Over Jehovah's en nazi's

Eerder deze maand vond in het voormalige Duitse concentratiekamp Wewelsburg, nabij Paderborn, een unieke bijeenkomst plaats. Godsdienstwetenschappers, geschiedkundigen en experts op het gebied van de holocaust spraken twee dagen lang over de vervolging van de Jehovah's getuigen tijdens het nazi-bewind.

RICHARD SINGELENBERG

Het opmerkelijke aan de conferentie waren niet louter deze bijkans vergeten oorlogsslachtoffers, die na ruim 50 jaar geleidelijk in de wetenschappelijke belangstelling komen. Wat de samenkomst uniek maakte was de deelname van de Jehovah's getuigen zelf. In samenwerking met de Bundeszentrale für politische Bildung, het Fritz Bauer Instituut (een onderzoekscentrum voor de holocaust) en het Wewelsburger Oorlogsmuseum is het Wachttorengenootschap een ongekende relatie aangegaan met de wereld, ja zelfs met een instantie die rechtstreeks geallieerd is met 'het uit zee oprijzende wilde beest' uit het bijbelboek Openbaring. Een omvangrijke, doch selecte afvaardiging van de Getuigen mengde zich dan ook uitvoerig in het debat, waaruit in ieder geval bleek dat de discussie-cultuur van de nijvere straatevangelisten zich niet beperkt tot prediking aan de voordeur.

Hoewel, de term debat is een wat zware uitdrukking voor de overheersende sfeer van harmonie. Want iedereen - van gerenommeerde holocaust-historici als Henry Friedlander en Sybil Milton, die speciaal voor de gelegenheid waren overgevlogen uit de Verenigde Staten, tot en met de eveneens uitgenodigde Günther Pape, sinds jaar en dag de belangrijkste opponent van het Wachttorengenootschap in Duitsland - was het erover eens dat buiten kijf staat dat zij wreed zijn vervolgd vanaf 1935. Zoveel is inmiddels wel duidelijk geworden uit de gevalsbeschrijvingen die Duitse historici de laatste jaren in toenemende mate hebben gepubliceerd. Maar er zijn nog een paar vlekjes weg te werken.

Er is op gewezen dat het Wachttorengenootschap, bij monde van toenmalig leider Rutherford, zich schuldig heeft gemaakt aan jodenhaat. In een uit 1933 daterend geschrift schildert hij de joden af als 'een handelselite die vele volkeren uitbuit en onderdrukt', hetgeen een aantal waarnemers, in combinatie met overige uitspraken, interpreteert als een frase die bedoeld was om Hitler te paaien en dreigende verbodsbepalingen te voorkomen. Op zich niet zo'n opmerkelijke strategie, want vrijwel ieder kerkgenootschap heeft getracht de nazi's gunstig te stemmen. Het leiderschap van de Jehovah's getuigen ontkent ten stelligste dat deze zinsnede antisemitisch is bedoeld.

Ook de historicus Detlef Garbe, die in 1993 een lijvige studie over hun lotgevallen schreef, is van mening dat deze uitlating niet geclassificeerd kan worden in de racistische terminologie van het nazisme. Van een antisemitische houding is onder de Duitse Jehovah's getuigen, in tegenstelling tot de gevestigde kerken, niets gebleken. Waar deze negatieve stereotypering dan wel aan moet worden toegeschreven, kwam tijdens de conferentie niet boven water - het netelige thema werd trouwens nauwelijks aangeroerd. Of de aanleiding gezocht moet worden in het Amerikaanse antisemitisme van de jaren twintig en dertig, zo prominent aanwezig in de eindtijdbewegingen van die periode, is wellicht een hypothese die nadere aandacht verdient. Want dat Rutherford antisemitisch was, wordt door andere godsdienstwetenschappers, zoals de vermaarde Amerikaan Franklin Littell, niet ontkend. Hoe het ook zij, het Wachttorengenootschap had een unieke kans zich voor eens en altijd te distantiëren van dit omstreden stukje geschiedenis.

Een tweede probleem is een recente documentaire over de lotgevallen van de Jehovah's getuigen, geheel en al geproduceerd door het Wachttorengenootschap. Een integer gemaakte film, waarin voormalige slachtoffers op sobere wijze hun verhaal vertellen, aangevuld met commentaar van historici en andere deskundigen. Afgezien van de aftiteling en de onontkoombare, doch schaars geuite bijbelcitaten, is het nauwelijks merkbaar dat deze videoproductie gemaakt is door Jehovah's getuigen. In Duitsland, waar vorig jaar november ten overstaan van talrijke vertegenwoordigers uit maatschappelijke geledingen de première plaatsvond in het voormalige kamp Ravensbrück, is de film over het algemeen goed ontvangen. Maar er zijn ook kritische geluiden te horen. Louter voor educatieve doeleinden zou het Wachttorengenootschap graag zien dat de (gratis te verkrijgen) video voor een zo groot mogelijk publiek toegankelijk is, maar een paar instanties hebben geweigerd de film in hun bestand op te nemen. 'Verborgen propaganda', 'jullie waren niet de enige slachtoffers', 'hoe zit het met het antisemitisme van jullie dat in de film niet ter sprake komt' en meer van dit soort uitlatingen die erop wijzen dat sommigen de Jehovah's getuigen ervan verdenken er een verborgen agenda op na te houden en controversiële zaken uit de weg te gaan. Niet gespeend van hetzij een fikse dosis vooroordeel hetzij een levendige portie fantasie, zond de school-psychologische dienst van Bremen aan alle scholen een waarschuwing dat de film erop was gericht om zieltjes te winnen. Pas na tussenkomst van het eerder genoemde Fritz Bauer Instituut gingen de lokale gezagsdragers alsnog overstag, waarna men het eerder gegeven advies introk.

Dit voorbeeld tekent in ieder geval de paranoïde sfeer, die er sinds het van overheidswege geïnitieerde sektenonderzoek zo links en rechts in Duitsland te proeven valt. De uitnodiging om op dit congres hun bezwaren nader uiteen te zetten, hadden deze critici naast zich neergelegd. Overigens zal onder de titel 'Jehovah's Getuigen: standvastig onder nazi-terreur' binnenkort de Nederlandse versie verschijnen.

Ook de conferentie zelf ontsnapte niet geheel aan deze gevoeligheden. In een vooraf uitgegeven persverklaring liet medeorganisator Bundeszentrale für politische Bildung weten dat men uit haar deelname niet moet afleiden dat men zich achter het huidige doen en laten van het Wachttorengenootschap schaart of sowieso een positie inneemt in het sektendebat. De Duitse Jehovah's getuigen zijn immers naarstig op zoek naar volledige wettelijke erkenning en het kan toch niet zo zijn dat men deze gelegenheid aangrijpt om over de hoofden van de slachtoffers deze status te verwerven.

Op de tweede dag van de bijeenkomst werd de daad bij het woord gevoegd. Na haar aankondiging dat ze zich distantieerde van de inbreng van het Wachttorengenootschap, was de vertegenwoordigster uit Bonn opvallend afwezig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden