Over dood en leven in een Friese polder

In het Heidenschap stapte je zo van de trouwkoets in de lijkboot en andersom.

Meteen na de spoorbomen bij Workum verandert het landschap. Hier, op de Heidenschapsterdijk, begint de wereld van wind en water, groen tot aan de horizon, hier en daar het felrode dak van een knoertige boerderij, vette koeien in de wei en glimmende zwarte paarden die langs de slootkant samenzweren.

Vóór ons ligt het Heidenschap (It Heidenskip), een boerenstreek in het zuidwesten van Friesland die sinds vorig jaar door het leven gaat als ’De oerpolder’. Die naam is te danken aan schrijver/journalist Hylke Speerstra, de meestgelezen Friese auteur van dit moment. Hij verdiepte zich in het boerenleven achter de dijken, in een polder die in de loop der eeuwen is ontworsteld aan de zee. Dijkdoorbraken en overstromingen waren aan de orde van de dag; verzilting verpestte het land voor jaren.

Voor de inwoners van de polder was het altijd wrotten en wramen, Friese woorden die meer zeggen dan ploeteren en zwoegen. Speerstra voerde ruim tweehonderd gesprekken met mensen uit de streek en diepte familiegeschiedenissen op uit dagboeken en documenten. Dat leverde robuuste verhalen op, waarin dood en ellende de boventoon voeren en de koestal naar stront en romantiek geurt. Soms werd iemand wel vier of zelfs vijf keer weduwe of weduwnaar, doordat de partner aan een beroerte, pest of herfstkoorts (malaria) overleed. Bijgeloof tierde welig in het modderland. Het boek vertelt over het geloof dat er ’onheilsdraden’ liepen – bijvoorbeeld onder een bedstede waarin nogal eens een boerin in het kraambed stierf, of over een erf waar de duivel achter een dikke boom stond en zelfs de paarden daar de schrik van hadden. In dit land, zo vertelt het boek, stapte men zo van de trouwkoets in de lijkboot en van de lijkboot in de trouwkoets.

De uitgave van de Friese ’Oerpolder’ werd in 2006 omlijst met theatervoorstellingen in de Gerritsen-boerderij. De Nederlandse editie, in mei 2007 verschenen, beleeft bijna maandelijks een nieuwe druk. En Speerstra las zelfs een gesproken versie van het boek in.

Op een kaart van het gebied uit de negentiende eeuw staan veel landwegen en voetpaden, maar die zijn vrijwel niet meer in het landschap terug te vinden. Nu rijden we vooral op wegen die in naam een dijk, maar in werkelijkheid polderwegen zijn. Zo beginnen we op de Heidenschapsterdijk, die boven het maaiveld uitsteekt. En de Ursuladijk, in de tijd van de Oerpolder een pad met vele hekken door de weilanden, mag ook amper die naam dragen.

Al snel zien we Groot Welgelegen, de enorme boerderij die zo’n grote rol speelt in de Oerpolderverhalen. Hier viel de huishoudster en bijslaap van een boer al vier dagen nadat het stel er ingetrokken was, als een pilaar dood neer – waarschijnlijk aan de ’Aziatische ziekte’, zoals men de cholera noemde. Later werd een boer door de eigenaren van zijn erf gezet, zoals pachters die zich afbeulden om twee keer per jaar de huurafdracht aan de eigenaren op te brengen, vaker overkwam. Soms zaten boeren bij tegenslag zo verstrikt in de wurgcontracten, dat ze zich uit wanhoop op de hooizolder verhingen.

De oude Landschool staat er ook nog, 180 jaar lang in het midden van het Heidenschap, zodat de kinderen uit de buurt nooit langer dan een uur hoefden te lopen. Het gebouw dat in ’De oerpolder’ figureert, is ook lang gebruikt als boerderij; nu is het een woonhuis. Even verder ligt de Ursulapoel te glinsteren in de herfstzon. Het is ook een karakteristiek plekje in het Heidenschap, vernoemd naar een middeleeuws klooster. Hier werd de lijkboot afgemeerd, zodra zich in een van de omliggende boerderijen de dood aandiende. Zoals in de Hylkema-boerderij ver in het land, toen bij vrouw Doetje de blindedarmontsteking doorbrak en de chirurg uit Sneek haar thuis op de keukentafel moest opereren – zonder succes overigens. De lijkboot kon haar de volgende dag wegbrengen naar de begraafplaats van Oudega. In het Heidenschap zelf wilde niemand begraven worden; er was trouwens ook geen kerkhof. Waar de plaats van Doetje en Marten stond, is enkel nog te zien op Google Earth. Vijftig jaar geleden brandde die af.

De Oudedijk is nog wel een echt dijkje, slingerend en een fietsparadijs. Hier sloeg Jetse op hol, de alom gevreesde hengst van Groot Welgelegen die onheil bracht en daarom de muziek werd ontnomen – of beter: gecastreerd omdat hij zo vurig was.

Na het saaie fietspad langs de weg Workum-Koudum duiken we weer de polder in en passeren de boerderij Rode Schuur, waar weduwe Sjoukje Fonda, de koningin van de Friese melkkelder, woonde tot Melle de Vries met zijn stiefzoon Hindrik aanklopte om werk en onderdak. De stalbank waarop de boerenliefde begon, staat er niet meer; in de schuur zit nu een loonbedrijf.

Brandeburen is de kern van de boerenstreek. Er staat een bescheiden kerk met een vriendelijk torentje (bouwkosten in 1886 1640 gulden). Nee, dit was niet het godshuis dat timmerman en baptisten lekenprediker Geert de Jong bouwde om het ’heidendom’ dat zo geloofde in spoken en witte wieven en volgens de verhalen hoereerde, zoop en kaartspeelde te bekeren. Hylke Speerstra vertelt de drama’s die zich daarbij afspeelden uitvoerig en bloemrijk. Nu is Brandeburen een lief buurtje, met recreatiehuisjes waar zelfs de randstad af en toe van komt snoepen.

Dan gaan we de Oosthoek in, langs de Hofmeerboerderij waar zeven geslachten van de machtige Gerritsens woonden en langs de plaats waar ’blikken dominee’ Douwe Dijkstra neerstreek met de beeldschone Brechtje, die hem onder zijn allereerste preek helemaal van streek had gebracht. Op een zomerdag fietsen we naar Workum terug via Gaastmeer en Nijhuizum (twee pontjes). In de winter moeten we over de ’Buurt’, langs het Helspad en de onheilsdraad die de boerderijen de Hel en Walhalla met elkaar verbond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden