Over de drempel van de tent

De cursus Kampeertrektocht kost ¿295,- per persoon. Voor meer informatie: 070-3147247.

Een camping aan de South Downs Way in Engeland, zomer 1994. Twee meisjes van een jaar of zestien komen tegen de avond het terrein op, met hoge, stijfdichtgesnoerde rugzakken. De een begint te koken, de ander zet de koepeltent op. Als de slaapzakken in de tent zijn uitgerold, staan de borden met rijst en groenten al te dampen. Rustig kauwend zitten ze even later onder de luifel; het is zachtjes gaan regenen. De volgende ochtend ziet de slaperige campinggast ze, na ontbijt met thee, weer gaan. Wat rest van de thee zit in het veldflesje, een vochtige handdoek wappert aan een van de rugzakken.

Hoe leer je kamperen? Wie zulke bedrevenheid ziet, zou denken dat daar een levenlang kamperen en padvinden aan voorafgaat. Toch begint kamperen meestal noodgedwongen, niet uit liefde of gewoonte. Behalve weinig geld is de reden vaak dat het op wandel- of fietsroutes de enige mogelijkheid van overnachten is.

DURE SLAAPZAK Bij Robert Eckhardt, cursusleider voor Op Pad, begon het ook zo. Hij wilde bergwandelen en kocht een tent. “Ik kon geen dure slaapzak betalen, ik deed er twee over elkaar.”

Eckhardt beleefde zijn eerste kampeeravonturen begin jaren zeventig. “In die tijd was er nauwelijks informatie. Er waren geen wandelroutes, je had geen tijdschrift, geen tests. Je probeerde wat, en verdiepte je erg in je uitrusting. Tegenwoordig is juist het probleem dat er zoveel aanbod is.” Wat moet je kopen en hoe neem je dat zo slim mogelijk mee? Dat zijn belangrijke vragen in de cursus. Maar eerst: kan ik wel zoveel tillen? Pas als een kampeerder-in-spe ontdekt dat hij of zij best kan lopen met vijftien kilo op de rug, is de psychologische barrière niet onneembaar meer. “Want die is er ook”, zegt Eckhardt. “Mensen zijn zo onzeker. Voor de eerste keer een rugzak pakken en op stap gaan, dat doe je niet zomaar.”

Twee dagen, van vrijdagavond tot zondagavond, lopen de cursisten door de Belgische Voerstreek. 's Avonds laat Eckhardt diabandpresentaties van trektochten zien, overdag wordt er gelopen met bepakking. De eerste dag is kaartlezen belangrijk, inschatten van het landschap. Er wordt veel stilgestaan, rondgekeken en gezeten, om terloops te voelen hoe de rugzak zit. Onderweg kan van rugzak gewisseld worden en de bagage kan aangevuld of juist verminderd worden. Eckhardt neemt materiaal mee; eigen uitrusting - behalve schoenen - is niet per se nodig.

“Bij het eten 's avonds proberen we allerlei branders uit. En we praten voortdurend over materiaal, slaapzakken, matjes. En schoenen natuurlijk. Op schoenen moet je nooit besparen. Dat wil niet zeggen dat je dure moet kopen, als ze je maar echt lekker zitten. En ga naar een goede buitensportwinkel. Want, en dat vertel ik ook, als de verkoper je nauwelijks aan het woord laat en niets vraagt, klopt er iets niet”, zegt Eckhardt, die zelf verkoper bij een bergsportwinkel is geweest.

LENEN Maar hoe kies je een tent, wat is de beste slaapzak? En hoe weet je welke rugzak je moet nemen? Echte beginners krijgen de raad om eerst eens spullen te lenen. Of met een goedkoop tentje te beginnen. “Dat is het probleem voor veel mensen: er is zoveel aanbod van goed materiaal en er wordt net gedaan alsof het zonder dat goede materiaal niet kan. Ik relativeer dat een beetje. Als je 's zomers naar de zuidkust van Portugal gaat, heb je bij wijze van spreken niet eens een tent nodig. Ga je naar Engeland, koop dan liever iets zwaarders, mét luifel, dan kun je ten minste koken als het regent.”

Het lenen van een rugzak is handig, volgens Eckhardt, omdat je eerst nog niet weet hoeveel je mee zult nemen. “Een ijzeren regel: koop nooit een te kleine rugzak. Zorg dat álles erin kan, dus hang er, behalve je matje, niks aan. De moderne rugzak is zo gebouwd dat je 'm gewoon platter kunt maken, als je een keer wat minder meeneemt.” Zelf pakt Eckhardt niet te zuinig. “Vorig jaar was ik in Patagonië, daar kom ik waarschijnlijk nooit meer, dus ik had alle lenzen van mijn camera mee en een statief. Dertig kilo droeg ik. Dat is veel. Je moet in het algemeen uitgaan van vijftien tot zeventien kilo. Dat kan iedereen hebben die de rest van het jaar een beetje gezond leeft. Je hoeft geen atleet te zijn, maar je moet wel wat trainen. Een beetje fietsen, veel traplopen. Anders krijg je knieblessures. En waarom zou je je schoenen niet vast inlopen?”

VERRE AVONTUREN Chronische misvattingen probeert hij te bestrijden. Zoals de gedachte dat benzinebranders gevaarlijk zijn. “Gevaar komt alleen van jezelf”, zegt Eckhardt, die als 'extreme klimmer' door Azië en Latijns-Amerika reisde en met allerlei materialen ervaring opdeed. Gretig luisteren zijn cursisten naar die verre avonturen. Soms hebben ze zelf al een hele carrière gepland: nog voordat ze ooit in Nederland gekampeerd hebben, weten ze al dat ze door Nepal gaan trekken. Eckhardt zegt dat hij nooit iemand ontmoedigt. “Ik heb alleen een keer tegen iemand gezegd dat hij te zwaar was om in de bergen te lopen. Die jongen liep heel goed, maar zodra het wat omhoog ging, bleef hij achter. Daar moesten gewoon wat kilo's af.”

Omdat Eckhardt vaak in gevaarlijke situaties klimt, is het gewone wandelen een totale ontspanning voor hem. Hij probeert dat ook over te brengen: “De meeste mensen nemen te veel hooi op hun vork. Die willen meteen een hele dag doorlopen, terwijl vijftien, twintig kilometer meer dan genoeg is. Juist in buitensport treedt veel stress op. In het dagelijks leven is men nogal prestatiegericht, en kennelijk in de vakantie ook. Ik probeer duidelijk te maken dat het plezier voorop moet staan. Ik heb een bloedhekel aan survivaltochten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden