Over welk geloof heeft Nelleke Noordervliet het? (opinie)

Om te bewijzen dat geloof een ’moreel chantagemiddel’ is, is wel wat meer nodig.

Wessel Stoker en docent godsdienstfilosofie en esthetiek aan de VU Amsterdam

Als docent godsdienstfilosofie gaf ik dit jaar college godsdienstkritiek. Ik liet aankomende predikanten gesprekken voeren met mensen die kritiek hebben op het geloof, en besprak die met hen. Daaraan moest ik denken bij het lezen (Letter & Geest, 14 juni) van Nelleke Noordervliets felle kritiek op het christelijk geloof waarmee zij als katholiek meisje opgroeide. Het leek wel een verslag van een van mijn studenten, zij het fraaier geschreven. De afkeer van het vroegere geloof spreekt duidelijk uit haar negatieve bewoordingen: God als het wrede en willekeurige wezen en geloof als ’moreel chantagemiddel’.

Een dag eerder riepen in Trouw PvdA’ers Wouter Bos op om als PvdA uit het kabinet te stappen. Ook hier de afkeer van belijders van het christelijk geloof: ’Je moet de zweep van de christenen niet meer op je blote rug willen voelen’. De christenen beginnen ’weer praatjes te krijgen’. Evenals Noordervliet ergerden zij zich aan de opstelling van de ChristenUnie inzake embryoselectie.

Hoe zit het nu? Mag je in morele kwesties een beroep doen op God? Of dient men het bijbelse gebod altijd weg te laten?

Vorst Mysjkin vertelt in ’De Idioot’ van Dostojewski over het gesprek over het geloof met een atheïst: „Eén ding frappeerde mij: dat hij [de atheïst] al die tijd over iets totaal anders scheen te spreken en dat trof mij juist daarom, omdat het mij ook vroeger al, bij al mijn ontmoetingen met ongelovigen ... is opgevallen dat die lui in hun gesprekken of boeken het eigenlijk over iets totaal anders hebben, al zou je op het eerste gezicht kunnen denken dat het wel over het onderwerp ging”.

Zo vergaat het mij ook als ik het werk lees van atheïsten als Herman Philipse en Richard Dawkins.

Bij Noordervliet ligt dat anders. Het gaat over kernzaken van het geloof: over de ’willekeur van het Opperwezen’ (die vraag had Job ook) en over de vraag of godsdienst onrecht in stand houdt (soms wel).

Het is juist dat moraal godsdienst niet nodig heeft, maar dat is nog iets anders dan gelovigen het recht te ontzeggen moraal en geloof wel met elkaar te verbinden.

Nelleke Noordervliet verwoordt helaas haar kritiek zo algemeen dat deze nietszeggend wordt, of gewoon onjuist is. Voor haar bewering over Gods willekeur beroept ze zich op het verhaal van Kaïn en Abel. Waarom neemt God Abels offer wel aan en dat van Kaïn niet? Noordervliet maakt van Kaïn de held, omdat hij de mens is die zijn eigen moraal verovert. Het ontgaat haar dat Kaïns moraal geweld tot kern heeft. God roept juist het geweld een halt toe door de keten van mogelijke vergelding te stoppen. Het indrukwekkende van het verhaal is dat het witte plekken vertoont die de lezer zelf mag invullen. Dat is een eigenschap van de Hebreeuwse vertelwijze in onderscheid van Homerus’ Odyssee. Noordervliet vult de witte plekken in door Gods weigeren van het offer van Kaïn als willekeur te bestempelen en vervolgens willekeur een eigenschap van het opperwezen te noemen. Dat is een veralgemenisering, zonder argumentatie.

De levensovertuiging van atheïsten en (anders)gelovigen dient een houding voort te brengen die samenleven mogelijk maakt. Maar dan zonder de overtuiging van de ander een karikatuur te maken.

iHet stuk van Nelleke Noordervliet is nog na te lezen op www.trouw.nl/discussie

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden