Opinie

Over de omgang van moeders met hun orthodoxe dochters

In het nummer van 6 mei van het Duitse weekblad Die Zeit stond een groot stuk over hoofddoekjes. Vrijwillig gedragen of onder dwang? Staat de hoofddoek Duits voelen en daarmee integratie in de weg? Daarover ging het. Daarover gaat het altijd.

Over de antwoorden rolde ik niet van mijn stoel. Alle ondervraagden droegen hun hoofddoek vrijwillig. De veelal modieus gehoofddoekte vrouwen voelden zich behalve moslim, heel erg Duits. Natuurlijk kwam er ook een hoofddoek-kritische moslimvrouw aan het woord, Emel Zeynelabidin. Haar vader richtte ooit de conservatieve Turkse club Milli Görüs op. Tegelijk met haar hoofddoek had zij indertijd haar aufgestülpte (opgelegd en opgezet als een hoed) identiteit afgelegd. Mens-zijn ervaart zij als hogere fase van moslim-zijn.

Van het artikel werd ik niet veel wijzer. Was dat, omdat het mij niet bevestigde in mijn idee, dat hoofddoekjes nogal eens onder dwang gedragen worden en integratie in de weg staan? Opgeven dus die ideeën naar aanleiding van dit artikel? Of me zelf voorhouden dat het artikel niet diep genoeg gegraven had om zodoende mijn eigen ideeën niet te hoeven bijstellen? Rationeel geen keus. Je moet niet blijven steken in vooroordelen. Emotioneel ligt dat anders.

Minny Mock-Degen (1945) groeide op in Nederland en emigreerde in 1985 naar Israël. In 2006 promoveerde zij daar op een proefschrift over joodse dochters (in Nederland) die orthodox werden en de reactie daarop van hun moeders. Het orthodox worden dat zij beschrijft gaat nog wel wat verder dan het dragen van een hoofddoekje. Het vereist een koosjere keuken waarin vlees en zuivel tot en met bestek en borden strikt gescheiden zijn. Het vraagt een observantie van de sabbat die de besteding van het weekeinde verregaand stempelt. Geen televisie of radio meer op de vrijdagavond, maar spelletjes in het gezin. Geen sportclubs of winkelen meer op zaterdag maar synagogenbezoek en samenzijn met gelovigen van dezelfde orthodoxe snit.

De dochters uit Mocks onderzoek woonden nog thuis toen ze orthodox werden. Voor de meesten van hun moeders gold dat ze, zoals dat heet, van joodse huize waren. Meestal nog wel bewust van hun jood-zijn, maar verder aan de rand, geseculariseerd. Mens-zijn zagen ze, mutatis mutandis net als Emel Zeynelabidin, als een hogere fase van jood-zijn. Orthodoxie was in hun ogen een stap terug, iets van het verleden. Tot hun dochters orthodox aangestoken thuiskwamen en met de heftigheid die hoort bij de adolescentiefase waarin ze zich toen bevonden haar eisen op tafel legden inzake maaltijden (koosjer) en sabbatbesteding.

Als complicerende factor kwam daarbij dat een belangrijk motief voor de orthodoxe keuze van de dochters was om na de Shoah het joodse leven door te zetten. De nazi’s niet via de secularisering alsnog te laten winnen.

Een pijnlijk onderwerp in de gezinnen, die stuk voor stuk zwaar gehavend uit de oorlog waren gekomen. Sommige moeders hadden in een concentratiekamp gezeten, anderen hadden via onderduik overleefd. Nagenoeg allen hadden hun families verloren. Voortzetting van het joods zijn was een beladen onderwerp.

De moeders waren bovendien niet gek op orthodoxie. Om redenen die ik perfect kan navoelen. Het gelijkhebberige. De groepshiërarchie. De pretentie van het enig juiste leven. Maar ze moesten wat, wilden ze hun kinderen niet verliezen. Hoe reageerden ze?

Mock, zelf een tot de orthodoxie bekeerde, praatte met eenentwintig vrouwen. Zeven paar moeders en orthodox geworden dochters (een met twee dochters). Twee moeders zonder hun dochters en vier dochters zonder hun moeders. Een kleine groep, maar groot genoeg om alle worsteling, toegeving en afstoting in kaart te brengen.

De meeste moeders, zo is haar conclusie, reageerden uiteindelijk positief, accepteerden de andere leefwijze van hun kinderen. Vooral kleinkinderen braken het ijs. Sommige moeders werden zelf orthodox.

Maar het kostte veel. Heel veel. En het zou niet gegaan zijn zonder liefde voor elkaar en een intens gevoel van familiale verbondenheid.

Zelden een boek gelezen dat zo openhartig en onbevooroordeeld schrijft over de moeite andere ideeën, andere leefwijzen te accepteren. Over de moeite oordeel en vooroordeel te boven te komen. Zelfs al gaat het om eigen kinderen. In eigen huis.

Het zit diep. Het gaat over overleven. Zowel voor de dochters als voor de moeders.

Precies daarover, over overleven, gaat het ook bij de hoofddoekjes. Alleen zijn dat niet onze dochters, maar de kinderen van hier naar toe gekomen vreemdelingen. Er is nog een lange weg te gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden