Column

Over een Friese krant in de oorlog,en over een Groningse

Beeld Trouw

Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan: met elke generatie verdwijnt weer een stuk geschiedenis en wat niet zwart-op-wit is vastgelegd, vervliegt samen met de geheugens van de mensen. 

Een open deur, ik geef het toe, maar ook open deuren kunnen je verrassen. Mij overkwam dat door de reacties op mijn column van maandag, die ging over het Friesch Dagblad. 

Ik haalde hoofdredacteur Lútsen Kooistra aan, die in zijn afscheidstoespraak had gememoreerd dat zijn krant in de oorlog het enige dagblad was dat uit eigen beweging de publicatie staakte. Liever dat dan aan de leiband van de nazi’s te lopen.

“Ze stonden rechtop”, zei Kooistra over zijn voorgangers. En hij zag dat als een aansporing voor redacties van nu. Daarmee liet hij merken hoezeer zijn generatie – van wie de ouders de Duitse bezetting aan den lijve ondervonden – nog door de oorlog is bepaald. 

Geert Mak, die ook het woord voerde bij Kooistra’s afscheid, zei met enige weemoed dat dit ‘oorlogsbesef’ (mijn woorden) nu langzaam maar zeker voorbijgaat: de zonen en dochters van de eerste generatie zwaaien af.

Hoe belangrijk het voor hen was, en nog steeds is, de herinnering levend te houden, bleek uit mails die ik kreeg. Het Friesch Dagblad was niet de enige krant die weigerde te buigen, schreven verschillende lezers me, hetzelfde gold voor de Nieuwe Provinciale Groningse Courant. 

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Geert MakBeeld Werry Crone

Publicatieverbod

Deze eveneens zeer gereformeerde krant, die in de jaren zestig op zou gaan in Trouw, hield in oktober 1941 op te verschijnen. Maar hoe zat dat precies? Roelf Haan, achterkleinzoon van de oprichter van de NPGC, mailt me dat er over de krant ‘hoegenaamd geen geschiedenis is geschreven’. Zijn eigen vader, ‘een zeer toegewijd, maar zwijgzaam man’, overleed in 1976, ‘zoals zoveel anderen die betrokken zijn geweest er niet meer zijn’.

Niemand om het na te vragen, dan wordt het moeilijk. Maar wacht, de NPGC is gearchiveerd, het afscheidsnummer uit 30 september 1941 is digitaal beschikbaar. En daaruit blijkt dat de gang van zaken toch anders was dan bij de Friezen. Hoofdredacteur H. Kingmans schrijft dat zijn krant niet langer zal verschijnen omdat de bezetter geen papier meer beschikbaar stelt; een de facto publicatieverbod. 

Dat zal zeker te maken zal hebben gehad met de anti-Duitse opstelling van de krant, waarover de latere hoofdredacteur en GPV-voorman Piet Jongeling zou zeggen: “Wij hebben ons, dacht ik, goed gehouden en ons niet gebogen voor de Baäl”. Maar een zelfgekozen stopzetten van de persen was het dus niet.

De naam van Jongeling valt ook in de mail van Roelf Haan. Jongeling gaf vanaf 1945 leiding aan de NPGC, maar vertrok in 1948 om een eigen, vrijgemaakt-gereformeerd krant te beginnen: het Geformeerd Gezinsblad, daarna omgedoopt tot Nederlands Dagblad. Dat verzwakte de NPGC nogal, schrijft Haan, met enige teleurstelling. Zelf betreur ik deze stap ook zeer. 

Was dit allemaal niet gebeurd, dan had ik als vrijgemaakt jongetje nooit bij wijze van strafwerk de ellenlange hoofdartikelen uit het Nederlands Dagblad over hoeven te schrijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden