Recensie

Outcast Nicolien Mizee beschrijft ervaringen en gewaarwordingen waarmee je je prima kunt identificeren

Beeld Tessa Posthuma de Boer

In het tweede deel van ‘Faxen aan Ger’ schrijft Mizee wederom vele faxen vol zelftwijfel. 

Nicolien Mizee (1965) schrijft eigenlijk in hoofdzaak over zichzelf, of dat nu in haar gebundelde columns ‘Schrijfles’ (2009) of haar roman ‘De halfbroer’ (2015) is. En dat geldt zeker voor ‘De porseleinkast’, faxen aan Ger, waarvan het eerste deel ‘De kennismaking’ vorig jaar verscheen. Ger is scenario- en toneelschrijver Ger Beukenkamp, van wie Mizee in het verleden les op de schrijversvakschool kreeg en die op haar een ‘allesverpletterende’ indruk maakt.

Of die belangstelling wederzijds is, was in het vorige deel ook al de vraag. In elk geval reageert hij nog steeds niet op haar faxen en andere aan hem gerichte schrijfsels, al hebben ze in het dagelijks leven wel enig platonisch contact.

De categorische weigering van ‘Ger van mijn hart, kern van mijn zaak’ om op haar hersenspinsels in te gaan stemt de schrijfster zo nu en dan tot lichte wanhoop, maar het is ook juist de reden dat ze doorgaat met hem te schrijven: “Dat ik meer de architect van onze vriendschap ben dan jij, dat weet ik wel en dat vind ik ook wel eens moeilijk. Als ik ophoud je te schrijven, zou ik waarschijnlijk nooit meer wat van je horen. Vandaar misschien de ironie in mijn aanspreekvormen. Maar ja, wat is het alternatief? Ophouden je te schrijven? Waarom zou ik? Je bent de beste toehoorder die ik me wensen kan.”

Tegen deze zwijgende praatpaal stort Mizee haar hele hart uit, van alledaagse zorgen en zorgjes tot grote existentiële vragen over hét, en vooral háár bestaan. Haar faxen lezen als een soort dagboeken en doen denken aan de ontboezemingen van Frida Vogels, maar ze zijn oneindig veel geestiger. De vaak luchtige, relativerende toon verhult echter niet dat we hier met een apart geval van doen hebben, iemand die over alles twijfelt, die geen idee heeft of ze wel normaal is, die even boeiend als bewerkelijk in de omgang is, kortom een schoolvoorbeeld van wat je een moeilijk mens noemt, moeilijk vooral voor zichzelf. Naar het einde van de hier beschreven jaren 1997-1998 wordt ze bovendien door een conflict met haar moeder depressiever en hardnekkiger en gaat er van de humor en spitsheid waarmee ze haar eigen lot bekijkt wel wat af. ‘Wat is er met mij?’ dat is ongeveer de kernvraag in deze faxen, waarom kost alles me zoveel moeite, waarom val ik uit de toon?

Het is dat humor en zelfrelativering haar op de been houden, anders zou je denken aan een autistische stoornis, iets waar ze zelf trouwens ook op hint. Alles moet volgens haar eigen regels gaan en gebeurt dat niet, dan vervalt ze tot een komisch aandoende maar wel degelijk ernstige wanhoop: “De hele dag achter zo’n bureau zitten! Trouwen! Kinderen krijgen! Met z’n allen naar de stacaravan! En dat gaat bij mij al-le-maal nóóit gebeuren en dat is al erg genoeg en dan hoef ik niet óók nog eens tot mijn dood opgejaagd te worden om dingen te doen die toch - nooit - gaan lukken!”

Zo bestormt ze zwijgende Ger met haar (on-) hebbelijkheden, verliefdheden, onmogelijkheden, conflicten, eigenlijk alleen hierom: “Ik wilde dat je me zag zoals ik was. heel mijn leven had ik geweten dat ik het één keer allemaal zou moeten vertellen, alles één keer volmaakt zou moeten uitleggen.”

Inderdaad is dit een vrouw als een porseleinkast, iets wat ze op het eind zelf verklaart als het resultaat van haar manipulerende moeder, maar de lezer voelt wel dat dat niet de enige oorzaak is, het is ook een gevolg van haar eigen temperament en haar overgevoelige onzekerheid waardoor ze, met al haar scherpte en intelligentie, zich toch als ‘een door de klei zwoegende sukkel’ ziet. Het is misschien maar goed dat Ger niet door die porseleinkast loopt, zo blijft het breekbare en ongewone intact.

Outcast Nicolien Mizee beschrijft ervaringen en gewaarwordingen waarmee je je, ondanks je eigen sociale maskers en aangepastheid, prima kunt identificeren. Ze legt aan de hand van zichzelf, nu eens indringend dan weer hilarisch, de zowel narcistische als empathische kern van de mens bloot. Ik denk dat deze faxen het heel goed doen op het tafeltje van psychiaters en psychotherapeuten. Wel gedoseerd en mondjesmaat innemen, dan heb je er de meeste baat bij.

Nicolien Mizee
De porseleinkast
Van Oorschot; 456 blz. € 24,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden