Over heel mooie boeken

Een mooi boek, u heeft het misschien in de kast. Mooi in de zin van prachtig uitgegeven, schitterend gedrukt. Linnen kaft, dundruk, goud op snee, een lint. Minder luxe kan ook mooi zijn, dan behaagt de letter, de bladspiegel.

Een van mijn mooiste boeken is een uitgave van het Duitse Suhrkamp. Het is een gebonden roman van Peter Handke met de titel Mein Jahr in der Niemandsbucht. Het heeft met ruim duizend pagina's de dikte van een missaal, en ook een beetje dat formaat, met kleine rustige pagina's; zijn rug ligt heerlijk in de hand, het vasthouden ervan is een esthetisch genoegen.

Net zo'n fijne rugligging hebben de 'Verzamelde Gedichten' van Gerrit Achterberg, waarvan in het colofon gemeld wordt dat de typografie 'ten huize van de uitgeefster' (Querido) is ontworpen. Of neem de dundruk-uitgaven van de Russische Bibliotheek van Van Oorschot 'gezet uit de Bembo'. Te mooi om mee te nemen naar een strand.

Misschien blijven uiteindelijk na de e-book-revolutie alleen zulke boeken in print over - boeken die in hun stoffelijke vorm werkelijk lijken samen te vallen met de geest die uitwaait van de regels. En vergis je niet in de kracht van dat e-book: ik zag onlangs een beeldschone app van de debuutroman van Sidney Vollmer 'Alles ruikt naar chocola'. Gemaakt voor de iPad, adembenemend, met interactieve links naar muziek en filmfragmenten en een wonderschone boekenlegger die met een veegje verdwijnt en verschijnt.

Een boek, een gedrukt boek, is straks, als de laatste boekhandels zijn weggekwijnd, een kunstwerk geworden: duur, met handwerk in het omslag en gedrukt met de meest geavanceerde technieken. Een bezit alleen nog voor de rijken.

In zekere zin lijkt daarmee een middeleeuwse traditie terug te keren. Gisteren maakte de Koninklijke Bibliotheek bekend dat ze in het bezit is gekomen van een uitermate kostbare facsimile van het zogenoemde Grimani-brevier. Een dik zestiende-eeuws manuscript dat geldt als 'een van de mooist geïllumineerde Vlaamse handschriften ooit gemaakt'. Dertig jaar was eraan gewerkt en het was al meteen onbetaalbaar. Kardinaal Domenico Grimani, vermogende zoon van de doge, kocht het rond 1520 en nam het mee naar Venetië, waar het zich nog steeds bevindt. 'Met de schenking van de kwalitatief hoogwaardige kopie komt het brevier als het ware terug naar de Nederlanden', schreef de KB.

'Het boek telt 1672 bladzijden, waarvan 1580 met versiering, en bevat 110 paginagrote miniaturen van zeer hoge kwaliteit. De miniaturen kunnen vergeleken worden met die in het beroemde Très Riches Heures du Duc de Berry dat als voorbeeld heeft gediend.'

Een facsimile is een kopie, maar zo fraai - las ik - dat het, met fluwelen band en sloten, een kunstwerk op zich is, dat de grandeur van het origineel benadert.

Het brevier is nu in een vitrine te bewonderen, een papieren kleinood, een monument aan de religieuze geest. Er zijn er misschien die er een dure tombe in zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden