Over jaagpaden, graskades en kwakels

Wandelen is een luxe. De prachtige wandelpaden langs de waterwegen en door de weilanden rond Montfoort zijn ooit aangelegd om over te lopen. En dat is heel wat anders dan wandelen.

Bergen aan Zee, Bergen op Zoom, de Hoge Berg op Texel: als we de landkaarten mogen geloven, is Nederland een bergachtig landje. Het mag daarom geen verrassing heten dat ook in het vlakke Groene Hart een berg oprijst. Een Sterke Berg zelfs, want de plaatsnaam Montfoort is te herleiden tot het Latijnse Mons Fortis. Zo noemde de bisschop van Utrecht het kasteel dat hij rond 1170 op een oeverwal liet bouwen. Het zal overdrachtelijk bedoeld zijn, de plek staat niet bekend om zijn duizelingwekkende hoogten. Montfoort groeide uit tot een stad van strategisch en economisch belang en draagt daar nog veel sporen van, al overleefde van het kasteel alleen de voorburcht.

Snelwegen en spoorlijnen doen Montfoort niet aan. Het stadje ligt in de even weelderige als bedreigde luwte van het Groene Hart waar van oudsher waterwegen belangrijk zijn. De Hollandse IJssel is veel breder dan het pad erlangs. Een voormalig jaagpad is het, aangelegd ten dienste van de scheepvaart in de tijd dat mensen niet wandelden maar liepen en schepen voorttrokken. Wandelen is een merkwaardige luxe die we ons pas in de laatste 150 jaar zijn gaan permitteren. Dat realiseer ik me andermaal wanneer de route de oever van de Hollandse IJssel verlaat en rechtsaf het land in verdwijnt. Hoewel eerst wat zompig, blijkt het een ideaal wandelpad. Breed, iets verheven boven het omliggende land, gestoffeerd met het groenst verkrijgbare gras en ver weg van al het andere verkeer. Toch is deze Engherkade nooit aangelegd om wandelaars te plezieren. Het is een eeuwenoude waterkering, waar boeren dankbaar gebruik van maakten om naar de stad te lopen.

Aan mijn rechterhand staan de sloten haaks op de kade, aan mijn linkerhand lopen ze er parallel aan. Rechts is het waterpeil in de sloten hoger dan links. Rechts ligt de Polder Schagen en Den Engh, links de polder Snelrewaard en Zuid-Linschoten. De Engherkade voorkomt al sinds jaar en dag dat het water uit de hoger gelegen polders de lagere gebieden overstroomt.

Aan weerszijden van de oude graskade ontvouwt zich een open en groen landschap, leeg en laag. De torens van Oudewater pronken in de verte, recht vooruit benemen de bomen van landgoed Linschoten me de blik op Woerden. Hazen kiezen het hazenpad, rennen weg alsof ze tikkertje spelen, buitelen door het veld. Bij een hek markeert een wolk veren een plaats delict: een buizerd heeft hier een vogeltje verschalkt. Onschuld veinzend draait hij even verderop zijn rondjes door het blauw.

Tientallen keren eerder moet ik een kwakel overgegaan zijn, vandaag doe ik dat voor het eerst bewust. Een informatiebord leerde me zojuist dat al in 1367 werd bepaald dat de trekschuiten op de Lange Linschoten geen hinder mochten ondervinden van lage bruggen. Daarom voeren hoge, smalle houten voetgangersbruggen, oftewel kwakels, naar de overkant van het riviertje. Weer een oud jaagpad. Het rechtlijnige weideland aan de overkant, waar ik net nog liep, steekt scherp af tegen de zorgvuldig aangelegde slingerpaden in de Engelse landschapstuin van Landgoed Linschoten.

"Dit huis draagt geheel het karakter van de deftige huizinge uit de laatste helft der 17de eeuw. Het ziet er schilderachtig uit, gelijk het daar ligt als in eene lijst gevat door de forsche stammen en de trotsche kruinen der beuken en linden."

Die laatste regels zijn niet van mij. In 1874 wandelde Jacobus Craandijk hier. Deze pionier van het wandeltoerisme was een van de eerste Nederlanders die voor zijn genoegen ging wandelen in een tijd waarin dat nog een ongekende luxe was. En hij schreef over zijn wandelingen, boeken vol. Ik tref hem bij het landgoed en wandel een eindje mee. Linschoten zelf vindt Craandijk niet bijzonder, kennelijk waren er in zijn tijd meer van zulke pittoreske dorpjes. Over het Kadepad, een volgende graskade, wandelen we Linschoten uit. Aan de kade doemt weer een kwakel op. Zo gaat dat, plotseling zie ik ze overal. Voor eventjes neem ik afscheid van Craandijk. Ik ga rechtdoor. Hij nam destijds het pad 'over de plankjes', waarover boeren dwars door de weilanden via planken over de sloten naar Montfoort liepen. De straatnaam Plankjesland herinnert er nog aan. Routebordjes leiden mij langs de Montfoortse Vaart, terug naar mijn vertrekpunt.

Montfoort wandel ik binnen zoals het hoort, door de stadspoort. In het naastgelegen stadscafé Het Oude Stadhuis kan niemand mij vertellen waarom aan het poortgebouw twee zware stenen aan kettingen hangen. Gelukkig heb ik het wandelverslag van Craandijk nog in mijn binnenzak. Hij leert me dat 'quade wiven' in 'den goeden ouden tijd' dergelijke schandstenen moesten dragen.

Roddel, scheldpartijen en kwaadsprekerij werden in die goede oude tijd adequaat bestraft: een rondje langs de stadswal met een schandsteen om de nek.

Ik veroorloof me een ontspannen wandeling door de prachtige oude stad, op aanraden van de wandelpionier: "Liefhebbers van oude geveltjes, met hun bevallige lijnen en geestige tinten, kunnen te Montfoort overvloedig hun gading vinden."

Engherkaderoute
De Engherkaderoute is een gemarkeerde ANWB-wandeling van 12 km door het weidegebied tussen Montfoort en Linschoten.

Jacobus Kraandijk
Met de acht delen van zijn 'Wandelingen door Nederland met pen en potlood' legde Craandijk de basis voor het Nederlandse wandeltoerisme. Tijdens de Fiets- en Wandelbeurs, op 1 en 2 maart aanstaande in de RAI in Amsterdam, houdt schrijver en journalist Flip van Doorn een lezing over Jacobus Craandijk en wandelt een eindje met hem mee. Kijk voor het complete lezingenprogramma op www.fietsenwandelbeurs.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden