'Ouders, dit zijn kruidnootjes en geen pepernoten!'

Eveline Gaspersz-van der Vlerk (49), basisschoolleerkracht uit Breukelen:

„Vroeger vierden we sinterklaas het ene jaar bij de ene opa en oma, en het andere jaar bij de andere. Het grappige was dat ze allemaal in dezelfde straat woonden, aan de Groene Zoom in Rotterdam Tuindorp. De hele familie deed bij binnenkomst de surprises in een wasmand, mijn oma zorgde voor strooigoed en iedereen bracht zelf ook iets lekkers mee. De specialiteit van mijn moeder was gevulde speculaas. Bij mijn andere opa en oma werd ook altijd bisschopswijn gemaakt, maar bij die van mijn vaderskant niet; geheelonthouders! Na het zingen bij de piano kwam, na luid gebons, Sinterklaas binnen met zijn knecht. Heel spannend!

Mijn zus en ik vieren het sinterklaasfeest nu samen met onze gezinnen, waarbij we de tradities proberen te handhaven. Het enige verschil is dat wij de gevulde speculaas op tafel uitstallen, terwijl je bij mijn moeder altijd één stukje kreeg aangeboden. Dat vond mijn man, zelf afkomstig uit een Indische familie, maar niets. Mijn zus en ik zijn ook beide strijders voor het juist benoemen van kruidnoten en pepernoten. Onbegrijpelijk dat zoveel mensen pepernoten zeggen als ze kruidnoten bedoelen. Op de school in Utrecht waar ik werk, bak ik ook altijd kruidnootjes met de kinderen. Niet alleen heel leuk om te doen, maar ook handig voor het rekenen als we alle ingrediënten afwegen, en voor de uitbreiding van de woordenschat. Hmm, die geur als alles in de oven zit! En de juf maar roepen: ’Ouders, dit zijn kruidnootjes, geen pepernoten!’ De recepten van gevulde speculaas en kruidnootjes geef ik ieder jaar aan de stagiaires, die vaak van Marokkaanse of Turkse afkomst zijn. Tradities moet je immers doorgeven.”

Amandelspijs: 150 g blanke amandelen, 150 g suiker, rasp van 1 citroen, 1½ klein ei, 2 eetl. water. Speculaas: 250 g bloem, 175 g boter, 125 g lichtbruine basterdsuiker, 3 theel. bakpoeder, 1 volle eetl. speculaaskruiden, snufje zout, 15 blanke amandelen en half ei voor de garnering

De moeder van Eveline Gaspersz-van der Vlerk bakte veel uit het boek ’Gasovengeheimen’, waar dit recept uit stamt. „Vooral de kantstukken vonden als eerste aftrek.” Ze kocht amandelspijs bij de bakker, maar Eveline maakt het zelf. Dat is makkelijker dan je denkt.

Amandelspijs: Maal de amandelen heel fijn in de keukenmachine of blender (of neem amandelpoeder, als je dat kunt vinden). Doe de rest van de ingrediënten erbij en maal alles tot een smeuïge massa. Gebruik je gekochte amandelspijs? Prak er dan met een vork een half losgeklopt ei en 2 eetlepels water door om het sappiger te maken.

Speculaas: Als je toch een keukenmachine hebt, is het deeg daarin ook zo gepiept. Gewoon bloem, suiker, bakpoeder, speculaaskruiden en zout erin, de boter in blokjes bovenop en malen maar. Vervolgens met de hand nog even goed kneden tot het een mooie deegbal is. Maar met de hand kneden kan ook.

Geen lichtbruine basterdsuiker gevonden? Half witte en half donkerbruine werkte bij mij ook prima. Verdeel het deeg in twee bollen. Rol die met een bebloemde deegroller uit tot twee even grote plakken van ongeveer een halve tot driekwart centimeter dik. Mijn tip: Doe dat op twee vellen bakpapier. Leg één plak met papier en al op de bakplaat. Smeer de spijs erop uit, maar laat een centimeter rand vrij. Hevel nu de ander plak ondersteboven erbovenop en trek het papier eraf. Duw voorzichtig de randjes dicht. Duw de amandelen er in een decoratief patroontje in. Officieel moeten dat halve amandelen zijn, maar als u net als ik niet van gepeuter houdt, doet u gewoon hele. Kwast daarna de hele bovenkant, ook de amandelen, in met het overgebleven losgeklopte halve eitje. Bak circa 35 minuten in een voorverwarmde oven op 175°C.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden