Over Leidse culturen: liever Turks dan Paaps

Stel dat er in Leiden in de afgelopen eeuwen ook zo over gedacht was, zoals onlangs in Trouw stond - dat 'onze' westerse cultuur de beste is. En stel dat al die nieuwkomers uit zo veel windstreken slechts waren getolereerd als ze hun culturele bagage hadden ingeruild voor die van 'ons', zoals ook werd bepleit. Dan was Leiden nu een saaie, suffe stad geweest. Een stad van spruitjes en sudderlapjes.

Ook lekker, daar niet van. Maar in Leiden waren ze niet van dat benauwde. Soms was men minder toeschietelijk tegenover vreemdelingen, maar dat was vooral in perioden van grote werkloosheid. En daar stonden allerlei sympathiserende acties tegenover. De geschiedenis van Leiden kent vele nieuwkomers, die de ontwikkeling van de stad met hun kennis en kunde hebben benvloed. Dat proces duurt eeuwen voort en heeft de samenleving gemaakt tot een smeltkroes van culturen die soms botsten, soms in elkaar opgingen, maar bovenal elkaar verrijkten.

Om de positieve waarden van de multiculturele samenleving te zien, hoef je in Leiden maar de straat op te gaan voor een interculturele dagtocht. Een wandeling die natuurlijk begint bij de VVV (1) tegenover het station, verzamelplaatsen bij uitstek van vreemdelingen. De Stationsweg was voor de oorlog een uitgaansstraat; het wemelde van de buitenlandse muzikanten, vooral Hongaren. Ze speelden ook geregeld in het Luxor-theater (2).

In de jaren twintig vestigden zich tientallen Italianen in Leiden. IJsmakers had je, zoals de Olivio's die tot voor kort ijssalon La Venezia in de Steenstraat (3) bestierden en de Talamini's die in La Milano, Morsstraat 46 (5), hun ijs schepten. Terrazzo- en granietbedrijfjes waren er ook, zoals de Spadons op Oude Varkensmarkt 14 (12). Deze familie werkt nog steeds in Leiden.

In de Morsstraat passeren we de roti-shop Paramaribo (4). Roti komt uit de Surinaams-hindoestaanse keuken, overgewaaid in de jaren zeventig en tachtig met de drommen mensen die hun jonge republiek ontvluchtten. In Leiden zijn hindoestanen al lang niet meer de enigen die de pittige pannenkoek consumeren. We gaan linksaf, over de brug (rechts ligt de stoomsleepboot Berezina, 6) en kijken met gêne naar de miezerige gedenksteen die Rembrandts geboorteplek (7) markeert. Het geboortehuis van de schilder heeft ooit plaatsgemaakt voor kleurloze nieuwbouw. In de Rembrandtstraat staat een Marokkaanse moskee (8), uit eigen zak betaald door 'gastarbeiders' die in de jaren zestig 'tijdelijk' voor de industrie werden geworven - en bleven.

Om de hoek komen we op de Groenhazengracht (9), eeuwen geleden een hoerenbuurt en naar men zegt genoemd naar de Vlaamse prostituee Groenhaasje. Aan de overkant bakt Us Bertus Fries brood (10), op zaterdagmorgen staan er files voor de deur. Het Pieter Loridanshofje (11) op de Oude Varkenmarkt 1 is door een Waalse lakenwever gesticht voor armoedzaaiers. Hij was een van die vele hugenoten die naar Leiden kwamen en de stad ook een Waalse kerk schonken (22).

Op Noordeinde 34 treffen we de Surinaamse kapper Simba (13). Net als de Turkse kleermaker Robijn (17) in de Breestraat 23 en de Marokkaanse slager Mabroek op de Nieuwe Beestenmarkt (44), heeft ook hij navolgers in de stad gekregen: zelfs een overbuurman-barbershop (14). Dan komen we de Engelse cultuur tegen: een echte pub op de hoek met het Rapenburg (15), een Engels hotel Rose op de Beestenmarkt (45) en relikwie‰n van de Pilgrim Fathers, protestanten die in 1609 Engeland om hun geloof ontvluchtten en na een paar jaren in Leiden in 1625 met de Mayflower vertrokken naar Amerika: een gedenksteen voor een drukkerij in de Pieterskerkchoorsteeg (26), het Jean Pesijnshofje (30) waar veel volgelingen onderdak vonden.

In de Breestraat verkoopt een Amerikaanse winkel chips en jeans (16) en speelt de Stadsbank nu de rol die Italianen uit Lombardije in de Middeleeuwen met hun 'lommerd' vervulden (18). Aan het eind van de 16de eeuw kwamen nieuwkomers uit de Zuidelijke Nederlanden samen waar nu bioscoop Trianon (19) staat. Het waren opgewonden, veeleisende en lichtzinnige lieden, vonden ze in Leiden aanvankelijk. Vooroorlogse joodse vluchtelingen uit Duitsland hadden ook makkelijke entree; toch kregen velen onderdak zoals in Breestraat 33, waar nu een 'Mexicaan' huist (20). De Stadsgehoorzaal was in de jaren zestig het feesttoneel van Surinaamse studenten (21). Het filiaal van Vroom & Dreesmann (23), van oorsprong twee Duitse marskramers die in Nederland fortuin maakten, zit in het pand 'In den vergulden Turk' (zie de fraaie versiering). Voor we de Breestraat verlaten werpen we nog een blik op de renaissance-gevel van het stadhuis (24), de bouwer was een Vlaamse immigrant. De daklijst is voorzien van allerlei halve maantjes: een verwijzing naar het devies van de Geuzen 'Liever Turks dan Paaps' - cultuurfilosofie uit de tijd van de Tachtigjarige oorlog.

In de steeg tegenover V & D lonkt nog steeds Leidens oudste toko (Asia, 25). In Lokhorststraat 21 streek in de jaren dertig een van de eerste Chinezen neer met een eethuis (27). Op 21a kwamen jonge Duitse vrouwen samen, die in diezelfde tijd naar Leiden werden gehaald vanwege een tekort aan dienstbodes (28). Beide etablissementen verdwenen, in een pandje verder zit nog wel een Belgisch café (29). Langs de Pieterskerk gaan we verder naar het Rapenburg en zien de Academie (31), de universiteit die al eeuwen geleerden uit den vreemde trekt. In de Hortus is een tuin gewijd aan de tulpenbol die ooit uit Turkije gemporteerd werd en inmiddels Nederlands beroemdste handelsmerk is geworden (32).

We gaan nu richting Van der Werfpark. Aan de andere kant van het water staat de Lodewijkskerk, sinds 1914 ook bekend als de Belgenkerk vanwege de stroom vluchtelingen die hier tijdens de Eerste Wereldoorlog naar de mis gingen (33). De synagoge uit 1762 (34) is weer hersteld maar zelden toegankelijk. Twee keer per week staan de Marokkaanse kooplui met hun niet te versmaden en olijven op de markt (35). Verder, de Hooglandse kerk voorbij, komen we bij cultureel erfgoed uit Duitsland: de Lutherse kerk (36) is al omstreeks 1600 gesticht door vluchtelingen, de ijzeren Kerksteegbrug (37) over de Oude Rijn gesmeed door latere immigranten. Linksaf over de brug, voorbij De Bakkerij (38) waar onder meer Vluchtelingenwerk en Meldpunt Discriminatie gehuisvest zijn, en even kijken naar Oude Rijn 15: het oudste Chinezenpension uit 1933, vroeger vaak mikpunt van politie-invallen (39). Dan de steeg door, de winkelstraat oversteken en via de Jan Vossensteeg waar het in de jaren zeventig wemelde van pensions met gastarbeiders (40), komen we aan de Oude Vest.

De wijk aan de overzijde werd in de 17de eeuw gebouwd voor nieuwkomers, vooral textielarbeiders. In 1674 had een kwart van de bewoners een Franse naam, nu staat er Wong en Schohaus op de deuren (41).

We passeren de stoere Marekerk (42), bolwerk van protestantisme, en lopen de Caeciliastraat uit tot het Griekse winkeltje waar tzaziki ¿ 1,95 per ons kost (43). Hoekie om, we zien in een mum van tijd weer een batterij exotische keukens bij elkaar en tot slot staan we stil op de Beestenmarkt. Bij wat het symbool moet zijn voor onze westerse eetcultuur: een pannenkoekenrestaurant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden