditionele waardenpatronen. Waarden en normen moeten de actieve verantwoordelijkheid van burgers zijn. Zij nemen ze in beschouwing, discussieren met elkaar daarover, en maken keuzes. Daarbij worden als het goed is zowel tradities als vernieuwing zorgvuldig in ogenschouw genomen. En als keuzes gemaakt zijn, nemen burgers gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de naleving van die keuzes.

Scholen hebben hierbij een belangrijke rol. Zij helpen kinderen de kennis, houdingen en vaardigheden te verwerven die zij nodig hebben om op alle niveaus in een democratische samenleving te kunnen functioneren. Scholen kunnen dit overigens alleen als zij steun krijgen van ouders en van de maatschappelijke omgeving van de school. De verantwoordelijkheid voor morele opvoeding ligt in het verlengde van de verantwoordelijkheid voor moreel handelen, en die verantwoordelijkheid hebben wij allen.

De overheid past daarbij een actieve rol. Zij moet en mag scholen op die verantwoordelijkheid aanspreken en daarbij ook wijzen op de beginselen en praktijk die onze rechtsstaat maken tot wat zij is.

Een paar uitspraken wil ik daarover hier doen. Scholen moeten naar mijn oordeel expliciet aandacht geven aan racisme en vreemdelingenhaat en daarin duidelijk stelling nemen. Zij moeten leerlingen duidelijk maken wat een democratie eigenlijk is, en wat dat vraagt van mensen die daarin mogen leven en werken. Meer algemeen gezegd: de waarden en normen die op hoofdlijnen in de eerste 23 artikelen van onze Grondwet staan, zijn voor scholen basismateriaal, en geen onderwijsprogramma is compleet zonder dat leerlingen daarmee actief in aanraking worden gebracht.

Dergelijke inhoudelijke uitspraken doe ik niet over het tweede aspect: de relatie tussen de pedagogische opdracht en levensbeschouwing. In een aantal reacties is betoogd, dat ik me te exclusief heb gericht op de sfeer van de publieke moraal. In die bijdragen wordt erop gewezen, dat de werkelijke vraag niet is hoe we het evenwicht vinden tussen individuele vrijheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar dat het erom gaat het onderwijs inhoud en vorm te geven vanuit een bepaald levensbeschouwing.

Ik denk niet dat hier sprake is van een echte tegenstelling. Wel moet de minister van onderwijs uitermate terughoudend te werk gaan.

Het geven van onderwijs in Nederland is vrij. Dat betekent dat burgers zelf de mogelijkheid hebben te bepalen waar het onderwijs op gericht is en hoe het wordt vormgegeven. Welke inhoud de pedagogische opdracht uiteindelijk precies krijgt, en op welke wijze zij wordt vervuld, wordt bepaald door degenen die verantwoordelijk zijn voor het functioneren van een school, is een zaak van besturen, schoolteams, ouders. In mijn notitie heb ik dat helder aangegeven. Maar ik mag als minister het onderwijs wel op die verantwoordelijkheid aanspreken, ook waar het om hun levensbeschouwelijke identiteit gaat. Ik ben blij dat op dit punt ik bijval heb gekregen juist vanuit kringen van het bijzonder onderwijs.

De overheid bepaalt niet het te bereiken resultaat, legt geen waarden en normen op. Ze vraagt wel van het onderwijs dat het proces van gedachtenvorming, uitkristallisering en dialoog plaatsvindt waarin waarden en normen tot hun recht komen.

Dat ligt nog weer anders bij het derde aspect: de pedagogische verhoudingen binnen een school. Daar past een minister, past de overheid, niet zozeer terughoudendheid als wel onthouding van uitspraken. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij besturen, schoolleiding, leerkrachten en ouders.

Ik meen te kunnen zeggen dat ik mij daar ook aan heb gehouden.

Over de wijze waarop scholen te werk kunnen gaan, zullen ze bij anderen dan de rijksoverheid te rade moeten gaan.

Dat kan overigens ook. Er verschijnen frequent publikaties vanuit de verschillende stromingen binnen het Nederlandse onderwijs, waarin handreikingen worden geboden voor inhoud en vorm van de pedagogische opdracht binnen de school. Daarin vallen drie dingen op, die mij hoopvol stemmen.

Ten eerste is er geen sprake van gesloten benaderingen.

Ten tweede wordt over het algemeen goed gezien dat het niet gaat om een eenvoudig hervatten van de overdracht van waarden en normen, zoals dat in een meer verzuild verleden gebeurde. Aandacht voor waarden en normen in het onderwijs omvat drie facetten:

waardenorientatie: leerlingen op de hoogte brengen van wat er aan patronen van waarden en normen in de wereld gelding heeft.

waardenoverdracht: de school brengt nadrukkelijk de leerlingen de waarden en normen onder ogen waar zij voor staat, die zij waardevol acht;

waardencommunicatie: leerlingen wordt geleerd over waarden en normen te discussieren met het doel deze op hun geldigheid te toetsen.

Tenslotte valt op dat over het algemeen niet gedacht wordt aan specifieke onderdelen van het curriculum alleen. Er wordt juist aandacht gevraagd voor het functioneren van de school als geheel. Hoe werken we in de school en met ouders samen? Welke doelen streven we na? Welke regels gelden? Wat vinden we waardevol? Wat voor school willen we zijn? Dat zijn de vragen waarop men een antwoord probeert te geven of uit te lokken.

De rede van mevrouw Dasberg is wat mij betreft van bijzonder veel waarde, omdat ze voor iedereen die bij onderwijs betrokken is inspirerend kan zijn. Ze laat namelijk zien dat het verre van eenvoudig is om morele opvoeding op een goede manier gestalte te geven. Maar ze geeft ook aanknopingspunten en ze doordringt ons ervan, dat we het ons in geen geval kunnen veroorloven de pedagogische taak van het onderwijs niet voor de volle honderd procent serieus te nemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden