Over de waanwereld van Hollywood en scientology

Frank Schirrmacher is mede-uitgever van Frankfurter Allgemeine Zeitung.

De prominente Amerikanen zetten zich in voor scientology. Maar men hoeft geen geloofsonderzoek in te stellen om aan de zaak gepaste aandacht te besteden. De eeuwige vraag, waaraan of waarin scientology nu eigenlijk gelooft, hoeft voor wie zich over dit document buigt, geen rol te spelen. Want hij herkent hoe hier een specifieke vorm van een particulier, sekte-achtig geloof zich transformeert in een holle vorm van politieke metafysica. En het eerste en laatste geloofsartikel daarvan luidt dat Duitsland totalitair geïnfecteerd blijft en altijd weer aan het gevaar blootstaat om zich in zijn racistische en moorddadige aard te verliezen.

“In de jaren dertig',' zegt de brief, “waren het de joden. Vandaag zijn het de scientologen.” Om deze kernzin heen ontvouwt het schrijven de gebruikelijke retoriek van geleende schrikbeelden. Scientologen zouden in Duitsland worden vervolgd en gediscrimineerd, films van echte of vermoedelijke scientologen als John Travolta en Tom Cruise zouden worden verboden, vervloekt en vermoedelijk binnenkort ook in het openbaar worden verbrand - dit alles, aldus de brief, “begint vertrouwd in de oren te klinken - niet naar het Duitsland van 1996, maar naar dat van 1936. Het zou aan banden moeten worden gelegd - nu, voor het zich verbreidt, zoals het zich al eens eerder verbreidde.”

Natuurlijk wekten zulke zinnen verontwaardiging, bij de Duitse regering en bij de oppositie en ook in het State Department (het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken), waar men wees op buitenproportionele van de argumentatie.

Maar de advocaten van scientology hebben in hun briefje eigenlijk alleen maar herhaald wat al lang tot de standaardformules van het politieke en intellectuele discours is gaan behoren: dat men 'weer zover is', namelijk daar waar eens Hitler was. Op eenzame hoogte, maar hij staat niet alleen, torent erboven uit het dictum van Günter Grass dat de Duitse hereniging Auschwitz weer mogelijk maakt.

Juist deze achtergrond maakt de open brief tot waardig tentoonstellingsobject. Helmut Kohl heeft een brief uit Hollywood gekregen - uit die simulatie- en naüpingswereld, waarvan de mythe-scheppende kracht allang tot een omkering van waan en werkelijkheid heeft geleid. Wat eens, niet ver van Hollywood, voorzien van alle middelen van de maatschappij-theorie, door Herbert Marcuse werd geformuleerd, bereikt ons nu in zijn tweede parodistische fase uit de studio's zelf.

Terwijl de wereld nog over het schrijven uit Hollywood praat, produceert men daar al de film bij de brief. Allan Folsom, een tot nog toe weinig succesvol scenarioschrijver in Santa Anna, publiceerde vorig jaar de bestbetaalde debuutroman uit de Amerikaanse geschiedenis. De thriller met de titel 'Overmorgen' wordt nu voor een evengroot bedrag verfilmd. Centraal in het boek staat een samenzwering van de Duitse politiek tegen Europa en tegen de wereld. Aanvoerders van het complot zijn de president van de Duitse Bundesbank, politici en ondernemers. Hun doel: een wereldregering op nationaal-socialistische grondslag. Het ter plekke kennelijk zeer precies gerechercheerde boek eindigt in de Zwitsers bergen. Het gaat erom Hitlers gedachten weer te implanteren, en omdat Hitler dit zelf het beste kan, pogen de Bundesbank en andere samenzweerders het uit de bunker geredde hoofd van Hitler op een levend lichaam over te planten.

Dat klinkt allemaal grotesk, en je wordt er licht onpasselijk van als je bedenkt dat zeer succesvolle boeken ook altijd weer geheimen van het collectieve onderbewustzijn openbaren. Maar juist in die zakelijk bedoelde belachelijkheid lijkt Folsoms boek precies op die open brief uit Hollywood: de parodie van maatschappij-theorie.

Daarom hoort de brief die Hollywood aan de Duitse politiek richtte, thuis in het museum. Hij vertekent datgene wat hij met een groot moralistisch gebaar tracht te bewaren. Hij toont aan wat er gebeurt als men de wereld alleen nog ziet door de bril van thrillerschrijvers en filmmakers. De holocaust wordt een story.

Men zou naast dit schrijven een ander geschrift moeten leggen, dat weliswaar niet in het 'Haus der Geschichte' thuishoort, maar in ieder geval iets meedeelt over de receptie ervan. Het is een open brief, geschreven op 11 april 1933 en gericht aan Adolf Hitler. Met het oog op de zich aftekenende jodenvervolgingen leest men daar: “U moet ervoor zorgen dat deze klopjacht ophoudt.” De opsteller van de brief, Armin Wegener, kwam in het concentratiekamp terecht. Twee brieven, echter niet twee maal dezelfde wereld, maar: wereld en waan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden