Over heel Europa heerst nu opera

Ruim 75 jaar heeft het geduurd, maar nu heeft ook Helsinki zijn operahuis. De strak vormgegeven gezond-zitten stoelen zijn grofstoffelijk en zwartkleurig bekleed. Ook geen kroonluchters of experimentele lampjeshemel zoals in Amsterdam, maar overal geraffineerde indirecte belichting. Nergens rood pluche te bekennen. Wel waren er actievoerders (vijf in getal) bij de opening, die op een schril klinkend fluitje bliezen en ook nog een spandoek torsten: Ei oopperaa vaan hyvinvointa! - Geen opera maar sociale zekerheid!

In dat stadje te midden van duizenden meren bloeit sinds 1965 een jaarlijks operafestival. De binnenplaats van een ruig ogende middeleeuwse burcht wordt dan omgebouwd tot een akoestisch voortreffelijk speelplaats. Aan publiek geen gebrek want Savonlinna behoort tot de aantrekkelijkste vakantie-oorden voor de Finnen.

Dat festival ontwikkelde zich tot de sterkste aanjager van de liefde voor opera bij een breed publiek. De drempel voor deze importkunst werd bewust laag gelegd door alle stukken in het Fins te presenteren; het eigen bestand aan capabele zangers bleek ook groot genoeg. Belangrijkste impuls om opera populair te maken, kwam evenwel van de componisten. In dertig jaar tijd schiepen zij een veertigtal nieuwe muziekdramatische werken met het Fins als voertaal. Vooral Aulis Sallinen, geboren in 1935, ontpopte zich als de Sibelius-van-de-Finse opera. In 1995 zal zijn vijfde werkstuk 'Het paleis' in Savonlinna in premiere gaan. Op dat zomerpodium kregen veel Finse opera's hun eerste kans.

Maar in de langdurende winter? Dan werd de opera als het ware opgeborgen in een bonbondoosje: het piepkleine Alexander-theater in de Finse hoofdstad; maximaal zes eerste violen konden het orkest aanvoeren, zo nauw bemeten was de orkestbak en slechts 500 toeschouwers pasten in het laat-negentiende eeuwse zaaltje.

Toen in Amsterdam de discussies over de bouw van een nieuw operahuis hoog oplaaiden en componist Peter Schat riep dat Amsterdam de achterlijkste stad van Europa was omdat de Nederlandse Opera zich moest behelpen in de Stadsschouwburg, werden er dezelfde verwoede discussies gevoerd in Helsinki. Maar niemand die dat zuidelijker in Europa hoorde.

De Finnen moeten gevoeld hebben dat ook niemand hun trots zou opmerken: een nieuw operagebouw dat aan alle hoogopgeschroefde internationale standaards voldoet. Daarom nodigde de regering doodleuk een breed gezelschap van muziek- en operacritici uit, van een Japanner tot een groep Amerikanen, van Italianen tot aan Russen uit het nabijgelegen Sint Petersburg.

De geschiedenis van plannen maken, beslissingen nemen en toch weer afketsen, loopt opmerkelijk parallel met de Nederlandse. Net als in Amsterdam gaat die terug tot rond 1920. Helsinki lag aanvankelijk een stap voor, want daar was al in 1911 eenn onderneming opgezet die eerst Lands Opera en in 1914 Finse Opera ging heten, terwijl in Amsterdam ad hocgroepen als de Wagner Vereeniging het opera-leven gaande hielden.

Toen het Russische imperium in 1918 ineenstortte, rukte Finland - tot dan een groothertogdom onder persoonlijk bestuur van de tsaar - zich los; de nieuwe republiek schonk het leegkomende, door de Russische adel en het leger gebruikte theatertje aan de Finse Opera. Als tijdelijke oplossing want binnen enkele jaren zou een nieuw operahuis als uitdrukking van nationaal zelfbewustzijn gereed zijn. Grootspraak kun je het niet noemen, want ook toen al werd de Finse zangkunst internationaal gerespecteerd. De sopraan Aino Ackte gold als een absolute ster. Zij was het die in 1911 in Helsinki de nationale opera mede opzette. De wispelturigheid van deze diva bleek niet te combineren met de spanningen die een operabedrijf oproept. Zij verliet de zaak in Helsinki en zette in 1912 de zomeropera van Savonlinna voor het eerst op. Tot 1940 werd daar - vrijwel jaarlijks - een stevige bodem gelegd onder de Finse vocale cultuur. Was het voorbeschikking dat het eerste echte operahuis van Finland aan een baai moest komen te staan? Ook de burcht in Savonlinna ligt wonderschoon aan en zelfs in het water. Natuurlijk, Helsinki steekt als 'n hand met vingers in het water van de zee, maar de plannen richtten zich eerder op plaatsen meer in het centrum van de bebouwing. Alweer: het lijkt wel Amsterdam!

Werd daar ooit het Frederiksplein als de ideale plek uitgekozen voor opera, toch staat er hedentendage de kolos van de Nederlandse Bank. En kijk toch eens hoe imposant streng met vele klassieke kolommen de voorgevel van het massieve parlementsgebouw in Helsinki wordt geschraagd. Daar had eigenlijk de opera moeten staan. “Een volksvertegenwoordiging is ongetwijfeld van groter publiek belang dan een opera,” zo besliste de politiek in 1923.

In 1948 bood de gemeente Helsinki een stuk land aan, maar twee jaar later verrees er het Nationaal Pensioenfonds. Het terrein van een vrijkomende kazerne dan, iets buiten het stadscentrum. Daar verrezen twee forse hotels die nu het internationale gezelschap van journalisten onderdak verschaffen. Zelfs de bouw van een concertzaal, de beroemde Finlandia Hal van architect Alvar Aalto schoof in 1971 de plannen voor een operahuis opzij.

Toch waren er steeds weer comite's 'tot voorbereiding van' die het moede hoofd niet in de schoot wilden leggen. Zelfs de oude Jean Sibelius was in 1951 voor het karretje gespannen, ook al had die als opera-componist nauwelijks sporen nagelaten. Niets hielp echter, zelfs niet een ontwerp van de gerespecteerde architect Aalto om naast de Finlandia Hal ook de opera te bouwen.

“Een mysterie, een groot mysterie,” riep Walton Gronroos uit en hij stak zijn armen vertwijfeld omhoog voor het internationale journalistenforum toen daar uit de vraag kwam: “Waarom heeft het zolang geduurd?” Gronroos werd vorig jaar aangesteld als algemeen directeur over een bedrijf dat ook een balletgezelschap bevat. Daarmee wordt een traditie voortgezet dat zangers van naam en faam leiding geven aan de Finse opera. Het was dus begrijpelijk maar toch verrassend dat Gronroos dinsdagmorgen, bij de officiele opening, in zijn toespraak van spreken op zingen overging. Bovendien: de zanger van de titelrol in de opera 'Kullervo' waarmee het theater werd geopend, de bariton Jorma Hynninen, was in de jaren tachtig co-directeur en hij leidt thans de zomeropera van Savonlinna.

Gebroken wit, duivenblauw, bruin rood, zeer groen en grijs zijn de hoofdkleuren in het interieur. Wit is de eerste en enige kleur die de bezoeker buiten attent maakt op het gebouw aan de rand van de Toolo-baai, het puntje van een parkachtig terrein aan de andere kant waarvan de Finlandia Hal ligt. Ook wittig van uiterlijk. Maar zo massief en scherpgehoekt die concertzaal van Alvar Aalto is, zo open en met meer ronde lijnen afgewerkt is de schepping van een trio Finse architecten.

Jukka Karhunen, Eero Hyvamaki en Risto Parkkinen waren jonge mannen die in 1977 onder het pretentieuze motto 'Scaladirigeerstok' hun ontwerp inzonden bij gelegenheid van de zoveelste plannenmakerij voor een operahuis. Een wedstrijd was het nu, alleen voor Finse ontwerpers. Het leverde toch meer dan honderd ontwerpen op.

Het winnende trio maakte meteen kennis met de harde werkelijkheid want de uitvoering liet lang op zich wachten. “Wij hebben nauwelijks wat veranderd aan onze plannen in al die jaren,” verklaarde de nu middelbaar ogende Hyvamaki bij de presentatie. “Als ik het gebouw in een woord moet kenmerken, dan noem ik het 'evenwichtig'.

De buitenkant getuigt met zijn opbouw van witte keramische tegels in regelmatige vlakken en vakken van dat evenwicht. Het stelt zich zelfs bescheiden op, want vijftien meter zit in de grond. Dat is 'n gevolg van discussies in de jaren zeventig en pressie van linkse groeperingen dat opera toch maar elitair was en dat een operagebouw vooral geen dominante plaats mocht innemen in het natuurschoon van het Toolo-meer. Terwijl op diezelfde plek eerst een suikerfabriek stond.

Ook binnen heerst rust voor het oog. Grote tegels van Carrara-marmer (duivenblauw en ongepolijst) bedekken de vloeren van de ruime entreehal. Doordat het gebouw op de hoek van twee boulevards ligt, komt het publiek langs twee kanten binnen. Je verwacht het niet in het doorgaans koele klimaat van Finland, maar de gevels die de foyers omvatten zijn helemaal opengewerkt met glaswanden. Zij staan enkele meters voorwaarts geplaatst en zijn afgedekt met gebogen glazen kappen.

Wandelend over de omlopen met uitzicht op het bevroren meer voelde ik dezelfde prettige ruimtelijkheid als in het Amsterdamse Muziektheater. Door het samenvloeien van de parterre-bezoekers en die op het eerste balkon in dezelfde onderste foyer-omloop, bleef tijdens de pauze van de openingsvoorstelling echter van die ontspannen loopsfeer weinig over. Hier bleek te weinig ruimte voor het publiek die in de entreehallen juist overvloedig te vinden is, maar nauwelijks benut werd. Het operahuis in Helsinki oogt ook iets stijver doordat de glaswanden recht lopen en de kleuren minder frivool zijn. Zeer fraai is de indirecte wijze van belichting. Eenvoudige voornaamheid zou ook een goed kenmerk zijn voor dit pand dat - iedere vergelijking gaat weliswaar mank - gedachten opriep aan de stijl van de Nederlander Dudok van Heel.

De zaal, de zaal, mogen we die nu eens zien, vroeg een ongeduldige collega uit het Duitse taalgebied aan de gids. Heel traditioneel, die zaal. Een hoefijzer-achtige vorm met een parterre voor 750 bezoekes in rechte rijen en 635 plaatsen over drie ondiepe rondlopende balkons verdeeld. Op die balkons een verwijzing naar het ouderwetse loge-theater door kleine afscheidingen van houten schotten. Ook goed voor de klankverstrooiing. Daar werd veel aandacht aan besteed gezien het strakke en gladde plafond in de hoge zaal, de houten wandafwerking en het parket van roodbruin-kleurig Afrikaans hout.

Nergens rood pluche te bekennen! De strak vormgegeven gezond-zitten stoelen zijn grofstoffelijk en zwartkleurig bekleed. Ook geen kroonluchters of experimentele lampjeshemel zoals in Amsterdam, maar overal geraffineerde indirecte belichting.

Wat er allemaal in dat nieuwe operahuis artistiek kan? Alles. De Finnen kunnen hun geluk niet op, en “daarom hebben wij ook al die journalisten hier naar toe gehaald” zoals de ijverig van Frans naar Zweeds naar Engels en Duits overspringende perschef verklaarde. Eindelijk kan er een groot orkest in de bak, beschikt de techniek over de meest geavanceerde theaterapparatuur (helemaal uit Duitsland afkomstig) en zijn de ateliers ruim gehuisvest in een gebouw. Wat Amsterdam in 1986 al bereikte, wordt in Helsinki net voor 1994 waarheid voor 250 miljoen gulden.

'Ei oopperaa vaan hyvinvointa' stond er op een spandoek dat een vijftal activisten ophield in de vrieskou terwijl de bezoekers aan het openingsgala zich naar binnen spoedden. 'Geen opera maar sociale zekerheid' vertaalde een bevlogen activist. “Die 250 miljoen is een schande in een tijd dat in Finland de sociale voorzieningen worden afgebroken en de werkloosheid stijgt”, luidde zijn boodschap. “Een land met maar 5 miljoen inwoners heeft niet zo'n groot theater nodig”. Een protesteerder blies op een schril klinkend fluitje. Ik heb ze maar niet verteld van de menigte zingende en joelende actievoerders die in september 1986 buiten het Amsterdamse Muziektheater meer herrie maakten dan de openingsproduktie binnen. En dat de koningin via de artiesteningang naar binnen werd geloodst. Finlands president Koivisto kon gewoon bij de hoofdingang voorrijden.

Binnen werd hij onder meer opgewacht door een stralend kijkende componist Aulis Sallinen. Zijn vierde opera 'Kullervo' mocht het theater officieel openen. Had hij zich in al die jaren van afgeketste plannen nooit gehinderd gevoeld in zijn werk als componist van opera's? “Integendeel”, sprak Sallinen, “Finland is altijd zeer vriendelijk voor zijn componisten geweest. We hebben tenslotte ook Savolinna en al was het oude theater in Helsinki klein, mijn stukken werden toch uitgevoerd en gingen mee op toernooi naar het buitenland. 'Kullervo' bij voorbeeld beleefde zijn wereldpremiere in 1992 in Los Angeles. Alles wordt nu zeker gemakkelijker, maar mijn volgende opera, 'Het paleis' - en die is al klaar - beleeft haar premiere in 1995 toch weer in Savolinna.

'Het paleis' wordt de eerste opera die Sallinen op Engelse tekst componeerde. Met de voorgaande vier richtte hij zich duidelijk op de Finse luisteraar, wat ook blijkt uit de gekozen verhalen, zoals een sociaal drama uit 19de-eeuws Finland in zijn tweede opera 'De rode streep' (Punainen viiva) en een mythologisch-Fins onderwerp uit het Kalevala-epos in zijn vierde opera 'Kullervo'.

Kullervo, de titelheld, lijkt in zijn krachtdadigheid op de Siegfried-figuur uit de Germaanse mythologie. Hij heeft ook trekken van Parsifal, de onwetende die langzamerhand tot inzicht komt. Door terug te gaan tot het Kalevala-epos legde Sallinen een nog nauwere band tussen opera en Finse vertelcultuur dan in zijn vorige werkstukken. In 'Kullervo' zingt de Finse, zich onafhankelijk voelende ziel. Die werd zich bewust van zijn eigen waarde toen in 1835 een plattelandsarts, Elias Lonnrot, zijn verzameling opgetekende, mondeling doorvertelde volksverhalen, publiceerde. Dat ongeletterde mensen tot zulke grote dichtwerken in staat waren, werkte als een cultuurschok op de samenleving in Finland die tot dan gedomineerd was door de Zweden en de Russen. Vanaf dat moment herleefde de Finse taal, en in haar voetspoor, de zang- en muziekcultuur. Jean Sibelius (1865-1957) was niet voor niets een nationale held door zijn, van Finse kleuren doortrokken, symfonische werken. Sallinen ontpopt zich op soortgelijke wijze op muziekdramatisch vlak.

In zijn eerste opera 'De paardeman' (Ratsumier) uit 1975 verbeeldde hij de strijd van het Finse volk tegen Russen en Zweden door middel van een legende, waarin motieven uit de volksmuziek vernuftig waren opgenomen in een soms hallucinerende toontaal. In 'De rode streep' (Punainen viiva), zijn volgende opera, richtte hij zich naar realistischer klankwerelden alsof Sallinen het Italiaanse 'verismo' wilde combineren met de ruige kracht uit de opera's van Janacek en Sjostakovitsj.

Met 'Kullervo' combineert hij een Wagneriaanse stijl (de titelheld is in een rol in de 'Ring' waardig) met Grieks drama. Het zijn prachtige koren die Kullervo's gedragingen becommentarieren. Hier is Sallinen, die in zijn jonge jaren een zeer mooie serie 'Liederen van de zee' voor koor schreef, op zijn best. Hij koestert in 'Kullervo' net als in vorige opera's volkse vormen als de ballade, in dit geval een ironisch lied van een blinde zanger. De opera komt echter dramaturgisch niet van de grond doordat het te veel een verteldrama is en er vrijwel geen lyrische bezinning inzit. Ik miste node een liefdesduet of nog grotere vormen om spanningen in te laten culmineren en wegebben. Sallinen zou dat kunnen, want hij schrijft meesterlijk mooi voor de stem; hij weet bovendien met geraffineerde instrumentaties en stevige contrapuntische lijnen voor een boeiende orkestrale onderbouw te zorgen in een zeer aansprekende toontaal.

Dat alles klonk voortreffelijk uit het geheel Finse ensemble onder leiding van Ulf Soderblom in de akoestisch smetteloze opera-zaal. Hier staat eindelijk weer eens een nieuw gebouw met een natuurlijke klank waar een orkest homogeen, warm en doorzichtig uit de bak komt. Het Muziektheater in Amsterdam kan er een voorbeeld aan nemen voor komende aanpassingen. En met zo'n zaal, met een eigen operacultuur, moet het niet moeilijk zijn om driedubbel publiek te trekken, van 500 tot 1364 plaatsen voor 200 opera- en balletvoorstellingen per seizoen, ook al telt Groot-Helsinki veel minder inwoners dan Amsterdam. Finland, Helsinki, zeg ook maar: opera.

Die heerst nu vanaf het hoge noorden over heel Europa.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden