Over honger en kou wilde Hitler niets horen

De Britse historicus Michael Burleigh weeft in zijn bij vlagen meeslepende studie over het Derde Rijk op een vanzelfsprekende manier oral history in zijn geschiedschrijving. Maar hij laat toch wel wat steekjes vallen.

Michael Burleigh: Het Derde Rijk. Een nieuwe geschiedenis. Vert. Amy Bais e.a. De Bezige Bij, Amsterdam. ISBN 9789023427148; 992 blz. euro 59,50

’Ik weet dat u zichzelf niet hebt gespaard en dat u veel tijd bij de troepen hebt doorgebracht. (..) Maar u bekijkt de dingen nu van te dichtbij. U bent te diep onder de indruk van het lijden van de soldaten. (..) U moet meer afstand nemen. Geloof me, de dingen worden duidelijker als je ze van grotere afstand bekijkt.’

Dit is een gedeelte uit een gesprek van Adolf Hitler met een van zijn generaals tijdens de Duitse invasie van de Sovjet-Unie, waarmee feitelijk het ’pseudokrijgsheerschap’ van de Führer wordt onderstreept. Dat sommige soldaten naar de Heimat schreven: „De kou en de honger krijgen zelfs de beste soldaten klein. Net als vorig jaar is het aantal gevallen van bevroren voeten en handen weer toegenomen” – nee, die brieven waren aan Hitler niet besteed. Die las liever het epistel, authentiek of niet, waarin de afzender zich afvroeg „wat er met het culturele Europa [zou] zijn gebeurd als deze zonen van de steppe (..), deze opgehitste Untermenschen ons prachtige Duitsland waren binnengevallen?”

Voor de liefhebber van deze meer of minder verhalende vorm van geschiedschrijving zal lezing van ’Het Derde Rijk’ van Michael Burleigh een plezierige gewaarwording zijn. Getuigenissen van betrokkenen, ooggetuigenverslagen, maar ook andere vormen van oral history zijn door deze Britse historicus op een bijna vanzelfsprekende manier in zijn betoog verweven, waardoor de toegankelijkheid van het boek alleen maar is bevorderd. In dat opzicht is deze studie over het Derde Rijk inderdaad A New History die de Engelse versie in de ondertitel beloofde en die nu, na acht jaar (!), ook door de Nederlandse vertalers is overgenomen.

Het moet gezegd: het boek is een interessant alternatief naast andere werken over ’Hitlers ideologische hersenspinsel’ (Burleigh), zoals die van bijvoorbeeld Evans, Thamer, Frei en Benz – of van Ian Kershaw, wiens tweedelige Hitler-biografie in feite tegelijkertijd een beschrijving van het Derde Rijk is. Burleigh zit met zijn, ik zou bijna willen zeggen, levendige vertelling de lezers dicht op de huid.

Dat geldt bijvoorbeeld voor het hoofdstuk over de Duitse inval in de Sovjet-Unie, maar zeker ook voor de zestig bladzijden die hij besteedt aan de ’euthanasie’-politiek, de term waarmee de moord op ruim 120 000 lichamelijk en geestelijk gehandicapten werd gecamoufleerd. Ook hier heeft Burleigh op de daarvoor bestemde plaatsen de passende citaten bij de hand, bijvoorbeeld wanneer hij een uitspraak van Hans Heinrich Lammers, Hoofd van de Rijkskanselarij, uit diens verhoor voor het tribunaal van Neurenberg opdiept: „[Hitler] zei dat hij het juist vond dat de waardeloze levens van ernstig zieke psychiatrische patiënten vernietigd werden (..) en dat dit bepaalde besparingen op zou leveren in termen van ziekenhuizen, artsen en verplegend personeel.” Burleigh mag op dit punt een kenner heten: in 1994 wijdde hij met ’Death and Deliverance’ een afzonderlijke studie aan dit aspect van het nationaal-socialistische gedachtegoed.

Toch geldt de waardering niet elk hoofdstuk uit Burleighs ’Het Derde Rijk’. Want wanneer het zijn oogmerk was een allesomvattend overzichtswerk te schrijven, dan vertoont het boek toch enkele opmerkelijke tekortkomingen.

Een van de bezwaren geldt de onevenwichtigheid van zijn studie. Ter illustratie: om voor de gebeurtenissen tussen september 1939 (de aanval op Polen) en juni 1940 (de door de Fransen in Compiègne getekende wapenstilstand) nog geen drie bladzijden uit te trekken, doet aan de impact van de Blitzkrieg in het westen geen recht. Ook naar een beschrijving van Hitlers (vooroorlogse) buitenlandse politiek of een analyse van de economische politiek van de nazi’s zal de lezer tevergeefs zoeken.

Inhoudelijk overtuigende hoofdstukken als de hiervoor genoemde – en daaraan kan ook het kapittel over de genocide op de Joden worden toegevoegd – worden soms afgewisseld met onderwerpen waarmee de auteur klaarblijkelijk minder affiniteit heeft. Met zijn schets van de Republiek van Weimar en de aanloop naar de nazidictatuur laat Burleigh nogal wat feitelijke steken vallen, variërend van onjuiste interpretaties zoals het zogenaamd ontbreken van enig charisma bij Rijkspresident Hindenburg tot en met een onjuiste uitleg van verkiezingsresultaten. Maar ernstiger nog is dat hij wel de verschillende oorzaken voor het uiteindelijke falen van ’Weimar’ opsomt, maar daarvoor niet of nauwelijks verklaringen geeft.

Ook het hoofdstuk over het Duitse verzet tegen Hitler blinkt niet uit door evenwichtigheid. Burleigh gunt ’links’ dan wel de eer van het allereerste georganiseerde verzet, maar waar de verdeeldheid tussen communisten en sociaal-democraten door hem wordt uitvergroot, kunnen Hitlers tegenstrevers uit de conservatieve adel en de Wehrmacht op zijn openlijke sympathie rekenen. De beschrijving van de mannen achter de aanslag van 20 juli 1944 is in dit verband wel heel gewild: ’conservatief, welopgevoed, goedgehumeurd, intelligent, patriottisch, fysiek imponerend en stijlvol’.

Ten slotte vraagt Burleigh in zijn inleiding aandacht voor het nationaal-socialisme – en zijdelings ook voor andere totalitaire stelsels – als ’politieke religie’. Dat is geen oninteressant vertrekpunt voor een studie over het Derde Rijk. Maar op de door hem aangestipte voorbeelden (zoals de gewijde taal, Hitler-als-verlosser, de Führer-verering) komt hij verderop in zijn boek slechts een enkele keer, zoals in de paragraaf ’De bruine cultuur en de christenen’, expliciet terug. Of het moet misschien zijn met de slotregel van de bovenvermelde brief over de opgehitste Untermenschen: „Eindeloos danken wij onze Führer, in liefde en trouw, onze redder en held van de geschiedenis.”

Michael Burleigh heeft zonder twijfel een belangwekkend en op sommige plaatsen meeslepend boek over een aantal aspecten van het Derde Rijk geschreven. Eine Gesamtdarstellung, zoals de ondertitel van de Duitse vertaling luidt, is het echter niet en of het een plaats verdient in de eregalerij met Evans c.s. is dan ook maar zeer de vraag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden