Over de welvingen van een rustgevend landschap

Wandelen in de grensstreek is genieten van de mooiste heuvels van Zuid-Limburg en een snoeperig en slaperig stukje Duitsland. En van veel Christus- of Mariabeeldjes.

Bijzonder is de Abdij Benedictusberg in Mamelis. Bijna kasteelachtig bepaalt deze 'burcht van gebed' het Limburgse heuvelland. Binnen overheerst de stilte. Het klooster is in 1921-1922 gebouwd voor Duitse Benedictijner monniken. In WO II raakte de woongemeenschap in opspraak, omdat een aantal monniken sympathiseerde met de Nazi's. Na de bevrijding werden zij over de grens gezet. Zeven jaar lang deed het klooster dienst als onderkomen voor het Amerikaanse leger, de grensbewaking, politieke deliquenten en gezinnen van gerepatrieerden uit Nederlands-Indië. In 1951 namen Nederlandse Benedictijnen hun intrek in de abdij. Tegenwoordig groeit het bewonertal. Hoewel de Benedictijnen vooral in rust en stilte samenleven, zijn bezoekers welkom bij het zingen van de getijden en de hoogmis. Info: bernardusberg.nl.

Uiteindelijk hebben de heilige kruisjes het onderweg gewonnen van de heerlijke bankjes. Het was weliswaar een nipte zege: 17 veld- en wegkruisen, kastjes en kapelletjes met een Christus- of Mariabeeld en herinneringen aan een smartelijk gestorven ziel tegen 16 bankjes en andere zitelementen. De geneugten voor de ziel en voor het lichaam hielden elkaar op deze wandeling dus nagenoeg in evenwicht. Mooi toch?

We konden het weer niet laten om in de aanloop naar Kerst een wandeling te maken in de heuvels van Zuid-Limburg, van Vijlen naar Bocholtz vice versa. Gegarandeerd een bezinningstocht met een 'plus'. Naast de vele plekjes waar je moet stoppen voor een uitzicht of een kruisje op de hoek van twee wegen tref je daar ook rustpunten om de inwendige mens tevreden te stellen. En ook doe je een dot aan ervaringen op, want we wandelen in een grensstreek, met niet alleen een van de mooiste gebieden van Nederland maar ook een snoeperig en slaperig stukje Duitsland.

Eigenlijk heb je het nauwelijks meer in de gaten dat hier een grens loopt. Vroeger voelde je dat alleen al in je portemonnee. Daar zat niet alleen eigen geld in maar ook vreemde munten: guldens, marken en ook nog francs, want België ligt hier ook om de hoek van de straat. En je kende niet alleen je eigen taal, maar ook die van de buren. Dat is allemaal veranderd. Mark, franc en gulden zitten niet meer in de knip, Zuid-Limburgers spreken hun nabuurtalen alsof er mee geboren zijn (en beschikken daarnaast ook nog over een dialect/taal waarmee elke grensbewoner vertrouwd is). Paspoorten worden zelden meer gecontroleerd, de meeste slagbomen zijn afgebroken, naar grenspalen moet je echt goed zoeken. Naar een douanier ook, trouwens.

Vooral wandelaars profiteren daarvan, schrijft Yvonne Cox in haar boekje 'Grenzenloze wandelingen'. En toch, vindt ze, 'voelt het anders' als je in Duitsland of België bent. Er is duidelijk verschil in de bebouwing, de prijzen, de ambiance en de volksaard. De kerstversiering is vaak grensoverschrijdend, "maar je weet precies wanneer je de grens passeert", vindt de herbergierster die op een van de hoogste plekjes van Limburg een café runt, in Vijlen, recht tegenover de hoogst gelegen rooms-katholieke kerk van Nederland.

Daar hebben wij nog niet meteen last van, als we de deur van haar fiets- en wandelcafé 'A gen Kirk' achter ons dichttrekken, Vijlen doorwandelen ('het bergdorpje van Nederland') en over een veldweg de Vijlenerberg afdalen. Verre kerktorens in alle richtingen. Hier hebben we niet alleen het eerste bankje maar ook het eerste kruis al te pakken, voorzien van een tekst in Limburgs dialect: 'Effe beej mich wake, euche hektiek stake, wie Trichter-Gatz krúútze, zal ich euch besjúúnze'.

Het landschap welft zacht in brede banen naar beneden. De drukke 'rijksweg' Maastricht-Vaals (N278) probeert de golf van weilanden en akkers nog te keren, maar die rolt onweerstaanbaar door het dal heen en ook de Selzerbeek legt haar geen strobreed in de weg. De glooiïng gaat aan de overkant gewoon weer verder, bergopwaarts: Duitsland in. Want de piepkleine buurtschap Mamelis lag er met z'n vakwerkboerderijen in carrévorm schattig bij, aan de klotsende grensbeek, maar je zou het veldkruis en de hardstenen grenspaal bijna ongemerkt voorbijlopen.

Toch loop je wel degelijk bij de buren. De woorden Michaelshof en Hofkäserei vertellen dat de koeien vooral voor de kaas staan te grazen. Het bord met het opschrift 'Landschaftschutzgebiet' komt niet uit de vocabulaire van Henk Bleker en de naam van het dorpje Orsbach spricht Bände (of Buchteile). Ineens raken we verdwaald tussen een roedel Nederlandse jagers. Zij laten zich op strobalen in een boerenkar een eindje buiten Orsbach brengen om daar een plaats in hun jachtgebied in te nemen. Een half uurtje lang wordt de rust verstoord door knallen uit hun geweren. Hazen buitelen door het knollenland, gaan onverbiddelijk voor de bijl of weten levend aan het krijgsgeweld te ontsnappen. Leve de lol.

Yvonne Cox had grenzenloos lopen nog zo mooi gedefinieerd. 'Het lopen, de beweging an sich, leidt tot een soort grenzenloze leegheid en daardoor ontspanning. Het simpele lopen, de ene voet voor de ander zetten met als enige doel weer terug te komen op het startpunt, dat schept rust. Het is niet mogelijk om sneller te gaan dan je voeten willen of kunnen lopen.' In die sfeer zakken we na de jachtpartij weer langzaam terug.

Het enige geluid dat we tenslotte nog horen, is het snorren van negen oerstevige windmolens. Ze zorgen voor achtergrondmuziek bij de resten van de Siegfriedlinie, de tankhindernis die Hitler vanaf 1936 langs de Duitse westgrens (Westwall) liet aanleggen als tegenwicht tegen de Franse Maginotlinie. De betonnen bunkers en stenen 'drakentanden' zijn nu overwoekerd met struiken en mos, een lieflijk gezicht - als je het verhaal van het Ardennenoffensief niet kent.

We lezen dat we bij het spoor van de railbus Maastricht-Aken weer de grens passeren, en stappen Bocholtz binnen. Een Nederlands kerkdorp, al zou je dat aan de naam niet denken. Maar de warme chocola die tegenover de kerk in het oude café met een hoog Conny Froboes- en Heintje-gehalte wordt geserveerd is prima, en de wafel met warme kersen in de verbouwde ijsboerderij aan het eind van het dorp geeft nieuwe energie. De Limburgse heuvels weer in, via de tot grensroute verheven Molenweg en dan in een vrije val het dal weer in, tot het volgende kerkdorp, Nijswiller. In de verte lonkt de Martinuskerk van Vijlen alweer en zet aan tot een ferme klim tegen de berg op. Geen tijd voor de modelvliegsportclub, een bijna Duits woord voor een vrolijke hobby met een riante accommodatie. Het landschap golft er weer lustig op los. Het tempo zakt. Nog even peinzen en gedachteloos afdwalen, gewoon aan niets bijzonders denken. Behalve dat biertje boven.

www.trouw.nl/natuurtochten

De grootste verzameling wandel- en fietstochten

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden