Review

Over de commissaris zelf had meer verteld mogen worden

De titel van Ger van Roons biografie van Louis Bosch van Rosenthal (1884-1953) geeft aan dat hij de nadruk wil leggen op de principiële houding die Bosch in de jaren dertig tegenover het Duitse nationaal-socialisme heeft aangenomen, op zijn deelnemen aan het actieve verzet na een reeks conflicten met de Duitse autoriteiten en het daarop volgend ontslag, in februari 1941, als commissaris van de koningin in Utrecht.

Die houding en dat verzet vonden hun hoogtepunt in Bosch' benoeming tot voorzitter van het college van vertrouwensmannen in het najaar van 1944 - een groep van zeven mannen (onder wie Drees en prof. Cleveringa) die het bewind op zich moest nemen en de orde moest handhaven als er een gezagsvacuüm zou ontstaan na de Duitse capitulatie.

Veel genoegen hebben de vertrouwensmannen niet van hun werk ondervonden. Het Londense kabinet, dat hen had benoemd, was tegelijk bang dat er zoiets als een tegenregering zou ontstaan, het militair gezag had zo zijn eigen prioriteiten en een deel van de illegaliteit bekeek hen met argwaan omdat ze in 1945 gesproken hadden met de bezetter (o.a. over de voedseldroppings boven de randstad).

Het had allemaal een mooi boek kunnen opleveren, maar dat is het niet geworden. Van Roon toont zich opnieuw de gedreven archiefonderzoeker die we kennen uit de overzichtswerken 'Protestants Nederland en Duitsland 1933-1941' en 'Kleine landen in crisistijd', maar hij brengt ons zijn materiaal zoals het is, zonder enige gedaante of heerlijkheid.

Anderhalve pagina bijvoorbeeld heeft de schrijver nodig voor de beschrijving van een luchtbeschermingsoefening in 1935 in de provincie Utrecht. Om de sfeer te proeven een citaat:

,,Voordat de luchtbeschermingsoefening kon worden gehouden, moest er door de provincie nog heel wat voorbereidend werk worden gedaan. Besloten was de oefening te splitsen in een middagoefening van 16.40-17.40 uur en een avondoefening van 20.30-21.30 uur. Het bleek gewenst, de pers al in een vroeg stadium te informeren. Daarom werd op 27 mei een persconferentie belegd.' Nogmaals, dit dragondersproza is letterlijk aan het boek ontleend.

Van Roon ontkomt evenmin aan het gevaar dat elke archiefonderzoeker bedreigt, namelijk dat hij al zijn aantekeningen en fiches kwijt wil. Dat leidt hier tot zinledige opsommingen. Als voorbeeld een zeventien regels tellende alinea, waarin ons achter elkaar wordt meegedeeld dat Bosch als Utrechts commissaris regelmatig contact moest hebben met de Duitse ex-keizer op huize Doorn, dat hij in 1936 graag gouverneur-generaal in Batavia wilde worden, dat in hetzelfde jaar de rk aartsbisschop van Utrecht wegens ziekte wegging en een nieuwe aantrad aan wie alle medewerking werd toegezegd, en ten slotte dat er met krijt een hakenkruis op de deur van de ambtswoning was gezet (maar dat dit gezien de hoogte van de hakenkruizen waarschijnlijk het werk van de jeugd geweest was).

Van Roon weet kennelijk nog steeds niet dat schrijven ook niet-schrijven, weglaten kan betekenen.

Aan de andere kant veronderstelt hij nogal wat kennis bij zijn lezers. Een sterk voorbeeld is de kwestie-Van 't Sant, waarmee Bosch te maken had toen hij in 1934 nog burgemeester van Den Haag was. Van Roon zet in dit geval de lezer zelfs op het verkeerde been door te schrijven dat het om een geschil ging tussen de familie Van Vredenburch en de Haagse hoofdcommissaris Van 't Sant, zonder te verwijzen naar de rol van prins Hendrik en koningin Wilhelmina. Dat laatste lijkt toch van belang, omdat later in het boek blijkt dat Wilhelmina het in 1945 niet zo erg op Bosch voorzien had. Van Roon legt dan wel een dun lijntje met de affaire-Van 't Sant, maar dat begrijpt niemand die de achtergronden van die kwestie niet kent.

Ik ben niet achterdochtig genoeg om meer achter zo'n vaagheid te zoeken, maar toen ik in de verantwoording op de laatste tekstpagina de zin las dat de schrijver 'gaarne de Koningin dankt voor haar vertrouwen', kreeg ik toch een intens verlangen naar 'meer!', in elk geval over deze ene zin.

Bij dit alles blijft de persoon om wie het allemaal gaat in feite op de achtergrond. Jammer, want de summiere aanduidingen die Van Roon geeft, vragen nadere uitwerking. Om wat her en der uit het boek bijeengesprokkeld materiaal samen te vatten: een man wie eigenlijk alles in het leven meezat, maar die na de oorlog gedesillusioneerd en overwerkt een geestelijke ineenstorting doormaakt; geboren met een zilveren lepel in de mond (zoals de Engelsen zo aardig zeggen), als student ook nog erfgenaam van een landgoed in Overijssel, raadslid en wethouder voor de liberalen in Zutphen, burgemeester van Brummen, Groningen en Den Haag, commissaris van de koningin in Utrecht.

De teleurstellingen zijn navenant. Als de minister hem in Groningen vraagt, waar hij verder burgemeester wil zijn, kiest hij Amsterdam, maar het wordt Den Haag en als hij commissaris in Utrecht wordt, had hij toch liever Gelderland gekregen. Dat 'de troon in Buitenzorg' hem ontging, is al meegedeeld, maar dat zijn dan ook zo'n beetje zijn problemen in de jaren dertig.

Een driftig man, autoritair en regentesk, die meer vertrouwen had in bestuurders dan in politici (maar dan toch ook over bestuurders als de secretarissen-generaal in Den Haag schrijft dat 'Verwey moet hangen, Hirschfeld een schop hebben en Frederiks alleen maar afgezet worden').

Belangwekkend lijkt me vooral Bosch' geestelijke ontwikkeling. Hij stamde uit een liberaal nest, maar ging 'tot verbazing van de Groningers' als burgemeester zondags naar de Martinikerk. Hij werd in 1939 in Utrecht alsnog lid van de hervormde gemeente en liet zich dopen - in de beslotenheid van Paushuize, de ambtswoning van de commissaris.

Hij was inmiddels ook van 'partijloos' geëvolueerd tot lid van de Christelijk-Historische Unie en probeerde na de oorlog, wanneer een deel van het CH-kader naar de PvdA is doorgebroken, theologen als Berkhof en Van Ruler (Van Roon spelt 's mans naam fout, zoals hij trouwens in het hele werk opmerkelijk slordig met namen omgaat) voor het werk van de CHU te strikken.

Allemaal aanduidingen die verdienen uitgewerkt te worden. Dan zou in elk geval dat deel van het boek minder dor zijn geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden