Over Srebrenica zijn we nog lang niet uitverteld

Een paar weken voor die traumatische datum sijpelen steevast de berichten de krant weer in. Verhalen die te maken hebben met de ondergang van de 'veilige' enclave Srebrenica op 11 juli 1995. Die dag is het haakje voor media en uitgevers om verhalen en boeken te publiceren over de moord op circa 8000 moslims en de betrokkenheid daarbij van de internationale gemeenschap.

Dit jaar was het niet anders, behalve misschien dat het exact twintig jaar geleden is. Er verschenen boeken van oud-defensieminister Joris Voorhoeve, oud-kolonel Charles Brantz, destijds één van de VN-commandanten in Bosnië en Frank Westerman, schrijver en destijds correspondent in Belgrado. De VPRO zond vorige week een spraakmakende documentaire uit over het uitblijven van luchtsteun toen de Serviërs de enclave aanvielen. Onze bondgenoten de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië zouden besloten hebben niet in te grijpen als de troepen van generaal Ratko Mladic de aanval zouden openen. Deze documentaire was weer aanleiding voor veel media, ook voor Trouw, om over het uitblijven van luchtsteun te schrijven. We brachten het nieuws, maar ook interviews met betrokkenen.

Maar er was nog meer. Het verdwenen fotorolletje, met foto's van vermoorde moslimmannen, zou mogelijk toch nog bestaan, berichtte het radio-programma Argos begin juni. Nederland betaalt een schadevergoeding aan de nabestaanden van drie vermoorde moslimmannen, die van de Nederlandse VN-compound in de enclave werden gestuurd, werd 25 juni bekendgemaakt. Een dag later volgde het nieuws dat de oud-moslimcommandant van Srebrenica, Nasr Oric, in Zwitserland was opgepakt en is uitgeleverd aan Bosnië. Het oorlogstribunaal veroordeelde ook dit jaar weer verscheidene Serviërs tot zware straffen.

Als je wat meer afstand neemt van het directe nieuws zie je in de Nederlandse media en bij direct betrokkenen een enorme worsteling om het Srebrenica-drama een plek te geven, te verwerken. En schaamte tegenover de bewoners van de enclave, die rekenden op bescherming door de Nederlandse VN-militairen én steun vanuit de lucht.

Die worsteling zag ik recent terug op een receptie toen ik oud-minister Voorhoeve en een gepensioneerde militair, destijds medisch officier in de enclave, tegen het lijf liep. Je probeert het onderwerp te vermijden, maar uiteindelijk komt het gesprek via allerlei omwegen op 'Srebrenica'. Verhalen worden gedeeld en nog steeds zijn er heel veel vragen. Vragen die leiden tot verhalen, boeken en documentaires.

In dit perspectief heeft het onderzoek van het Niod (Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies) naar de gebeurtenissen in Srebrenica en de daaropvolgende parlementaire enquête, het boek niet gesloten. Dat heeft ook te maken met een zekere verkramptheid van achtereenvolgende kabinetten met dit onderwerp. Zie bijvoorbeeld hoe lang de nabestaanden van de drie vermoorde mannen hebben moeten procederen om excuses en een vergoeding te krijgen voor het enorme leed dat hen is aangedaan.

Deze verkramptheid doet denken aan hoe kabinetten omgaan met het koloniaal verleden van Nederland in Indonesië en de politionele acties in het bijzonder. Ondanks diverse oproepen heeft bijvoorbeeld de politiek nooit een onderzoek willen instellen naar die periode in onze geschiedenis. Dat is in het geval van Srebrenica gelukkig wel gebeurd.

Volgende week zaterdag is het weer 11 juli. Er valt nog veel te schrijven, vermoed ik.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden