Overal heerst de schilderkunst

De schilderkunst is helemaal terug van weggeweest. Ze bloeit als nooit tevoren, beoefend als ze wordt tot in de uithoeken van de wereld.

Dat is de verheugende conclusie die getrokken kan worden na het zien van de 48ste Biennale van Venetië, die zich deze zomer uitstrekt tot de arte visive, de visuele kunsten waaronder gewoontegetrouw wel de beeldende kunsten, inclusief de fotografie, videokunst en kunstenaarsfilms vallen, maar niet de architectuur, en zeker niet de filmkunst die op andere tijdstippen zijn te zien.

Voor de Biennale worden behalve de landenpaviljoens in de Giardini (elk jaar een groter aantal; wie geen plek in de Giardini kon bemachtigen, week uit naar historische panden in de stad of werd in het Arsenale opgenomen) ook tal van op zichzelf staande tentoonstellingen georganiseerd. Van dit aanbod is de expositie 'D'Apertutto' - een speelse combinatie van de Italiaanse woorden 'dappertutto' (overal) en 'aperto' (open) - in het Italiaanse paviljoen en in de schier eindeloze zalen van het Arsenale de belangrijkste inbreng van gastcurator Harald Szeemann. Op enkele tientallen plekken in de stad, verdeeld over musea, kerken, kapellen, oratoria en paleizen, worden bovendien allerlei 'wilde' manifestaties gehouden die toch allemaal wel wat met de Biennale te maken hebben, al was het alleen maar om daarmee het potentiële kunstpubliek aan te trekken. Dat meldt zich dan ook in lange rijen voor de Accademia (voor zelden getoonde tekeningen van Da Vinci, Rafaël en Rembrandt), voor het Museo Correr (Claes Oldenburg en Coosje van Bruggen), voor de Antichi granai op Giudecca (de min of meer vergeten Britse beeldhouwer Anthony Caro) en voor de Fondazione Bevilacqua La Masa op het piazza San Marco (Jean-Michel Basquiat).

Als Apertutto het belangrijkste gezicht van de Biennale is, dan heeft Szeemann dit keer een niet uit te wissen indruk nagelaten. De 66 jaar oude Zwitser, die gepokt en gemazeld is in het vak van kunstorganisator, moet met lede ogen hebben aangezien dat vier jaar geleden een abrupt einde kwam aan het door hem opgezette initiatief om door middel van de Aperto-tentoonstellingen de Biennale van vers bloed te voorzien. Szeemann is er de man niet naar om voor welke tentoonstelling die hij ook samenstelt op safe te gaan. Hij zoekt en vindt een uitdaging in het presenteren van kunstenaars die hem na aan het hart liggen, maar veel meer nog is hij in staat om met behoud van traditionele kwaliteiten vernieuwing te vinden op terreinen waar je dat niet verwacht.

Had Jean Clair al in 1995 de schilderkunst dood verklaard, daar komt Szeemann rustig aan met de mededeling dat er in het Verre Oosten nog lustig op los wordt gesteld. Sterker nog, er wordt heel goed geschilderd in Peking en omstreken. Op 'D'Apertutto' buitelt het ene jonge talent over het andere heen. Je komt werkelijk ogen tekort om alles goed in je op te nemen en het is nog maar de vraag of een enkele van die onuitsprekelijke namen voorgoed op het netvlies zal beklijven. Want de kunstwereld wil gemakkelijke, korte namen: Appel en Beuys, Naumann en Warhol, bekken nu eenmaal beter dan Wang Xingwei, Xe Nanxing, Yang Shaobin, Yue Minjun of Liang Shaqji. Maar die Yang Shaobin, die werkzaam is in Peking en in Tanshang, maakt wel eventjes de meest aangrijpende portretten van de hele Biennale. In monochroom magenta schept hij vervreemdende koppen: Shaobin meldt zich als de opvolger van niemand minder dan Francis Bacon, de Britse expressionist die na zijn dood enkele jaren geleden zo'n leegte heeft nagelaten.

En neem Xingwei. Die schilderde het meest komische doek van de hele Biennale: een schattig Chinees jochie heeft zojuist een beroemd schilderij van Duchamp kapot getrapt en krijgt daarvoor op zijn broek (dat onderdeel uitmaakt van zijn pionierspakje, we blijven in de Mao-tijd leven). De betekenis is duidelijk. Met 'La grande verre' kondigde Duchamp het einde van de (schilder)kunst aan, deze Chinees laat zien dat ook dat statement aan een herziening toe is: het realisme van de schilderkunst mag weer leven.

Xingwei is, net als zijn andere Chinese collega's, niet geïnteresseerd in de resultaten die het schilderen met verf oplevert. Hij is een inhoudelijk schilder, en waarom zou hij ook anders. Op de academie heeft hij immers het vak geleerd (de Chinezen schilderen technisch gezien opvallend goed) om op die manier vorm aan zijn ideeën over de betekenis van het schilderij te kunnen geven. De Chinezen bieden trouwens een interessante kijk op het leven. Ze hanteren graag het element van de herhaling, dezelfde vorm keert in rotten van tien terug. Vaak zijn het psychisch verknipte mensen die in hun doeken figureren: Leninisme, Maoïsme, Culturele Revolutie en de opstand op het Tien An Min-plein hebben hun sporen in de Chinese kunst nagelaten.

Is de herleving van de schilderkunst daarmee een specifieke oosterse aangelegenheid geworden? Nee, zegt Szeemann, want hij toont ook schilders uit het Westen, al zijn ze veel kleiner in aantal. Nee, zeggen de organisatoren van landenpaviljoens als Nederland, Engeland, Australië, Frankrijk en IJsland, waar de schilderkunst nog altijd gestimuleerd wordt. En al mag Ann Hamilton met haar installatie in het Amerikaans paviljoen de meest interessante 'nationale' inzending hebben gemaakt, de prijs voor de meest intrigerende schilderkunst gaat wat mij betreft naar Thomas Arkley uit Australië. Hij neemt het streven van zijn landgenoten naar een burgerlijke leef- en woonstijl met zoveel dubbele bodems op de hak, dat waarschijnlijk weinigen doorhebben wat hij daar in dat van daglicht gespeende paviljoentje aanricht. Arkley is een uitstekend schilder (tussen de interieurs door zet hij een paar doeken neer waarop hij precies laat zien hoe hij werkt), maar net als de Chinezen wendt hij de techniek aan om er op een ongelooflijk geraffineerde manier zijn opvattingen over het leven aan te verbinden.

Deze 48ste Biennale steekt al die schilders die momenteel verweesd in de kunst bezig zijn ('waarom zou je een vak beoefenen dat door de musea dood is verklaard', zegt menig jong schilder) een hart onder de riem. Er is nog hoop, en dat zegt niet alleen een 66-jarige oude rot in het vak: de schilderkunst is overal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden