Ouders mogen weten hoe een school presteert

Pakte Nederland z'n kwaliteitsproblemen met de basisschool maar net zo aan als Engeland, vindt prof. dr. D. Kohnstamm. In zijn donderdag verschenen rapport 'Zo onvoorspelbaar als het leven zelf', waarin hij afrekent met het idee dat een kleutertest zinvol is, geeft hij dat hartgrondige advies aan staatssecretaris Netelenbos van onderwijs.

ESTHER HAGEMAN

Op het zelfde moment bracht de gemeente Amsterdam een rapportje uit over de toestand van het hoofdstedelijke onderwijs. Het bevat, zoals altijd in Nederland, algemeenheden.

Londense ouders weten tegenwoordig waar de goeie scholen zitten. Amsterdamse ouders weten dat niet. Jawel, de gemeente Amsterdam zet tegenwoordig op papier hoe het in z'n algemeenheid gesteld is met het Amsterdamse onderwijs.

In de eerste 'onderwijsmonitor' die Amsterdam donderdag liet verschijnen staan de globale cijfers keurig op een rijtje. Die monitor moet vanaf nu elk jaar verschijnen, zodat Amsterdam kan zien of het onderwijs van het ene jaar op het andere voor- of achteruit gaat. De Amsterdamse ambities zijn ondubbelzinnig: in vier jaar wil de stad even hoog gaan scoren bij de Cito-test (in groep acht) als de rest van Nederland. Nu scoort het gemiddelde Amsterdamse kind op die test maar liefst tien procent lager dan het gemiddelde Nederlandse kind. Al doet twaalf procent van de scholen niet aan een Cito-toets.

Zwart

In 1988 was zeven procent van de 197 Amsterdamse basisscholen 'zwart' (is: wanneer meer dan driekwart van de leerlingen allochtoon is), oftewel vijftien scholen. Vorig jaar was dat percentage gegroeid tot 40, oftewel 77 zwarte scholen. Van de ruim 53 000 kinderen tussen vier en twaalf jaar valt in Amsterdam 68 procent onder het 'achterstandsbeleid' - dat is de categorie kinderen waarover Kohnstamms rapport nou net gaat. In Rotterdam ligt dat percentage overigens nog hoger: op 72.

Wijken de prestaties van Amsterdamse basisscholen zo af van het landelijk gemiddelde omdat er zoveel 'achterstands'kinderen zijn? Grotendeels wel, zeggen ze in Amsterdam. Hou je rekening met die 'achtergrondkenmerken' van de kinderen, dan presteert een Amsterdamse school namelijk ongeveer even goed als een vergelijkbare school in Nederland.

Welke

Maar wat de ouders van een Amsterdams kind dat toe is aan de basisschool vermoedelijk graag zouden willen weten, is: welke basisschool in de stad bereikt met mijn type kind de beste resultaten, en welke niet? Maar dat valt in die Amsterdamse onderwijsmonitor niet te vinden. De lezer moet het doen met dat algemene zinnetje: dat de Amsterdamse scholen ongeveer net zo goed presteren als vergelijkbare scholen in de rest van het land.

Nee, dan Engeland. 'Improving schools', heet het boekje dat het Britse ministerie van onderwijs uitgeeft. Er staat een lijst in van 203 scholen die Her Majesty's Chief Inspector, de onderwijsinspectie dus, tot de beste van het land rekent. In het centrum van Londen (zonder de buitenwijken) zijn dat er acht, vier ten zuiden van de Theems en vier daar boven. Londense ouders die geen enkel risico willen lopen zullen dus met hun kind naar de Notre Dame School moeten, in Southwark, of naar de Grey Coat Hospital School in Westminster, of naar een van de zes andere.

Slecht

Maar minstens zo interessant is de tweede lijst in het boekje: die van de failing schools, de scholen die volgens de Engelse inspectie niet aan de maat zijn. Over heel Engeland is dat twee procent van alle onderzochte scholen. De Morningside-basisschool in Hackney staat bij voorbeeld op die lijst, en de John Stainer Primary in Lewisham. Binnen twee jaar na hun plaatsing op die lijst moeten (over heel Engeland) die 136 achterblijvers onder de scholen zorgen dat de inspectie weer tevreden is - en zo niet, dan moeten ze sluiten. Met vier scholen is dat inmiddels al gebeurd. Negen andere vallen onder een regime van speciale maatregelen.

“Van een dergelijke openheid en duidelijkheid zijn we in Nederland nog wel een paar jaar verwijderd”, zegt Kohnstamm. Hij vindt dat Nederland veel te ver is doorgeschoten in een kommaneukerig precies soort onderwijsonderzoek, waarin scholen ook om de oren worden geslagen met de taal van onderzoekers - met begrippen als 'standaarddeviatie', bijvoorbeeld. “Daar kunnen schooldirecteuren natuurlijk niets mee”, zegt hij. Tegelijk geldt volgens Kohnstamm ook dat in Nederland onvoldoende vastligt wat een leerkracht nu eigenlijk met een leerling moet zien te bereiken. “Iedere school, ja iedere leraar, wordt tot op grote hoogte vrijgelaten in het bepalen van de criteria. Op de ene school en in de ene klas betekent een onvoldoende op een eindrapport voor rekenen iets anders dan op een andere school. Een kind dat op de ene school een onvoldoende krijgt zou het op een andere school wel kunnen halen.” De Engelse simpel- en helderheid van vaste criteria, en een lijst met 'goede' en 'slechte' scholen, spreekt Kohnstamm zeer aan.

Op Internet zijn de Engelse overheidspogingen om de scholen te verbeteren te volgen vanaf de site http://www.open.gov.uk/dfee/imschool/impnet.htm

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden