Outsiderkunst, de intense blik van buitenstaanders

Het Singer Museum in Laren exposeert kunst gemaakt door mensen met een handicap of, bijvoorbeeld, een psychische aandoening. Liefhebbers zijn lovend. Maar niet iedereen vindt dat het werk kunst mag heten.

Kunsthistorici vinden het maar niks. Gekkenkunst, noemen ze het, of vriendelijker: amateurkunst. Toch heeft ’outsiderkunst’ ook fans. Die waarderen de originaliteit en de authenticiteit van kunstenaars die een verstandelijke handicap hebben of om andere redenen buiten de reguliere kunstwereld om werken.

Het Singer Museum in Laren waagt het erop. Op de tentoonstelling ’Van Gogh & Co’ hangt een portret van een roze Vincent van Gogh met schele ogen. Het schilderij ’Artieste’ van Jan Sluijters is getransformeerd tot een onherkenbare brij van felgekleurde verfstreken. Deze en andere werken zijn geschilderd door 45 bewoners van zorginstelling Amerpoort in Baarn. Zij hebben aandoeningen als autisme en het syndroom van Down.

De expositie in Laren is de grootste tentoonstelling met zogenoemde outsiderkunst in een ’serieus’ museum: 330 werken geïnspireerd op schilderijen van Breitner, Van Gestel en Van Gogh. „In eerste instantie waren we huiverig. Het moest natuurlijk wel een volwaardige tentoonstelling worden”, zegt Lucas Bonekamp van het Singer museum.

De bezoeker kan bij het zien van de schilderijen soms een glimlach maar moeilijk onderdrukken. „Je hoort ze bijna denken: wat leuk dat die mensen zo creatief bezig zijn. De medische en biografische achtergrond van de maker neemt dan de overhand, met als gevolg dat het werk niet op artistieke waarde wordt beoordeeld”, zegt Jos ten Berge, kunsthistoricus en voorzitter van de Stichting Collectie De Stadshof voor Outsiderkunst. Als een van de weinigen in Nederland specialiseerde hij zich in outsiderkunst.

Outsiderkunst is een verzamelnaam voor kunstwerken die om verschillende redenen buiten het reguliere circuit van academische opleidingen, galeries en musea vallen. De makers zijn soms verstandelijk gehandicapt of hebben een psychische aandoening. Maar ook ’gewone’ burgers kunnen outsiderkunst maken.

Overeenkomstige stijlkenmerken zijn lastig te onderscheiden. Sommigen noemen het felle kleurgebruik, de obsessieve herhaling van lijnen en het op de millimeter voltekenen van papier. Ten Berge: „Inhoudelijk en stilistisch zijn de werken divers. Als ik een gemeenschappelijk kenmerk moest noemen zou ik zeggen dat de beelden van outsiders een bijzondere intensiteit hebben en een kijkje geven in een wereld die wij niet begrijpen.”

De werken staan ’los’ van de kunstgeschiedenis. Dat is ook de reden dat de kunstvorm botst met de gevestigde stromingen. De vraag: ’Is het wel kunst?’, dringt zich makkelijk op. Ten Berge: „Kunsthistorici analyseren schilderijen als een reactie op een bepaalde stroming of tijd: Welk ’isme’ volgt op het andere isme? Outsiderkunst is geen stroming of beweging. De makers kennen elkaar niet, delen geen manifest en vragen zich niet af hoe hun kunst zich verhoudt tot andere kunst.”

Om die reden voelt Rudi Fuchs, kunsthistoricus en oud-directeur van het Stedelijk Museum, zich niet aangesproken tot outsiderkunst. „De neiging bestaat om alles kunst te noemen. Maar dit is iets anders, het werk is apart en excentriek, maar als kunst zegt het mij niks.”

Volgens Fuchs is het niet aan musea om outsiderwerken te verzamelen en te tonen: „Kunst gaat om historie, om lange lijnen en tradities: schilder A, die reageert op schilder B en invloed heeft op schilder C. Kunstenaars die nadenken over wat ze willen laten zien en samen iets opbouwen. Werken die voortkomen uit een persoonlijke geest en toevallig zijn ontstaan hebben een aparte status en behoren hier niet toe.”

Toch laten ’normale’ schilders zich geregeld inspireren door outsiders. „Kunstenaars als Picasso, Rainer, Dubuffet en in Nederland Reinier Lucassen en Armando, zijn de grootste verzamelaars van dit soort kunst”, zegt Nico van der Endt, sinds 1969 eigenaar van galerie Hamer in Amsterdam: Nederlands enige galerie voor outsiderkunst. „Kunstenaars voelen de authenticiteit van het werk en zijn soms zelfs jaloers. Met hun opleiding en ideeën over kunst zijn ze nooit in staat zoiets te maken.”

Volgens Van der Endt is er steeds meer belangstelling voor deze vorm van kunst, in binnen- en buitenland. Sinds 1992 wordt in New York zelfs een Outsider Art Fair georganiseerd. En het Zwitserse Lausanne en het Belgische Gent beschikken over enorme collecties. Voor de werken van Adolf Wölfli en Louis Soutter worden tonnen betaald.

Nederland loopt nog achter, al worden in het Singer Museum ’volwassen’ prijzen gevraagd. Een groot schilderij kost gemiddeld 4500 euro, de kleinste werken zijn 200 euro. Dat de belangstelling groot is blijkt uit de vele rode stickertjes: verkocht. Toch tonen musea zelden outsiderwerken.

„En dat terwijl weer behoorlijk wat talent rondloopt”, zegt Van der Endt. Hij noemt Roy Wenzel, Jaco Kranendonk en de in 2005 overleden Willem van Genk, Nederlands bekendste outsiderkunstenaar. „Van Genk was autistisch, paranoïde, schizofreen en een maniakaal verzamelaar van regenjassen. Hij maakte de mooiste schilderijen.

Een groot talent is ook de vijftigjarige Piet Schopping, hij is autist en spreekt zelden. In zijn werk komen nieuwe beelden tot stand die nauwelijks nog lijken op hun voorbeelden. Met kleuren als appeltjesgroen, helrood en snel gekraste woorden geeft hij zijn interpretatie van bestaande werken. Ook Wouter Coumou maakt indruk met zijn versie op de St. Jansprocessie van Gijs Bos Reitz. De werken ontroeren, een schoonheid die ook Fuchs niet ontkent: „Outsiderwerken hebben een aparte status, op zichzelf zijn ze vaak prachtig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden