Over het voorland van een wereldgodsdienst.

,,God wordt mens. Als je die christelijke oergedachte omzet in termen van onze cultuur moet je zeggen: God wordt geschiedenis, God wordt kunst, God wordt ethiek, God wordt psychologie, God wordt democratie. Het ligt in het christendom besloten dat het op den duur moet ophouden religie te zijn.'' Over het voorland van een wereldsgodsdienst.

,,De tijd van de religie is voorbij,'' constateert de theoloog Dietrich Bonhoeffer in zijn beroemde brief van 30 april 1944, die hij vanuit zijn cel schreef aan zijn vriend en leerling Eberhard Bethge. ,,De mensen kunnen eenvoudig, zoals ze nu eenmaal zijn, niet meer religieus zijn,'' schrijft hij daar. Religie staat bij Bonhoeffer voor God als arbeidshypothese: een tweede, Transcendente Werkelijkheid, waartoe mensen hun toevlucht nemen als ze het in de eerste, echte werkelijkheid niet meer kunnen uithouden. God als doekje voor het bloeden, God als gaatjesvuller. In een door techniek en wetenschap doordrenkte cultuur is die 'God' overbodig geworden zegt Bonhoeffer en dat is Godzijdank maar goed ook.

Deze constatering is een onopgeefbare verworvenheid van wat de secularisatietheologie is gaan heten. Zij zet de theologie op het goede, gezonde been. Zij gaat niet verongelijkt in de zelfverdediging, klaagt geen steen en been over weer een paar duizend kerkleden minder, maar zet moedig een stap voorwaarts, en is niet bang voor het eigen christelijk hachje. Het afscheid dat onze cultuur neemt van het Godsgeloof is behalve als een verlies ook als een volwassenwording te beschouwen. Ook in het geloof zullen we mondig moeten worden. Wij zullen in de ernst van het leven zelf het woord moeten nemen, of we het willen of niet, en ons daarbij niet achter een autoriteit ('Vormund') verschuilen. Van de nood van de ontkerkelijking maakt de theologie van de secularisatie een christelijke deugd.

Pas de God die opdoemt achter de pseudo-god van onze religieuze wishful thinking verdient het immers God te heten, ook al verliest hij daarbij de vertrouwde contouren. In de paradoxale bewoordingen van Bonhoeffer: ,,Zo leidt onze mondigheid tot kennis van onze werkelijke verhouding tot God. God geeft ons te weten dat we moeten leven als mensen die met het leven zonder God in het reine komen. De God die met ons is, is de God die ons verlaat.'' (Markus 15 : 34)

Een tweede verworvenheid van de secularisatietheologie behelst een bepaalde kijk op de westerse cultuurgeschiedenis, die in die laatst geciteerde woorden van Bonhoeffer al zit opgesloten. ,,God geeft ons te weten dat we moeten leven zonder God,'' zegt Bonhoeffer. Daarmee maakt hij God zelf actief verantwoordelijk voor het verval van de religie. Het secularisatieproces waarbij de cultuur afscheid neemt van het christendom is het werk van de christelijke God zelf. Hoe weet Bonhoeffer dat? Had hij soms een kijkje genomen in Gods keuken? Spant hij God niet voor zijn theologisch karretje? Neen, hij trok alleen de lijnen door die in de christelijke idee van God liggen opgesloten.

Ook hedendaagse filosofen als Luc Ferry en Gianni Vattimo trekken deze lijn door. Zij nemen daarmee het estafettestokje van de secularisatietheologen over. De christelijke God, ook voor hen is dat de God die mens wordt, die zich uit liefde zonder voorbehoud in de geschiedenis van deze wereld onderdompelt. In de incarnatie vernedert God zichzelf, vermengt zich met de wereld. Zo alleen, in die onvoorwaardelijke deelname aan het lot van zijn eigen schepping, is hij God.

Deze zelfontlediging (kenosis) is weliswaar zichtbaar geworden in Jezus, maar in hem niet exclusief. Zij is een wezenskenmerk van God, dat zijn verhouding met de wereld steeds nadrukkelijker bepaalt. God wordt mens. Als je die christelijke oergedachte omzet in termen van onze cultuur, moet je zeggen: God wordt geschiedenis, God wordt kunst, God wordt ethiek, God wordt psychologie, God wordt democratie. Het ligt dus in de kiem van het christendom zelf besloten dat het op den duur op moet houden religie te zijn. Het christendom dient niet langer uit de wereld te vluchten, niet langer een dubbelwereld te bestendigen; zijn taak en missie is het dat hij meer en meer wereld wordt.

Menno ter Braak sprak in dit verband van de tragedie van het Christendom. ,,De Europese mensheid is steeds christelijker geworden en daarom heeft zij het Christendom, d.i. de dwang in de leer opgesloten, steeds minder nodig. Het Christendom wordt anthropologie, wordt sociologie, wordt physiologie en psychologie, wordt biologie''.

De Franse filosoof Marcel Gauchet omschreef het christendom als een 'religion de la sortie de la religion'. Een abrahamsreligie, die uit zijn religieuze geboorteland vandaan trekt omdat het daar uiteindelijk niets meer te zoeken heeft. Want wie in de mens Jezus God zelf aan het werk heeft gezien, zal het aardse leven proberen te heiligen en niet meer geïnteresseerd zijn in het sacrale als zodanig. Niet de hemel is het doel maar de viering van de eeuwige sabbat. De christen die de religie voorbij is, voelt niet meer de zuigkracht naar boven maar de trekkracht van het gewone leven. Het christendom nodigt uit tot cultuurarbeid. Zo uitbundig, dat het ten slotte vergeet dat het in de schoot van de religie begonnen is.

Wat rest er dan nog van de christelijke traditie? Precies dat: zij is nu traditie geworden. Je kunt haar geschiedenis vertellen en dóórvertellen als het verhaal over hoe jij de geseculariseerde mens geworden bent die jij bent. Het christendom als wereldbeschouwing, hecht verankerd in de instituties en symbolen van de sociale werkelijkheid, is in onze cultuur verleden tijd. Maar het verhaal van het christendom, compleet met alle survivals ervan die we als zwerfstenen in onze dagelijkse werkelijkheid tegenkomen, hoort nog steeds bij onze identiteit, bij het verhaal van wie wij zijn. Het vormt onze horizon.

Het verhaal van de secularisatietheoloog is overtuigend, ook al is het in een tijd van New Age en interreligieuze dialogen niet in de mode. Maar als de secularisatietheologie geen gelijk krijgt, komt ze het nog wel halen. Het traditionele christendom is immers aan een grootscheepse afslanking en uitkleding bezig, ook in de kerken zelf. Een ineenschrompeling van functies en inhouden, die meer zegt over secularisering dan honderd statistieken over kerkbezoek.

De rol die het geloof vroeger speelde in de moraal, de kunst, de politiek is uitgespeeld. Als God daar ter sprake komt dan is dat niet meer funderend, sturend, normerend. De cultuur is autonoom geworden. Dankzij de desacraliserende, verwereldlijkende impuls van het christendom zelf. Het heeft zijn missie voltooid door zichzelf overbodig te maken. Missie voltooid. Een krasse constatering, vooral al zij door christenen zelf wordt gedaan. Daar ligt misschien ook een reden waarom de secularisatietheologie het in de jaren tachtig en negentig niet heeft gered. Wie stelt dat het 't toppunt van christelijkheid is dat het christendom wordt opgeheven, heeft nog steeds een kerk, een christendom nodig om dat te kunnen blijven zeggen. Al was het alleen al omdat hij of zij betaald moet worden door kerkelijke bijdragen, uit christelijke fondsen. Uit eigenbelang kan men daarom wellicht beter iets meer kerk, en iets minder cultuur in zijn theologie doen.

Dezelfde radicaliteit waarmee de secularisatietheologie als een verfrissende wind door het kerkelijke establishment waaide, heeft haar vervolgens ook de wind uit de zeilen genomen. Is dit cultuurchristendom eigenlijk ook geen uitverkoop van het geloof? Als er geen kerkelijk leergezag, geen synode meer is die zegt wat puur, ongefilterd christendom is, dan verwordt christendom tot niet meer dan een dipsausje in de salad bowl van de cultuur.

Wie werkelijk de secularisatiethese aanhangt, moet niet bang zijn voor syncretistische vermengingen waarbij het christelijke soms niet meer herkenbaar is. Dat is één reden waarom het secularisatieparadigma nog maar weinig aanhangers heeft. Het vraagt om mensen die niet bang zijn voor hun hachje, die niet halverwege vluchten naar het veilige hok van de traditie. ,,Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, brengt zij geen vrucht voort'', zegt het evangelie (Joh. 12: 24). Wij willen de graankorrel niet laten sterven, wij proberen hem voortdurend te reanimeren.

Er is nog een tweede reden waarom de secularisatiethese het niet heeft gered, en hier stuiten we ook op haar tekort. Wie het christendom namelijk wil laten opgaan in cultuur, in waarden, normen en symbolen, zal ten slotte met lege handen staan.

Waaraan schortte het bij de secularisatietheologen? Zij hadden, in al hun enthousiasme voor de moderne cultuur, geen oog voor het eigene van het religieuze taalspel. Zij waren blind voor de mystieke binnenkant van het christelijk geloof. Zij waren zo gefascineerd door de rechte lijn die er kon worden getrokken tussen de desacraliserende werking van Genesis en de skyline van de stad, dat ze niet opmerkten hoe de ziel onder die moderniseringsgolf verschrompelde en verschraalde.

En de ziel, daar gaat het toch om in religie? Natuurlijk, het ging in het geloof om moraal, om politiek, om kunst, om wat niet al. Maar die categorieën kunnen inmiddels op eigen benen staan. Zij hebben de objectieve symboolwereld van de gevestigde godsdienst niet meer nodig. De tijd van de religie is echter voorbij. Dat wil zeggen: de tijd van religie als een 'socio-politiek-theologisch complex' is voorbij.

Nu de christelijke traditie is uitgekleed en zich van haar historische ballast heeft ontdaan, rest haar het verhaal van de ziel met God. 'Ziel' is niet voor niets een woord dat buiten de religie onvertaalbaar is. De ziel, neen dat is niet hetzelfde als de subjectiviteit van moderne filosofen, niet de identiteit van ontwikkelingspsychologen. De ziel, dat is de 'ik' van de psalmen, het 'ik' van Augustinus, het 'ik' van Meester Eckhart, Johannes van het Kruis, Simone Weil, Dag Hammarskold. De mystici voor wie 'God' en 'ik' twee zijden van dezelfde werkelijkheid vormden. De ziel, dat is ook het 'ik' van Dietrich Bonhoeffer, die grote secularisatietheoloog: ,,Wie ben ik? Ik ben de speelbal van mijn eenzaam vragen. / Wie ik ook ben Gij kent mij / ik ben van U mijn God'. Mijn God. Neen, dat is niet de God van pausen en vorsten, niet de God van de kerken en de dogmatieken, maar dat is de God 'voorbij God', de afgrondelijke God in wiens genadige handen men valt als men de vanzelfsprekende God daarboven heeft verlaten, ontkend, genegeerd. De God voorbij het atheïsme. De God van 'la nuit obscur', de donkere nacht van Johannes van het kruis, die spreekt door te zwijgen, die aanwezig is in onze ervaring van zijn afwezigheid, die ons radicaal overstijgt omdat hij ons nader is dan onszelf.

Het christendom bezit met die mystieke binnenkant een nog oningeloste belofte. Het is zwak geworden in de wereld van wetenschap, techniek en cultuur, maar is onverminderd vitaal in het domein van het individuele innerlijk. De mystieke christelijke traditie biedt aan geseculariseerden een taal, een verhaal, biedt symbolen en rituelen. Zij levert modellen waarmee mensen vandaag de omgang met zichzelf, met anderen, met de wereld kunnen vormgeven en interpreteren. De tijd dat zij de uiterlijke cultuur vormgaf, is voorbij, maar nu kan zij een bron worden van een innerlijke cultuur, van een wereldlijke spiritualiteit. Neen, haar missie is nog niet voltooid.

De mystiek was lange tijd voorbehouden aan een kleine religieuze elite en vormde een marge in een christelijke cultuur. Het wordt tijd haar te democratiseren. Mystiek, niet als een handleiding voor religieuze extase maar als een oude, beproefde grammatica voor de taal van de ziel. Mystici zijn eigenzinnige mensen die zich weinig aan traditie en groepsdwang gelegen laten liggen. Wellicht zijn ze voor ons het modernst in de eerlijkheid waarmee ze de leegte, de godverlatenheid van hun bestaan hebben doorleefd. De manier waarop ze geloven in God als een 'wachten op God' (Simone Weil) hebben ervaren. Godsdienst als innerlijkheidstraining, als bijdrage aan identiteitsvorming, als een spirituele exercitie - dat zal de bestemming zijn van het christendom.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden