Over de geheimen van eb en vloed

Britse natuurkundige verzamelt alles wat er te weten valt over het getij en de verhalen daaromheen

Of hij het nu in de boekhandel probeerde, de bibliotheek of bij het antiquariaat, overal ging Hugh Aldersey-Williams met lege handen naar huis. De Brit, woonachtig aan de kust van Norfolk, wilde meer weten over het getij en zocht naar een toegankelijk boek over de wetenschap van eb en vloed. Dat bestond niet. Studies genoeg met wat hij noemt 'onbegrijpelijke diagrammen en intimiderende wiskundige formules', maar niet iets om mee bij het haardvuur in je luie stoel te gaan zitten.

Dan schrijf ik het zelf maar, moet hij op een goed moment hebben gedacht en nu is daar 'Het getij. Wijsheid en wetenschap van eb en vloed'. Met een bul natuurkunde van Cambridge University en een achtergrond als schrijver en journalist was Aldersey-Williams bij uitstek geschikt voor die taak.

Bovendien beschikte hij over de nodige ervaring met het tij. Sterker, doordat hij als jongen in een gammel zeilbootje voor de kust van het eiland Wight een verkeerde inschatting maakte van de ebstroom, had het een haar gescheeld of hij zou een paar decennia later nooit stad en land hebben kunnen afreizen op zoek naar boeken over hoog- en laagwater.

Net zo min had Aldersey-Williams op een goede dag in september een half etmaal kunnen uittrekken voor de observatie van eb en vloed in zijn graafschap. Ruim twaalf uur lang noteert hij heel precies wat hij te zien krijgt. Zelf verwacht hij een saaie dag, maar niets is minder waar, zoals het openingshoofdstuk uit 'Het getij' aantoont.

De auteur vermaakt zich met de bij afgaand tij massaal tevoorschijn komende pieren, verbaast zich erover dat zijn peilstok aantoont dat in het eerste uur na de vloed zich al een derde van de eb heeft voltrokken, en doceert op de momenten dat er even weinig valt te zien over van alles en nog wat dat met de zee van doen heeft. Wist u bijvoorbeeld dat de zeekoe, het zeepaard en de zeeanemoon hun namen te danken hebben aan de gedachte uit een ver verleden dat er voor elke plant en elk dier op het land een overeenkomstige soort in de zee bestond?

De Britse natuurkundige beschrijft het allemaal in een vrolijke stijl. Het grijsbruine schuim dat bij eb op sommige plekken achterblijft, heeft wel wat weg van 'een teleurstellende cappuccino' en draaikolken zijn 'puntkomma's die door de stroom worden weggevaagd'.

Na een volledige getijcyclus aan het water te hebben doorgebracht, pakt Aldersey-Williams zijn boeltje bij elkaar en vervolgt hij zijn boek met een reis door de tijd en over de wereld. Hij verhaalt over de ontwikkelingen in de wetenschap sinds Aristoteles zich in de vierde eeuw voor Chr. het hoofd brak over het hoe en wat van eb en vloed.

De Griekse filosoof kreeg geen grip op zijn studiemateriaal. 'Als ik jou niet kan vatten, moet jij mij vatten', zou hij volgens een verhaal in wanhoop richting het water hebben geschreeuwd, waarna hij zich in de kolkende massa stortte en verdronk.

Vervolgens passeren de getijdetheorieën van onder anderen Galileo Galilei, Isaac Newton en Pierre-Simon Laplace de revue. Op een wijze die ook voor leken en landrotten uitstekend te volgen is, buigt Aldersey-Williams zich over de ingewikkelde materie.

Als het even kan doet hij dat op een plek die verband houdt met het bestudeerde. Zo brengt hij vanuit Venetië verslag uit van de gevolgen van het wassende water dat de Dogestad teistert, zoekt hij bij de Lofoten naar bewijs voor een verschrikkelijke 'Maalstroom', die in het verleden menig zeeman knikkende knieën bezorgde, en begeeft hij zich in het Canadese Nova Scotia naar de Fundybaai, de plek op aarde met het grootste verschil tussen hoog- en laagwater (16 meter).

Vreemd genoeg slaat Aldersey-Williams Nederland over bij zijn trektocht langs vermaarde plekken waar het water altijd een factor is om rekening mee te houden. De springvloed en noordwesterstorm die begin 1953 op de Zeeuwse eilanden voor een ramp zorgden, noemt hij wel, maar zijn aandacht gaat vooral uit naar de situatie in Oost-Engeland, waar die winternacht zo'n driehonderd Britten stierven doordat de dijken braken. Twee getijcycli bleef het water maar komen, zodat op het moment dat het eindelijk eb werd, de stroming zo sterk was dat het afgaand tij meer verwoestte dan toen de zee het land binnenstroomde.

Aldersey-Williams heeft niet alleen oog voor de gevaren van het tij. Hij gaat ook in op de beeldende kunst, romans, gedichten en opera's die aan eb en vloed zijn gewijd.

En het rijke dierenleven en de vegetatie van kuststroken keren in vrijwel elk hoofdstuk terug, evenals de bewoners uit heden en verleden.

Zo loopt de auteur bij Greenwich aan de oevers van de Theems in de voetsporen van de negentiende-eeuwse slikjutters: wezen en ouden van dagen die zich in leven hielden door tussen de aangemeerde schuiten op zoek te gaan naar aangespoelde rommel, waarmee ze een paar penny's per dag verdienden.

Met de grote hoeveelheid rondslingerende glasscherven was dat voor de blootsvoets zoekende kinderen geen ongevaarlijk werk. Wie een fikse snee opliep, ging snel naar huis om de wond te verbinden, om onmiddellijk weer terug te komen naar de rivieroever. Want, zoals een van de stumpers tegen een door Aldersey-Williams aangehaalde victoriaanse journalist zei: "Als het weer vloed wordt voordat ik iets gevonden heb, dan moet ik honger lijden tot het volgende laagwater."

Nogal wat van die arme sloebers kregen te maken met ernstige infecties. Niet zo gek, het water was van abominabele kwaliteit. Dat kwam mede door de zogeheten getij-asymmetrie, legt Aldersey-Williams uit: het fenomeen waarbij de eb trager is dan de vloed waardoor het vervuilde rivierwater van Londen niet in zijn geheel naar zee werd afgevoerd. Rond 1850 spraken tijdgenoten van de 'Great Stink', de Theems was in feite een open riool, een troebele, lichtbruine soep.

Dat kan allerminst worden gezegd van Aldersey-Williams' boek. De ingrediënten uit 'Het getij' - natuurwetenschap, cultuur- en wetenschapsgeschiedenis, mariene biologie, kunst en reisimpressies - vormen tezamen een aangenaam brouwsel dat het verdient om tot ver achter de dijken gelezen te worden.

Hugh Aldersey-Williams: Het getij. Wijsheid en wetenschap van eb en vloed (Tide. The Science and Lore of the Greatest Force on Earth) vert. Ineke van den Elskamp en Onno Voorhoeve. De Bezige Bij; 416 blz. euro 29,99

Een aangenaam brouwsel dat het verdient om tot ver achter de dijken gelezen te worden

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden