Over het laarzenpad langs de Beulakerwijde

'In september is de visarend hier regelmatig te zien. 's Winters is dit het domein van brilduiker, grote zaagbek, nonnetje, kuif- en tafeleend, die dan in grote aantallen op het meer dobberen'', zegt Ron Don, beheerder van het bezoekerscentrum De Wieden van Vereniging Natuurmonumenten. Hij loopt met ons mee over het laarzenpad door de oeverlanden van de Beulakerwijde. ,,Hier zitten ook veel reeën.''

door Henk van Halm

Het nieuwe laarzenpad is in april officieel geopend. Een smal pad door het rietland van een kilometer of drie. Het veert onder de voet en als het water hoog staat, heb je echt wel laarzen nodig, want veel plekken zijn behoorlijk drassig.

Voor plantenliefhebbers is oktober niet de ideale tijd om hier te wandelen. Er bloeit bijna niets meer, maar dat wordt vergoed door het herfstige zonlicht dat door het vergeelde riet speelt. En over de fluwelig groen bemoste wilgenstammen, die meer liggend dan staand in het moerasbos proberen te overleven.

Voor kinderen is het pad tussen het manshoog opgeschoten riet en over bonkige boomstammen haast avontuurlijk. Op de route moet vier keer een sloot worden overgestoken met een pontje, dat je zelf aan een touw naar de overkant moet trekken. Een groepje senioren op zo'n trekpontje, dat behoorlijk wiebelt, komt onder veel hilariteit droog aan de overkant.

Schrijvertjes draaien hun kringetjes op het glasheldere water. Zwarte naaktslakken kruipen ongehaast over het paadje. Wolfspoot, watermunt, moerasandoorn, kattenstaart en driedelig tandzaad bloeien nog een beetje. Van de uitgebloeide engelwortel steken de verdorde stengels omhoog met schermen vol vruchtjes.

Aan het meer

Er wiekt een reiger over en hoog in de blauwe hemel schroeft een buizerd. Zijn roep herinnert aan het kliauwen van zilvermeeuwen. Halverwege de wandeling sta je plotseling aan de Beulakerwijde. Een uitgestrekt meer met rechts de foeilelijke huisjes van een bungalowpark. ,,Gelukkig is dat de enige bedorven oeverplek in De Wieden. De verdienste van Natuurmonumenten, dat vanaf 1936 veel grond aan de oevers van de grote meren heeft aangekocht, met als resultaat prachtige horizons.''

Heel in de verte een enkel zeil en drie witte figuurtjes, die op hun gemak over de watervlakte peddelen. Knobbelzwanen. Zwart en knikkend tandzaad tonen op de meeroever nog gele hoofdjes. Koninginnenkruid geeft grijs vruchtpluis mee aan de wind. Donker steken rietsigaren af tussen de vergelende lisdodden.

,,Het stond hier deze zomer vol watergentiaan'', zegt Don. ,,Hee, dat is nog een late.'' Op een rietstengel is een paardenbijter neergestreken. Een mannetje, met een blauw en zwart geblokt achterlijf. Paardenbijters behoren tot de laatste libellen die nog vliegen. Ondanks hun naam doen ze alleen vliegende insecten kwaad, want daar leven ze van.

Wild moeras

Het pad slingert door moerasbos als een jungle. Zeggen bedekken de onbetrouwbare bodem. Je moet soms een flinke stap nemen over omgevallen boomstammen, die rustig voortleven op de vochtige grond. ,,Het schijnt ooit een kerkenpad te zijn geweest. Kijk, het bos ligt een stuk lager. Eigenlijk loop je over een kade tussen sloot en bos. In de broedtijd barst het hier van de vogels. Karekieten natuurlijk en in de wilgenstruiken ook blauwborsten. Baardmannetjes maken in het riet het geluid van twee ketsende steentjes. En op het meer zie je dan vissende aalscholvers.''

Een onzichtbare roodborst tikkert in de wirwar van takken en een merelmannetje steekt schetterend het paadje over. Slepend roept een matkop in een berk, die nog niet al zijn gele blad verloren heeft. Haagwinde met nog een enkel wit pispotje slingert zich omhoog aan de bosrand.

Zelfs na de droge zomer zijn in het vochtige bos paddestoelen te vinden. Hier komen weinig mensen, want midden op het pad prijkt een kluit feloranje bekerzwammen. Op een dode wilg rijen zich de afdakjes van elfenbankjes aaneen en verdringen zich de hoedjes van een grote groep glimmerinktzwammen. Als je de hoedjes van de glimmerinktzwammen op een bepaalde manier tegen de zon in bekijkt, zie je glinsterende korreltjes, die aan stukjes mica (glimmer) doen denken. Onder berken staan krulzomen met de kleur van gevulde koeken.

Zeldzame libel

We naderen het bezoekerscentrum, als Don wijst op de sloot, die helemaal dichtgegroeid is met de stekelrozetten van de krabbescheer. Tussen de krabbescheren drijven de ronde blaadjes van de kikkerbeet. Hij vertelt dat in deze slootjes de aan krabbescheer gebonden en zeldzame groene glazenmaker voorkomt. ,,Krabbescheer is uit de meeste wateren verdwenen. Hier in de Wieden is het gelukkig nog steeds een algemene waterplant. De zwarte stern bouwt zijn nest op de drijvende waterplantenmassa.''

In de herfst zakken krabbescheren naar de slootbodem, waar in de oksels van de afstervende bladeren jonge rozetten ontstaan. In dit overladen slootje zal dat niet lukken en lopen de waterplanten grote kans te bevriezen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden