Overdosis

Achter elke rouwadvertentie schuilt een verhaal. Mickelle Haest tekent de ervaringen op van een uitvaartverzorger.

Een vrouw van eind zestig zit snikkend op de bank. Twee dochters houden haar vast. Vanaf een stoel kijk ik naar een troostrijke kluwen liefde. Pas na een minuut of vijf laten ze elkaar los en zegt moeder: "Hij was pas 35."

Haar zoon is gestorven. "Hij woonde alleen, was gescheiden." Opnieuw begint moeder te huilen.

De oudste dochter neemt het gesprek over, de jongste ontfermt zich over moeder. "Hij was verslaafd. Drugsverslaafd. We hadden al heel lang geen contact meer met hem. Mijn moeder heeft het zo vaak geprobeerd, maar er was geen grip op hem te krijgen. Diefstallen, inbraken, niet te vertrouwen. Zijn huwelijk hield ook geen stand."

Ze staat op en wenkt mij mee naar de keuken. "Wij gaan even koffiezetten", zegt ze.

In de keuken zet ze een ouderwets filterapparaat aan. Rustig druppelt de koffie in de glazen kan. "Hij woonde geïsoleerd", vertelt ze. "Hij had met niemand contact. Uiteindelijk zijn de buren gaan klagen over de stank en zo is hij gevonden... Waarschijnlijk is hij gestorven aan een overdosis."

Ik knik. "Die informatie hebben wij ook gekregen."

Voorzichtig vertel ik dat hij niet meer te zien is en we de kist direct hebben moeten sluiten.

Ze slaat haar handen voor haar mond en fluistert "Oh, oh... ik snap het."

We spreken af een besloten uitvaart te organiseren zonder condoleance vooraf. "Willen jullie met hem naar mijn huis rijden op de dag van de uitvaart?" vraagt moeder als we alles geregeld hebben. "Ik zou het zo fijn vinden als hij toch nog thuis is geweest."

Met vier lege volgwagens en de rouwauto vertrekken we op de dag van de uitvaart richting moeders huis. Gisteravond heb ik de route al even proefgereden. Moeder woont in een lange straat, op de benedenverdieping. De familie verzamelt zich daar. We draaien rustig rijdend de straat in. Halverwege komen we tot stilstand. Een geul met een tentje eroverheen blokkeert de doorgang. Een drietal mannen in oranje jassen graaft door zonder op te kijken. Er is geen zijstraat of uitweg te zien. Aan beide kanten van de straat staan geparkeerde auto's; draaien is onmogelijk.

Achteruit gaat de zwarte stoet. We vragen Tomtom om hulp. Volgens de etiquette van de uitvaart moeten we rechtsvoor komen rijden. Met een grote omweg rijden we minuten later linksvoor; een andere manier is er niet.

Stemmig gekleed komt de familie naar buiten. Moeder komt bij de rouwauto staan. Ze verbergt haar ogen achter een zonnebril. Op haar wangen zitten rode vlekken. Ondersteund door haar beide dochters gaat ze in een van de volgauto's zitten. Als ook de rest van het gezelschap is ingestapt, rijdt de stoet zo statig mogelijk achteruit de straat uit.

Moeder zet haar zonnebril af, dept haar ogen en zegt: "Zijn leven was altijd al een doodlopende straat."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden