Overgewaaid zaadconflict

Zaailingen in een kwekerij van Monsanto in St. Louis in Missouri. (FOTO BLOOMBERG )

Percy Schmeiser, een boer uit Canada, treft in 1997 genetisch gemanipuleerd koolzaad aan langs zijn akker. Schmeiser beweert dat het zaad is overgewaaid. Als hij zijn land weer inzaait met dit zaad, wordt hij door gentech-reus Monsanto voor het gerecht gesleept wegens schending van patenten. Zo begint een slepend juridisch gevecht.

Hij wordt door zijn aanhang gepresenteerd als de moderne David, de Canadese boer Percy Schmeiser. En Goliath is het Amerikaanse concern Monsanto.

Een inderdaad reusachtige onderneming, actief in zo’n vijftig landen, door critici vaak ’Monsatan’ genoemd. Fabrikant van omstreden producten als ontbladeringsmiddel Agent Orange berucht uit de Vietnamoorlog, en groeihormonen voor vee. Tegenwoordig is Monsanto vooral wereldmarktleider in genetisch gemodificeerde landbouwgewassen.

Dus toen Schmeiser in 1998 voor het oog van de pers met Monsanto in een taai juridisch gevecht verwikkeld raakte, lag de beeldspraak voor de hand. „Monsanto had negentien advocaten. Ik één. Tegen zo’n miljardenconcern kan een gewone boer eigenlijk nooit op”, dikt de inmiddels 78-jarige Schmeiser de tegenstelling aan.

Schmeiser maakte afgelopen weken een tournee door Europa. Een strategisch moment. De Europese Commissie werkt aan een herziening van de toelatingsprocedure van gengewassen. En minister van landbouw Gerda Verburg liet vorige week nog weten dat genetische modificatie mogelijk een bijdrage kan leveren aan duurzame voedselproductie.

Eigenlijk lijkt Schmeiser in niets op de David uit het Oude Testament. Hij is geen eenvoudige herdersjongen, noch eenvoudige Canadese boer. Schmeiser had bijvoorbeeld, naast zijn boerenbedrijf met ruim 550 hectare grond – Schmeiser: „Een gemiddelde bedrijfsomvang in Canada” – een in zijn regio gerenommeerde handel in landbouwzaad. Hij reisde met echtgenote Louise veel door Afrika en Azië, was jarenlang burgemeester van zijn woonplaatsje Bruno en gedeputeerde van het provincie en federaal bestuur. Hij kan zijn woordje dus uitstekend doen. „Ik was gewend aan het publieke leven”, zegt Schmeiser bescheiden. „Mijn hele bestuurlijke leven hield ik me al bezig met de impact van regels op het bestaan van boeren.” En precies daar draait de geschiedenis om die hem tot icoon van de milieubeweging maakte. Over zijn strijd is zelfs een film gemaakt. Titel: ’David tegen Goliath’.

Schmeiser treft in het voorjaar van 1997 langs zijn akkers genetisch gemodificeerde koolzaad aan. Deze koolzaad blijkt, anders dan alle onkruid, een behandeling met het onkruidbestrijdingsmiddel Roundup van Monsanto met glans te doorstaan. Duidelijk een geval van besmetting, concludeert de landbouwer. „Ik heb nooit zaden van Monsanto gekocht en werk altijd met eigen zaden. Daarin zit vijftig jaar kennis en ontwikkeling.”

Schmeiser denkt dat de wind stuifmeel van de genetisch gemodificeerde koolzaad naar zijn akkers bracht. Zijn buurman – eveneens koolzaadboer – had die koolzaad van Mosanto ingezaaid, als een der eersten in de regio. „Maar ook vogels, bijen, herten kunnen pollen meedragen in hun veren of vacht”, zegt de boer.

Hij haalt inspecteurs van Monsanto erbij en labproeven wijzen uit dat aan de randen van zijn akkers inderdaad koolzaad groeit met de door Monsanto gepatenteerde gen en cel. Deze patenten maken de plant resistent tegen Roundup, waardoor percelen gemakkelijker te bewerken zijn.

Het jaar daarop zaait Schmeiser zijn land opnieuw in. En daarvoor gebruikt hij, zoals hij al vijftig jaar gewoon is, zaden die hij het voorgaande jaar overhield. Ook zaden van ’Monsanto-planten’.

Reden genoeg voor de multinational om Schmeiser voor het gerecht te slepen op beschuldiging van het schenden van patenten. Hij is immers geen licentiehouder van Monsanto en vermeerdering van Monsanto-zaden is strikt verboden, zodat boeren ieder jaar nieuw zaaigoed moeten bestellen. Het bedrijf wil immers geld verdienen.

Dat Monsanto er een zaak van maakt, is begrijpelijk. Uit de processtukken blijkt bijvoorbeeld dat Schmeiser, anders dan je zou verwachten, bewust de planten met de door Monsanto gepatenteerde cel en genen verzamelde, het zaad ervan apart won, bewaarde onder dekzeil van zijn pick-up en in een fabriek liet opwerken tot zaaigoed. Voorjaar 1998 zaaide hij dat uit over ruim vierhonderd hectare grond. Dat is, verklaarde een getuigendeskundige later tijdens de rechtzaak, dan ook de échte reden waarom in 1998 het percentage gen-planten op zijn akkers zo hoog is: 95 tot 98 procent. Een verklaring die de rechtbank volgde. Monsanto liep hierdoor aan licentierechten bijna negenduizend euro mis en vreesde voor zijn monopolie. Wat als andere boeren Schmeiser volgen?

Maar het verweer van Schmeiser is ook begrijpelijk. „Als boer heb je altijd het recht de opbrengst van de land te gebruiken en dus je eigen zaden te bewaren en te zaaien. Dat is een historisch recht. Dat zaad van Monsanto onze oogst besmet, maakt Monsanto nog geen eigenaar van onze oogst.”

De juridische strijd beliep, door hoge schadeclaims en gepeperde advocatenkosten, al snel in de miljoenen. „Daardoor is in dit soort zaken eigenlijk geen sprake van recht”, zegt de boer uit Canada. „Zo’n miljardenconcern kan natuurlijk heel gemakkelijk een juridische uitputtingsslag voeren. Voor boeren wier oogst besmet raakt, rest er naast faillissement dan maar één optie: het contract tekenen dat Monsanto hen voorhoudt. Met daarin uiteraard een forse schadevergoeding.” De afgelopen jaren klaagde Monsanto honderden boeren in Noord-Amerika aan wegens patentinbreuk.

Door een hypotheek op hun boerderij te nemen en land te verhuren, lukte het Percy en echtgenote Louise het hoofd boven water te houden. Want de rechter in eerste aanleg besloot januari 2004 dat in dit geval het patentrecht uitgaat boven het recht van de boer. Schmeiser wist immers al in 1997 dat zijn koolzaad resistent was tegen Roundup, maar deed of zijn neus bloedde door de zaden te separeren, te bewerken en het volgende jaar gewoon in te zaaien. „Maar die rechter had weinig verstand van het boerenrecht”, zegt Schmeiser, die dus in beroep ging.

De juridische procedure belandt uiteindelijk tot op het hoogste juridische niveau, de hoge raad van Canada. Een kleine meerderheid van dat college – vijf rechters tegen vier – oordeelt in mei 2004 dat Schmeiser inderdaad inbreuk pleegde op de Monsanto-patenten. Maar omdat er op zijn land geen sporen van Roundup zijn aangetroffen, had hij niet geprofiteerd van de gepatenteerde cel en genen en dus geen bewust gebruikgemaakt van de uitvinding. „De schadeclaims worden afgewezen, beide partijen moeten hun eigen juridische kosten dragen”, besluit het hoogste rechtscollege. De Canadese politiek wordt bovendien aanbevolen een juridisch antwoord te formuleren op de onderliggende, morele vraag van de rechtszaak Schmeiser-Monsanto: wie is eigenaar van het leven? De samenleving, de boer of de eigenaar van een gepatenteerde cel of gen in een plant?

De uitspraak wordt door beide partijen als winst uitgelegd. Monsanto, omdat het patentrecht gezegevierd heeft. Percy Schmeiser, omdat hij met geheven hoofd naar zijn boerderij kan terugkeren, bejubeld door organisaties als Greenpeace en de biologische beweging. De juridische kosten worden goeddeels gedragen door zijn sympathisanten. In 2007 krijgt hij samen met zijn echtgenote in Stockholm de alternatieve Nobelprijs uitgereikt.

Sindsdien reist de boer op uitnodiging de wereld af. Zijn boodschap is eenvoudig: stop Monsanto, stop genetische geknutsel aan gewassen. „Hier in Europa heb je keus. Maar in Canada, een enorm land, heeft Monsanto binnen tien jaar tijd het land overspoeld. Besmet wordt je gewas altijd. Ganzen, eenden, zwanen nemen stuifmeel mee in hun veren, herten en konijnen in hun vacht. Wetenschappers hebben bewezen dat pollen zo gemakkelijk vijftig mijl kunnen overbruggen.” Schmeisers aanvankelijke verklaring dat de wind ongewenste pollen naar zijn gewassen transporteerde, bestempelde de rechter in 2000 op basis van deskundigenonderzoek nog als ’onwaarschijnlijk’ gezien de geconstateerde hoge besmettingsgraad. Inmiddels meldt het Canadese ministerie van landbouw op basis van nieuw onderzoek dat wind en insecten weldegelijk stuifmeel over afstand van 4 kilometer kunnen transporteren.

„Maar besmetting kan ook langs andere weg”, weet Schmeiser. „Bijvoorbeeld via transport. In Canada is er een loonbedrijf dat na de maïsoogst een combine helemaal reinigde. Daarna werd het machien gedemonteerd, om te checken of het écht schoon was. Daar leverde uiteindelijk nog tien kilo maïs op.”

Is de strijd tegen genetisch gemodificeerde gewassen daarmee verloren? Schmeiser veert op. Nee, denkt hij, de wal zal het schip keren. „Na de affaire zijn we gestopt met koolzaad. Twee jaar na dato troffen we echter nog steeds gemodificeerde koolzaad aan op onze 1400 hectare. Kennelijk is het onbeheersbaar.” Dat roept de vraag op wie er aansprakelijk is voor de schade. „Die schade kan natuurlijk aanzienlijk zijn. Zeker voor biologische boeren. Is je oogst eenmaal besmet, dan kost het drie jaar voordat je weer biologisch mag boeren. En wie draait voor de kosten op? En accepteert de afzetmarkt het dat er genetisch gemodificeerde gewassen worden verbouwd?” Canada was bijvoorbeeld een van de grootste koolzaadproducenten ter wereld. „Maar naast Mexico en de VS houden andere landen hun grenzen potdicht voor onze gewassen, uit vrees voor besmetting. Maar ook onverwachte schadeposten ontstaan. Onze imkers kunnen bijvoorbeeld hun honing niet meer slijten aan Europa”, zegt Schmeiser. Volgens de Canadian Honey Council, een associatie van 8000 imkers, is deze afzetmarkt zich evenwel weer aan het herstellen.

Juist met oog op die aansprakelijkheid was de laatste schermutseling van Percy met Monsanto interessant, meent hij. „Monsanto weigerde zijn koolzaadplanten van ons land te verwijderen. De rekening daarvoor, omgerekend 395 euro, zond ik vervolgens naar Monsanto.” Omdat de chemiereus weigerde te betalen, trof David Goliath weer voor de rechter. „Wij konden dat best betalen. Maar het ging ons om het principe”, zegt Schmeiser. „Wij wilden dat Monsanto aansprakelijkheid aanvaardde. En dat gebeurde. Monsanto heeft uiteindelijk onder dwang van de rechter de rekening betaald, hoewel we het contract dat ons is voorgelegd – met een zwijgplicht – natuurlijk nooit tekenden.” Maar die 395 euro – 640 Canadese dollar – is een precedent voor verdere schadezaken, meent hij. Al is daarmee zijn land natuurlijk nog lang niet verlost van gemodificeerde gewassen. „Als we tien jaar geleden hadden geweten wat we nu weten, hadden we deze gewassen waarschijnlijk nimmer toegelaten”, verzucht de boer die activist werd.

(\N)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden