Over de navolging van Thomas van Kempen

Zwolle De VVV (Grote Kerkplein 14) heeft een stadswandeling uitgegeven en verkoopt ook een Thomas à Kempis route (¿5). Vanaf het NS station wijst de weg naar de binnenstad zichzelf (langs de Luttekestraat). Bus 29 rijdt in de richting van de Agnietenberg (halte Haersterveerweg), maar bij mooi weer is het zeker te wandelen (ongeveer 6 km komen er dan bij), neem in dat geval de Thomas à Kempis-route als leidraad. In de glooiing van de Agnietenberg ligt een mooi theehuis. En tot slot: Zwolle kent ook musea als het Afval- en het Harley-museum.

Het precieze verhaal doet er hier niet toe. Wel dit: die agent had ongelijk. Al had hij histórisch gezien een zeker recht van spreken.

De aantrekkingskracht van Zwolle lag in vroeger eeuwen eerder in het verzaken van plezier. “Wees zoveel gij kunt op uw hoede voor het drukke mensengewoel... Weet dat gij geroepen zijt om te lijden en te werken, niet tot lediggang en babbelpraat”, schreef Thomas à Kempis in zijn De Imitatione Christi, het beroemde geschrift van de Moderne Devotie dat hier, begin vijftiende eeuw, in het klooster op de Agnietenberg ontstond. “Het is geen kleinigheid”, gaf Thomas toe, “om in een klooster of in een broederschap te wonen en aldaar onberispelijk te verkeren, en tot aan de dood daarin trouw te volharden.”

Dat zullen de Broeders des Gemeenen Levens vaak beaamd hebben. En anders wel de studenten van de Latijnse school die bij hen in de kost waren. De opleiding die ze hier kregen was van eenzelfde soberheid en praktische vroomheid. Vanuit alle gewesten, zelfs vanuit Keulen en Frankrijk, stroomden de leerlingen toe. In de hoogtijdagen van rector Johan Cele waren het er soms zelfs tegen de duizend.

De binnenstad vlak achter de Grote Kerk draagt het stempel van die pedagogische bedrijvigheid van de Moderne Devotie: onderdeel van een complex van broederhuizen is daar nog het huis van rector Cele (met het 'Cele-poortje' ernaar toe in de Papenstraat), met vlak in de buurt de Fraterhuizen waar de studenten onderdak vonden: de Rijken-Fraterhuizen voor betalende studenten (Praubstraat - Papenstraat) en het Domus clericorum voor de armeren (in het volgende blok).

De middeleeuwse wirwar van straatjes en binnenplaatsen is te ingewikkeld om hier ordentelijk in kaart te brengen. Wie bang is iets over het hoofd te zien raadplege een van de genoemde gidsen. Daarin staat ook te lezen over de Wheeme, van oorsprong de pastorie van de Grote Kerk, over het Huis met de Hoofden in de Goudsteeg dat met zijn Lübecker-gevel ineens voor zo'n onmiskenbare Hanze-sfeer zorgt, en ook over het voormalige Paleis van Justitie met zijn (na het voorafgaande bijna choquerende) neo-classicistische gevel. (Loop even om naar de Potgietersingel.)

Zorg dat u uiteindelijk uitkomt op de Sassenstraat. Van daar uit is de weg weer gemakkelijk te vinden. De sobere Bethlehemse Kerk staat hier, oorspronkelijk kloosterkerk van de Augustijner koorheren. Verderop hoort de Sassenpoort natuurlijk tot de bezienswaardigheden, maar dat geldt evengoed voor het postkantoor in de typische negentiende-eeuwse postkantorenstijl van C.H. Peters aan de Nieuwe Markt, en voor de imponerende, in 1899 ingewijde, synagoge.

Om ook even een neus buiten de stadswallen te steken: na de Plantagekerk - een echte Doleantiekerk - rechtsaf de brug over, richting Turfmarkt. Ooit was de Philosofenallee langs de Nieuwe Vecht een wandelallee dwars door de landerijen. Nog steeds is het er aangenaam lopen. Maar het éígenlijke excuus voor deze omweg is de reliekschrijn met de resten van Thomas à Kempis in de r.-k. Michaëlskerk aan de Bisschop Willebrandlaan. (Hiertoe linksaf de Vechtbrug over en dan rechtdoor. Er is ook een mooie begraafplaats.)

Wie dit eerbewijs nog niet genoeg vindt, kan van hier uit doorwandelen naar de Agnietenberg. Van Thomas à Kempis' Regulierenklooster is niets meer over; wel wel staat hier, in de bosrand, zijn gedenksteen, 'nederig maar onvergankelijk' ontworpen door P.J.H. Cuypers.

De niet-zo-dapperen waren intussen gebleven bij de St. Michaëlskerk. Via de Thomas à Kempisstraat gaan die terug naar de binnenstad - overigens interessant genoeg, zo'n oude uitvalsweg, waar de voortgang van de geschiedenis aan af te lezen is. Ze zouden ook een stuk Thorbeckegracht mee kunnen nemen, uit respect voor deze andere Zwolse zoon (op het Stationsplein staat zijn standbeeld).

Dan langs de stadsgracht, langs het Broerenklooster, en door de smalle straatjes achter de stadsmuur, naar het Rode Torenplein, waar de gracht aan het Zwarte Water raakt. Kalme welvaart overal. Zelfs het licht lijkt hier bij te dragen aan de noordelijke, hanzestad-achtige sfeer.

De tuin van het Overijssels Museum heeft een doorgang, vandaar met een slinger naar de O.L.V. kerk en de Peperbus, de toren met zijn speklagen-lantaarn, die ervoor geschapen lijkt te zijn op koektrommels terecht te komen. Of op de blikken met Zwolse balletjes. 'Wat een zorg besteden wij aan voorbijgaande en nietswaardige dingen', zouden meester Cele en Thomas à Kempis vermanend zeggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden