OUDERS VINDEN HET ZO ZIELIG DAT HUN KIND LANG LES KRIJGT BASISVORMING

Gymnastiek uit een boek, dat is een in het oog springende verandering die de basisvorming brengt. Na de vakantie is het zover. Alle brugklassers zullen dan les krijgen in de vijftien vakken van de basisvorming, op alle scholen voor voortgezet onderwijs. Hun rooster zal niet uit 30 maar uit 32 lesuren per week bestaan en dat vinden hun ouders zo zielig.

NELY VAN DAM

Het aantal ordners voor fusie en basisvorming weerspiegelt niet geheel hoe de aandacht op de Louise de Coligny school in Leiden is verdeeld, maar geeft wel een indicatie. Rector Fred de Zoete: “Voor de schoolleiding is in verband met basisvorming het meeste wel achter de rug, terwijl de fusie nog steeds veel aandacht opslokt.”

Hij heeft de verhouding van vijf staat tot een nog niet gerelativeerd of daar moet hij telefonisch onderhandelen over het technieklokaal. “Ja, bij dat bedrag van zeventigduizend gulden is de norm 108 vierkante meter voor 24 leerlingen, dan kunnen er ook wel 25 in, zo scherp ligt dat niet. Maar we krijgen ook groepen van 31 leerlingen, dus hoe groter hoe liever.”

Aan de lijn is de gemeente Leiden, het bevoegd gezag van de openbare school over de verbouwing ten behoeve van het lokaal voor het nieuwe vak techniek. In augustus wordt de band met de gemeente losser, dan valt de nieuwe school onder een zogeheten bestuurscommissie, waardoor in het bestuur ook niet-gemeenteraadsleden komen. Financieel wordt de school dan ook zelfstandiger, maar nu moet de rector nog pleiten voor een verbouwing die twintigduizend gulden meer kost dan de beschikbare subsidie: “Ja, een hele toiletgroep verplaatsen is duur, ik weet het.

Dat is de minst zuinige variant. Maar een nieuw vak moet je een goede kans geven, ik zou het zonde vinden als de start niet optimaal kon zijn.''

Ondertussen kan de rector gerust zijn dat hij niet gauw nog even mooi weer zit te spelen op kosten van de gemeente. De afspraak is gemaakt dat bij de boedelscheiding dergelijke posten gewoon worden doorgeschoven, de twintigduizend gulden meerkosten zullen dus ook op het toekomstig budget van de school drukken.

Het technieklokaal kan nog juist voor het begin van het nieuwe schooljaar gereed zijn, verwacht De Zoete. Op het nippertje, terwijl de scholengemeenschap voor mavohavo-VWO met de verdere voorbereiding zo ruim op tijd was. De verdeling van de lesuren over de vakken is al een jaar klaar en praktisch alle leraren hebben nascholingscursussen gevolgd.

De late verbouwing komt doordat in het hoofdgebouw nergens een ruimte te ontdekken is, waar voldoende werkbanken en bijbehorende leidingen geinstalleerd kunnen worden. “Het moet echt een soort werkplaats worden, groter dan een gewoon lokaal en daarmee is geen rekening gehouden bij de bouw van scholen met uitsluitend algemeen vormende vormende vakken. Alleen in de kelder hebben we plek genoeg, maar daar is het weer te laag als je naar de Arbo (de Arbeidsomstandighedenwet, red.) kijkt.” Nu komt het technieklokaal in een van de bijgebouwen, waar wat makkelijker met wanden geschoven kan worden dan in het hoofdgebouw.

Voor verzorging, een ander nieuwe vak van de basisvorming, hoeft de Louise de Coligny niet te verbouwen. “Dat geven we gewoon in het biologielokaal, er zitten nogal wat aspecten van biologie in. Verzorging krijgt bij ons een vrij theoretische invulling, voor kookvoorzieningen en dergelijke is toch geen geld.”

Anders ligt dat bij de fusiepartner van de Louise de Coligny, scholengemeenschap De nieuwe vaart/Rio die beschikt over een scala van vormen van voorbereidend beroepsonderwijs. Verzorging is daar geen vreemde eend in de bijt zoals op de Louise de Coligny, maar eerder een vak met traditie, een praktische traditie zelfs. De Zoete: “Dat is een van de aardige dingen van fusie, dat zij ons met vakken als verzorging kunnen steunen, terwijl zij weer wat aan ons hebben bij de talen.”

'Die fusie kost jullie op z'n minst een brugklas' was de voorspelling die de Louise de Coligny, met ongeveer 1100 leerlingen, steeds te horen kreeg toen het voornemen bekend werd te gaan fuseren met De nieuwe vaart/Rio. Tenslotte zijn er voorbeelden te over van scholen die minder populair werden nadat zij fuseerden met scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs. Een brede scholengemeenschap heeft in de ogen van veel ouders minder status, zodat zij hun kind liever aanmelden bij een school met uitsluitend algemeen vormend onderwijs.

De koffiedik-kijkers zaten er echter naast. Deze brede scholengemeenschap zal 2350 leerlingen tellen, meer dan de som der delen. De Zoete: “We groeien zelfs.” Voor de afwezigheid van terugloop van aantal leerlingen zijn diverse verklaringen. Ten eerste is de fusiepartner geen kwijnend muurbloempje dat moet afwachten of een sterke school 't misschien op sleeptouw wil nemen. Met z'n 1200 leerlingen is De nieuwe vaart/Rio zeer wel in staat zelfstandig de basisvorming in te gaan. Net als bij Louise de Coligny stapt men dus in de fusie met de overtuiging dat beide iets aan elkaar kunnen hebben. De Zoete: “Ouders zijn goed te overtuigen van het voordeel van een brede scholengemeenschap. We hebben vele soorten brugklassen. Iemand die begint met een advies voor voorbereidend beroepsonderwijs of mavo, kan als ie het eerste jaar stralend is doorgekomen overstappen naar een mavo- of havo-klas.” Omgekeerd kan iemand die met een VWO-advies binnenkomt als dat te hoog gegrepen blijkt naar een lager schooltype overstappen zonder van school te hoeven veranderen.

De lessentabellen zullen grote overeenkomsten vertonen om de overstap te vergemakkelijken. Naast Engels zullen alle bavo-brugklassers ook als tweede vreemde taal Frans krijgen. Behalve de leerlingen van het individueel beroepsonderwijs en die van de schakelklassen voor anderstaligen. Na het eerste jaar houdt de gemeenschappelijkheid, ondanks de basisvorming grotendeels op. De Zoete: “Basisvorming is geen middenschool. Het is onmogelijk sterk uiteenlopende niveaus jarenlang bijeen te houden. Wij geven een vrij dwingend advies na het eerste jaar.”

In Leiden fuseren het protestantschristelijk en het rooms-katholiek voortgezet onderwijs ook tot brede scholengemeenschappen, zodat ouders weinig uitwijkplaatsen vinden bij een andere zuil als zij per se geen brede scholengemeenschap willen. Wel kunnen ouders hun kind naar het (openbare) Stedelijk gymnasium sturen, dat zelfstandig blijft. “Niemand had hier zin in Leeuwardense of Apeldoornse toestanden”, zegt De Zoete, “maar wij hadden het gym er natuurlijk wel graag bij gehad.” Nu dat niet is doorgegaan zijn er ook voordelen. De Louise de Coligny, die al Spaans doet op kosten van de Spaanse overheid, kan gaan beginnen met Latijn, wat niet mogelijk was toen beide nog onder direct gemeentelijk bestuur vielen. “Toen mochten wij elkaar geen concurrentie aandoen, maar nu wij een bestuurscommissie krijgen en het gym onder direct gemeentelijk bestuur blijft, worden de verhoudingen losser.”

Veel fusie-ellende bij scholen komt doordat er ontslagen moeten vallen in de lerarencorpsen. Daar hebben de Leidse scholen geen last van. Ten eerste niet omdat geen sprake is van krimpende leerlingenaantallen.

Verder helpt de nieuwe bekostigingsformule, waarin is vastgelegd op welk aantal leraren een school recht heeft gezien zijn aantal leerlingen. Tot voor kort stond er voor scholen een soort boete op groot en breed worden. Staatssecretaris Wallage - het was een van zijn laatste daden op onderwijs - heeft in de Tweede Kamer met succes een aanpassing verdedigd. Hij vindt dat basisvorming het best tot zijn recht komt in brede scholengemeenschappen, zodat hij liever fusies wil belonen dan bestraffen. De Zoete schat dat de nieuwe bekostigingsformule voor zijn gefuseerde school (220 onderwijzende en niet-onderwijzende werknemers) een baan of vier, vijf scheelt. “Dat is ontzettend prettig. Anders hadden we minder verschillende brugklassen kunnen vormen. Vroeger kon je plotseling als je eens vijf leerlingen minder had een conrector en een concierge tegelijk kwijt raken. Dat is nu uitgesloten.”

Voorlopig handhaven de beide fusiepartners voor een groot deel hun eigen karakter. Ze blijven in hun eigen gebouwen en voeren nog hun aparte naam. De paraplunaam Da Vinci college wordt alleen als extraatje vermeld. “Wij hebben hard gepiekerd tot we tevreden waren, omdat in Da Vinci hoofd en handen gecombineerd worden. Maar we willen afwachten of de nieuwe naam aanslaat”, zegt leraar Nederlands Jan Buijsse, een van de vier coordinatoren basisvorming. Hij zal onder andere stimuleren dat vakken hun activiteiten op elkaar gaan afstemmen. “Door de basisvorming moeten biologie, aardrijkskunde en geschiedenis allemaal de leerlingen de opdracht geven hun eigen omgeving te onderzoeken. Het is uiteraard beter als ze dat niet allemaal tegelijkertijd laten doen.”

Dit soort overleg is nieuw, benadrukt Buijsse, 'met als katalysator de basisvorming.' In de lessen zal de invloed eveneens merkbaar zijn, weet hij, al is het misschien nog niet bij elk vak even hevig merkbaar meteen in augusutus voor de nieuwe brugklassers. “Het is een proces van zeker tien jaar. Vergelijkbaar met marathonzwemmen, terwijl je zelf het zwembad nog aan het metselen bent.”

Een voorbeeld van zekere verandering uit zijn eigen vak Nederlands: “De nadruk komt veel meer op spreken en luisteren te liggen. Tot nu toe was de spreekbeurt bij spreken eigenlijk het enige. Straks moet een leerling ook de dialoog en de polyloog, het groepsgesprek, krijgen. En ook bij de monoloog van een spreekbeurt krijgen de anderen veel meer te doen. De luisteraars moeten gaan samenvatten en zij zullen eraan moeten wennen dat zij hun produkt met anderen moeten vergelijken en herschrijven.”

In een kelderlokaal van de Louise de Coligny staan de ingeleverde boeken (de leerlingen hebben al vakantie) geordend per vak. Tafels vol. Hoe zachter de kaft, hoe gehavender een stapel toont. Of het boekenfonds de beschadigde exemplaren vervangt door verse boeken van dezelfde uitgave is afhankelijk van de beslissing welke leermiddelen voor de basisvorming zijn gekozen. Dat verschilt per vaksectie. Zo schakelen Nederlands, wiskunde en geschiedenis over op een nieuwe lesmethode, maar houden Engels, Frans, biologie en economie dezelfde, althans voorlopig.

Verzorging, techniek en informatiekunde hebben als nieuwe vakken uiteraard nieuwe spullen besteld. Ook zal voor het eerst een pakket arriveren ten bate van lichamelijke oefening, want door de basisvorming krijgt gymnastiek ook een theoretisch deel. Vakken als natuur/scheikunde en Duits komen pas in het tweede jaar van de basisvorming op het rooster, dus die hebben nog respijt bij hun keuze. Een vak als aardrijkskunde, dat behoorlijk wat uren kwijt raakt door de basisvorming, aarzelt nog. “Niet onverstandig”, vindt De Zoete, “overhaaste beslissingen kunnen later funest blijken te zijn.” En hij verzucht: “In slechte momenten denk ik wel eens dat de hele operatie in gang is gezet om de uitgevers te spekken.”

Buijsse beaamt dat de leermiddelen prijziger worden. “Per deel wordt de prijs nu toch wel veertig a vijfenveertig gulden. Doordat wij een boekenfonds hebben valt de prijsstijging voor ouders nog mee, al worden ook de werkboeken die iedereen zelf moet aanschaffen steeds luxer en dus duurder.”

Ook aan hun rooster zullen de nieuwe brugklassers merken dat de basisvorming bestaat na de zomer. Het aantal lesuren gaat van 30 naar 32. De Zoete: “Iedereen was zo trots op die uitbreiding, maar ouders waarderen het maar matig. Op de informatiedagen kreeg ik steeds te horen dat ze het zo zielig voor hun kinderen vonden dat ze niet elke dag om tien over twee uit zouden zijn.”

Ingrijpender bijna dan de basisvorming is de bekorting van de verblijfsduur volgens de rector, die eveneens in augustus ingaat. Over de totale vierjarige opleiding van mavo of voorbereidend beroepsonderwijs mag een leerling dan nog maar vijf jaar doen. “Als het eerste jaar mislukt, kom je dus in de problemen. Wanneer je een leerling laat zitten, houdt 'ie nog maar vier jaar over en dat is krap voor iemand die niet al te sterk staat. Stel je voor dat 'ie nogmaals moet doubleren, dan moet 'ie van school af omdat de verblijfsduur op is.”

De school zal daarom falende leerlingen in principe niet meer laten doubleren, maar hen een andere leerroute aanbieden, die zonder tijdverlies wel tot een diploma kan leiden. “Wel goed eigenlijk, want zittenblijven is totaal verkeerd. Daar hadden we al lang iets snuggerders op moeten verzinnen.” Alleen voorziet hij wel dat ouders een tweede kans voor hun kind komen bepleiten met het verzoek: “Meneer, mag mijn of dochter blijven zitten?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden