Over Belgische pelgrimspaden

In het Spaanse stadje Santiago de Compostela wordt vandaag de heilige Jacobus herdacht. Het bedevaartspad ernaartoe is razend populair. Vanuit Nederland voert de weg door België. En daar heeft de pelgrim een ruime keuze aan routes.

"Beziel mijn adem", prevelen de vrouwen van de zustergemeenschap Elia van het Convent van Betlehem in alle vroegte. En wij prevelen mee. Na het gebed volgen de boterhammen met ham en vijgenjam. Een muis schiet achter de vuilnisemmer.

We zijn in het Diocesaan Pastoraal Centrum in hartje Mechelen. Ooit een grootseminarie, nu een bloeiend ontmoetings-, bezinnings- en verblijfscentrum. Voor het ontbijt zijn we welkom bij de zusters na de nacht te hebben doorgebracht tussen de wollen dekens en gesteven lakens van het gastenverblijf.

Tussen de sneeën brood door raken we in gesprek. Nieuwsgierig naar de achtergrond van hun zusterschap verduidelijkt een van hen: "Wel, wij zijn vrije vrome vrouwen..." Het is even stil en een smakelijke lach volgt. Dan zijn de ogen op ons gericht; hoe komen wij zo terecht in het pastoraal centrum?

Inmiddels hebben we ons verhaal talloze malen verteld, maar het verveelt nooit en we vertellen het met liefde opnieuw: we zijn twee vrouwen uit Alkmaar die in 2013 te voet een pelgrimstocht van 1900 kilometer hebben gemaakt van de Bourgondische plaats Vézelay naar Santiago de Compostela, de plaats in Noord-Spanje waar al eeuwenlang pelgrims naartoe trekken om het graf te bezoeken van de heilige Jacobus, discipel van Jezus.

Als opwarmer voor onze tocht naar Santiago zijn we in het jaar daarvoor van onze woonplaats naar Vlaanderen gelopen. Nog vol van de 'Grote tocht' koesteren we een onbedwingbare dwang het onbelopen gat te dichten: vandaar dat we nu via België op weg zijn naar Noord-Frankrijk.

Na het ontbijt zijn we net op tijd voor de ochtendviering in de kapel. Een grote gestalte staat klaar om de viering te leiden. Het blijkt de bisschop van Mechelen te zijn. Na gezang en gebeden zegent hij ons voor een behouden tocht. De zusters nemen afscheid van ons met een omhelzing.

Slenterend langs frietkotten beginnen we in de middeleeuwse binnenstad aan onze eerste etappe en een vertrouwd gevoel maakt zich van ons meester: we zijn weer op weg.

Tijdens onze voorbereidingen bleken de mogelijkheden om België te voet te doorkruisen talrijk. Via het Nederlands Genootschap van Sint Jacob in Utrecht stuitten we op een bontgekleurde metrokaart aan pelgrimspaden. Onze keuze viel op een combinatie van twee routes: de Via Brabantica en vervolgens de Via Monastica.

We zijn koud onderweg op de Via Brabantica of we ontmoeten Paul en Patrick, twee zestigers die net begonnen zijn aan hun voettocht. Zij gaan 'all the way' naar Santiago. Als pelgrims zijn ze duidelijk te herkennen: afritsbroek, een rugzak waar waterflessen en jacobsschelpen aan hangen en een reisgids in de hand. Alles gloednieuw. Pijnlijke knieën hebben voor hen roet in het eten gegooid en nu zijn ze op zoek naar een apotheek. Hun wandeling zit erop voor vandaag. Afscheid nemen doe je niet als pelgrims. Je weet maar nooit wanneer je elkaar weer ziet.

Via het lange kanaal Leuven-Dijlen lopen we zuidwaarts naar de middeleeuwse studentenstad Leuven. Een pelgrimsroute brengt je bijna altijd naar de Jacobskerk van een stad. In Leuven leidt de Pelgrimsstraat ons er inderdaad naartoe, maar we hebben pech: Jacobus staat hier stevig in de steigers, al sinds 1963. Straatnamen als Kapucijnenvoer, Minderbroederstraat en Zwartzusterstraat voeren ons verder dwars door de stad.

Na Leuven trekken we door een golvend landschap met omgeploegde akkers. Onze enige reisgenoten blijken fietsers te zijn die uit de buurt komen. Vaak hebben ze met ons wandelaars te doen - we krijgen een klagelijk "amai!" te horen of "och arme voetekes".

In de suikerstad Tienen knopen we de routes Brabantica en Monastica aan elkaar. De naam zegt het al, er liggen abdijen langs de Via Monastica, ooit dé slaapplekken voor pelgrims. Inmiddels zijn er voldoende alternatieven, zo staan er in onze wandelgids namen van families die langs de route wonen en die pelgrims willen ontvangen. Vaak zijn ze zelf wandelaars of fietsers die iets terug willen doen na alle gastvrijheid die ze hebben ervaren tijdens hun tochten.

Tienen is onze laatste Vlaamse pleisterplaats, nog één dag kunnen we spreken in onze eigen taal, daarna moeten we over in het Frans. Ons gastgezin vertelt ons bij het avondmaal over hun opengehaalde hielen tijdens een tocht over de Mont Blanc en dat ze - ondanks alles - het uitstekend kunnen vinden met de Walen. We eten die avond een smaakvolle ovenschotel met pasta en zalm en drinken goed gevulde glazen wijn.

De volgende dag maakt een plotselinge overgang van Vlaamse naar Waalse naambordjes duidelijk dat we de taalgrens gepasseerd zijn. De RAVeL 2 - ooit een oude spoorlijn, nu een kaarsrechte route voor fietsers en wandelaars - blijkt een belangrijke richtingaanwijzer voor onze route verder zuidwaarts. De oude stationnetjes aan de linkerkant van de weg herinneren ons aan een rijk spoorverleden. Aan de andere kant trekt een golvend landschap van suikerbietenvelden voorbij.

Het is knokken geblazen om je in België als heilige te handhaven. Als we in Namen aankomen zien we dat, net als in Leuven, de Jacobuskerk niet meer dienst doet als kerk. Dit gebouw gaat nu door het leven als de kledingzaak Scotch & Soda. In de Middeleeuwen was het nog een gasthuis voor pelgrims op doortocht naar Santiago. "Alle

relikwieën hebben een mooi plekje in de winkel gekregen", laat een stadsgids ons in zijn beste Nederlands weten. Blijft de heilige Jacobus toch nog in de mode...

De Via Monastica volgt van Namen tot Givet de Maasvallei. De Maas blijkt na de oude spoorweg onze volgende routeduider. De rivier brengt ons mistige verten in de ochtend. We passeren talloze sluizen, vrachtboten passeren ons.

Pelgrimeren is ook incasseren: in Leffe hopen we onderdak te vinden in een van de abdijen langs de route. Maar als wij voor de abdijdeur staan, blijken de monniken in retraite en is de abdij gesloten voor gasten.

We besluiten de route om te gooien en komen aan bij Christine en Jacques in Anhée. Zij runnen overdag een kinderdagverblijf dat ze 's avonds soepel transformeren tot een herberg voor hongerige pelgrims. Inmiddels moeten we volop aan de bak met ons middelbareschoolfrans. Alles is pas de problème voor onze gastheer en -vrouw. Na de Olvarit komen er nu hele kippenpoten uit de koelkast en in een mum van tijd kunnen we aan de dis. Ondertussen belt Christine in rap Frans vooruit naar onze volgende slaapadressen, alles in een handomdraai.

In de ochtend schrijven we in ons beste Frans een dankwoord in het gastenboek en worden we door Christine en Jacques uitgezwaaid. Via het nevelig jaagpad langs de Maas lopen we verder zuidwaarts. Het landschap wordt rotsachtiger en we passeren steengroeven die soms worden afgewisseld door statige huizen die herinneren aan een lang vervlogen welvaart die de mijnbouw met zich meebracht. Vlakbij Dinant zien we kerkjes en kasteelruïnes hoog boven ons aan beide kanten van de Maas.

De laatste etappes voeren ons door de Belgische Ardennen. In Oignies, onze laatste Belgische overnachtingsplaats, drinken we in een kroeg tegenover de kerk een frisse blonde Leffe van de tap. We vinden onderdak bij Françoise die ons een houten chalet aanbiedt en in de ochtend versgebakken brood. In het gastenboek zien we namen van oude bekenden: Paul en Patrick. Ze zijn inmiddels hersteld van hun ongemakken en schrijven vol goede moed over hun tocht naar Santiago.

Net bij de Franse grens wringt de laatste Waal zich in bochten om ons in het Nederlands de weg naar Frankrijk duidelijk te maken.

We zijn inmiddels anderhalve week onderweg en blijven ons verwonderen: waarom halen pelgrimspaden zoveel hartelijkheid in mensen naar boven? Of staan we er gewoon meer open voor? Het lijkt wel alsof je weg van huis en met zoveel kilometers in de benen opnieuw leert geloven, opnieuw leert vertrouwen dat je geholpen wordt bij dat wat op je pad komt.

Met bezielde adem komen we aan in de Franse vestingstad Rocroi. Hier eindigt onze tocht.

Mechelen-Rocroi

De route Mechelen-Rocroi, een samenstelling van de Via Brabantica en de Via Monastica, beslaat 200 kilometer. De pelgrimroutes lopen langs goed begaanbare paden en zijn bewegwijzerd met het blauw-gele logo voor de pelgrimswegen naar Santiago de Compostela. Voor elke route bestaat een eigen wandelgids met routebeschrijvingen, kaartmateriaal en overnachtingsadressen. Meer informatie over deze pelgrimsroutes is te verkrijgen bij het Nederlands Genootschap van Sint-Jacob in Utrecht (www.santiago.nl) en het Vlaams Genootschap van Santiago de Compostela in Mechelen (www.compostelagenootschap.be).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden