Review

Over de bron van het christelijk antisemitisme

In 1876/1877 publiceerde Julius Wellhausen ’Die Komposition des Hexateug’, waarin hij stelde dat niet Mozes de auteur was van de eerste zes boeken van de bijbel, de Tora plus het boek Jozua, maar een redacteur, die voor zijn redactionele werk vier bronnen had gebruikt, aangeduid als J, E, D en P.

Bron J gebruikt voor de godsnaam altijd de naam JHWH (vandaar: J), de vier letters waarmee God zich bij het brandende braambos aan Mozes bekend maakte. E duidt God aan als Elohim. D bevat grotendeels de tekst van het boek Deuteronomium en P ten slotte staat voor ’priester’ vanwege de specifieke aandacht voor offers, reinheid en heiligheid.

Hoewel ik bijna honderd jaar na Wellhausen theologie studeerde, hadden mijn hoogleraren het nog knap moeilijk met hem. Zegt Jezus niet meerdere malen dat de Wet door Mozes is gegeven?

In hun moeite waren ze niet de enigen. Ook de joodse bijbelgeleerden hadden weinig met Wellhausen op. Toch hadden zij – zo lees ik in een pas verschenen studie over de Tora in de rabbijnse traditie van dr. Marcus van Loopik – geen moeite met zijn wetenschappelijke ontdekkingen. Mijn leermeesters hadden dat duidelijk wel. In de loop van de jaren kwamen er zo veel aanwijzingen van Wellhausens gelijk, dat ze ten slotte, het waren integere wetenschappers, hun hoofd bogen. Maar ze hadden toen wel een probleem. Had Jezus zich vergist? Kon Jezus, Gods Zoon, zich vergissen? Hun oplossing was om voor de Bijbel een ander waarheidsbegrip te introduceren. Ze noemden het contextueel. Bijbelse waarheid was contextuele waarheid. Waarheid afhankelijk van context. Van tijd, plaats en moderne inzichten.

Niet iedereen die jarenlang de onfeilbare waarheid van Gods Woord van de kansel had horen verkondigen, ook door dominees die intussen op hun studeerkamer al beter wisten, was blij met die omslag. Sommigen wilden blijven geloven in die ene waarheid en namen voor lief dat ze verder door het leven gingen als fundamentalist. Diep in hun hart wisten de ’contextuele’ gelovigen trouwens heel goed dat contextueel een ander woord was voor relatief. Slechts een doodenkele keer werden ze geloviger door dat inzicht.

Waarom hadden de joodse bijbelgeleerden veel minder moeite met Wellhausen, ontkenden ze de resultaten van de moderne bijbelwetenschappen niet, maar zagen integendeel het belang ervan? Dat komt, aldus Van Loopik, omdat het geheel, de inhoudelijke samenhang van de Tora, voor hen het allerbelangrijkste was, en is. Als het scheppingsverhaal in Genesis twee keer verteld wordt, vragen de rabbijnen wat daar de inhoudelijke redenen voor zijn en waarom de ene keer als godsnaam JHWH gebruikt wordt en de andere keer Elohiem? Ze denken niet aan onbedoelde verdubbelingen als gevolg van meerdere auteurs maar aan door de hemel gewilde zinvolle herhalingen.

Ze kunnen zo denken, doordat ze zichzelf zien staan in een rechtstreekse lijn die begint met de ontmoeting tussen God en Zijn volk op de Sinaï en die met iedere volgende generatie is voortgezet. Op de Sinaï is alles begonnen. Door de Tora die God daar gaf aan Zijn volk zijn God en Israël onlosmakelijk met elkaar verbonden. De Tora van Sinaï is overigens de hele Tora, inclusief alle interpretaties van latere generaties, samengebracht in de midrasj. Nieuwe inzichten ontdekken staat gelijk aan opdelven wat er al is. Aldus de Rabbijnen.

Ook het christendom draait om de band tussen God en mens. Zij het tussen God en alle mensen en niet meer exclusief tussen God en Zijn volk. Christus heeft die band gesmeed. Waarom? Hoe? Daarover gaat het christelijk geloof.

Het joodse volk hoeft zich die waarom- en hoe-vragen niet te stellen. De echte zoon heeft geen uitleg nodig om zich zoon te voelen. Voor de adoptieve zoon ligt dat anders. Niet vaak genoeg kan hij horen dat de vader hem uit liefde adopteerde. De minste twijfel aan de waarheid van dat verhaal tast hem aan tot in zijn existentiële kern. Zo draait het in het christendom om waarheid en in het jodendom om een leren waarin iedere nieuwe generatie verwoordt wat de band tussen God en Zijn volk betekent. Zou veel christelijke obsessie met waarheid – van de waarheidsaanspraken van Paus en katholieke kerk tot het protestants fundamentalisme – niet voortkomen uit behoefte aan zekerheid over eigen waarde en waardigheid tegenover God? Ligt in de jaloezie op de zekerheid van de echte zoon niet de bron van het christelijk antisemitisme?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden