Over twistende mannenbroeders en ruwe taal

null Beeld

Het grote, gereformeerde gezin waarin ik opgroeide, was eind jaren zestig een redelijke afspiegeling van de toenmalige ARP-fractie onder leiding van Barend Biesheuvel. Mijn moeder was gecharmeerd van Mooie Barend, mijn vader koesterde grote bewondering voor Bauke Roolvink, omdat hij van machinebankwerker bij de kachelfabriek Jaarsma in Hilversum was opgeklommen tot minister - hij was een autodidact; het ongewone woord werd met ontzag uitgesproken.

Mijn politieke voorkeur ging in die tijd van grote veranderingen uit naar de vernieuwers, aanvankelijk Hans van Mierlo, de Nederlandse Kennedy die na zijn doorbraak naar de Tweede Kamer in 1967 op de voorpagina van The New York Times stond; later naar de uit de ARP getreden Bas de Gaay Fortman, die na een verblijf als ontwikkelingswerker in Afrika eveneens de wereld in de nog tamelijk gesloten natie binnenvoerde. In de AR-fractie speelde ook deze drang naar vernieuwing en blikverruiming een belangrijke rol.

Misschien hadden de voorkeuren van mijn ouders en de andere 80.000 leden die de ARP destijds telde, anders gelegen of was het ook in huiselijke kring tot heftige twisten gekomen, als bekend was geweest hoezeer Biesheuvel en Roolvink elkaar naar het politieke leven stonden. De mannenbroeders betwistten elkander het leiderschap op een wijze die volgens een aantekening van de toenmalige partijvoorzitter 'weinig christelijk' was.

In zijn meeslepende biografie over Mooie Barend beschrijft de tv-journalist Wilfred Scholten de machtsstrijd tussen de kemphanen tot in de meest venijnige details. Ook gereformeerden, wordt ten overvloede duidelijk, is niets menselijks vreemd. Net zo helder is dat in de politiek veel energie gaat zitten in de strijd om de top van de apenrots. Biesheuvel en Roolvink bewezen eenvoudigweg de ervaring van de vroegere bondskanselier Adenauer dat de overtreffende trap van politieke vijand politieke vriend is.

Politiek verschilden Barend en Bauke niet wezenlijk van mening. Beiden ontwikkelden gaandeweg een steeds sterkere voorkeur voor samenwerking met de VVD (zie ook de recensie in Letter & geest, pagina 34). Maar niet alleen het machtsstreven en karakterverschillen bepaalden de verbetenheid in hun rivaliteit. Een belangrijke, misschien wel de belangrijkste, rol in hun politieke handelen speelde hun sociale positie. De gevoeligheden die daaruit voortkwamen lopen als een rode draad door Scholtens biografie. Zij laten zien dat Nederland een halve eeuw terug toch nog een standenmaatschappij was (pas in 1968 maakte de Mammoetwet een eind aan het standenonderwijs) en ook dat de ARP, net als de andere christelijke partijen, dwars door de maatschappelijke rangen en standen was georganiseerd.

Zo werd Roolvink in 1959 na zijn toetreden tot het eerste naoorlogse centrum-rechtse kabinet-De Quay vanwege zijn CNV-achtergrond voor 'verrader' uitgemaakt. Tegen Biesheuvel keek hij vermoedelijk niet op, maar hij voelde zich wel op cruciale momenten slachtoffer van kongsi's en raakte steeds verbitterder. In de strijd met Biesheuvel om het lijsttrekkerschap in 1967 liet hij partijvoorzitter Berghuis weten: 'Ik word al jaren in de hoek getrapt', waaruit de voorzitter de conclusie trok dat Roolvink een 'verkrampte persoonlijkheid' was.

Op zijn beurt keek Barend op naar de VU-hoogleraren, vooral degenen die behoorden tot het elitedispuut van de jumbonen, de Donners, de Zijlstra's, de De Gaay Fortmans en de Diepenhorsten. Toen hij in 1967 en 1971 als formateur op weg was naar het premierschap en op de ene na de andere hobbel stuitte, was een veelgehoorde vaststelling in huize-Biesheuvel: 'Ze gunnen het ons niet'. Hoewel hij zelf aan de VU had gestudeerd, maar geen lid was geweest van een dispuut, beschouwde Barend zich als een boerenjongen op wie de gereformeerde elite toch een beetje neerkeek.

Hannie van Leeuwen, die deel uitmaakte van de roemruchte AR-fracties tussen 1967 en 1977, vertelde van de week bij de presentatie van de biografie, dat Barend zich in de formatie van 1972/73 niet verraden voelde door Jaap Boersma, maar wel door De Gaay Fortman sr. Beiden besloten zonder toestemming van de partij tot het kabinet-Den Uyl toe te treden, maar Boersma deed dat volgens Hannie na een gesprek met Biesheuvel; De Gaay Fortman ging naar haar zeggen 'geheel zijn eigen soevereine gang'.

Dit kan kloppen. Na zijn besluit at Boersma met Biesheuvel, Van Leeuwen en Aantjes in het (verdwenen) restaurant House of Lords om na te praten. Volgens Hannie schoten tijdens dit etentje Barend de tranen in de ogen, omdat hij naar haar gevoel het liefst met Boersma was meegegaan, maar dat politiek niet meer kon. Met De Gaay Fortman maakte hij echter korte metten, toen deze zijn stap wilde toelichten: 'Jij bent een verrader. Je bent m'n vriend niet meer. Ik wil je niet meer zien.'

De standsverschillen en de daarmee gepaard gaande gevoeligheden speelden toen dus een voorname rol, maar bleven grotendeels binnenskamers. Nederland is nu platter, maar er lijkt zich niettemin een tweedeling te voltrekken tussen hoger en lager opgeleiden, politiek zichtbaar in de opgang van SP en PVV en de neergang van de oude, rangen- en standen verbindende volkspartijen.

Kamervoorzitter Gerdi Verbeet is de eerste die voor deze ontwikkeling, althans voor de symptomen daarvan, aandacht heeft gevraagd door zich welbewust coulant op te stellen tegenover ruwe taal in de Kamer. Ze beroept zich daarbij op artikel 50 van de Grondwet: de Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehéle Nederlandse volk. Of komt het er straks op dat neer dat het parlement zowel de ene als de andere helft van het volk representeert? De biografie over Biesheuvel geeft, hoe dan ook, het punt dat zij maakt extra reliëf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden