OUDERPARTICIPATIE

Slagersdochter Anita van der Werff wilde altijd al iets met kinderen doen, maar een baan in het onderwijs zat er niet in: ze moest bij haar ouders in de zaak. Nu is ze met hart en ziel leesmoeder, overblijfmoeder, meefietsmoeder en handenarbeidmoeder op de school van haar twee kinderen. “Noem het een late roeping.”

Haar 'werkgever', openbare basisschool De Kelderswerf in het Noordhollandse Obdam, geeft de vrijwilligers jaarlijks op Valentijnsdag een cadeautje. Directeur Eric de Jong is namelijk blij met de ruim vijftig vrijwilligers op zijn 200 kinderen grote school.

Niet alleen omdat ze helpen bij lezen, bij handenarbeid, bij het vervoer naar zwemles en bibliotheek en omdat ze tal van min of meer buitenschoolse evenementen tot een groot succes maken.

Het is De Jong vooral te doen om de betrokkenheid. Niet voor niks heet vrijwilligerswerk in het onderwijs ook vaak ouderparticipatie. De Jong: “De school is niet alleen van de leerkrachten en de leerlingen, maar ook van de ouders. Het is van belang dat de leerkrachten de ouders kennen. Daardoor leer je de achtergrond van de kinderen kennen. Zo kun je hun problematiek beter plaatsen.”

De redenering is niet om te draaien, zegt De Jong. Ouders die die niks vrijwillig op school doen, zijn absoluut niet in het nadeel.“Ook als ouders niet meewerken, neem je contact op als er iets is. Maar het loopt wat soepeler als wij hen beter kennen.”

Voor de vrijwilligers is dat soepele contact juist een belangrijke motivatie voor hun activiteiten op de school. Aleida Louw (overblijf- en leesmoeder, knutselhulp en inzetbaar voor hand- en spandiensten) verwoordt het zo: “Als de kinderen wat ouder worden, is halen en brengen er niet meer bij. Ze vertellen niet veel over school. Als je op school bent, zie je meer van ze dan je thuis hoort.”

De Noordhollandse moeders zijn twee van de 160 000 mensen die geheel vrijwillig werkzaam zijn in het openbaar onderwijs. Omgerekend zijn dat 2400 fulltime banen. “Ouders zijn niet meer weg te denken uit de school”, concludeert de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) dan ook op grond van een onderzoek dat zij heeft laten doen door het algemeen pedagogisch studiecentrum, het APS.

Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de cijfers voor het protestant-christelijk onderwijs afwijken, zegt Werner van Katwijk. Hij is secretaris van de ouderorganisatie in het protestants-christelijk onderwijs OPCO. Weliswaar blijkt uit een eigen onderzoek dat op pc-scholen 60.000 mensen actief zijn, Van Katwijk verklaart het enorme verschil uit de manier van tellen. In de protestantse studie zijn alleen de ouders meegeteld die werken vanuit de ouderraden. Met dezelfde definitie als de VOO - iedereen die iets doet, telt mee - zouden de christelijke scholen even hoog uitkomen.

Het vrijwilligerswerk is in drie soorten te onderscheiden: bestuurlijk werk in de ouder- en medezeggenschapsraden, hulp in de klas en hand- en spandiensten daarbuiten. Afgezien van het bestuurlijke werk, wordt het meeste van de onbetaalde arbeid verricht door moeders. Dat hangt ongetwijfeld samen met de 'werktijden': onder schooltijd. Wie buitenshuis werkt heeft dan doorgaans geen tijd.

Volgens Thea van der Meer, die het onderzoek deed, eisen vrouwen die geen baan hebben maar wel op school helpen, van werkende vrouwen niet dat ze óók hun handen uit de mouwen steken: “Het is afhankelijk van de aard van de werkzaamheden. Als moeders wat ze met de kinderen doen zelf leuk vinden, kan het hen niks schelen dat anderen niks doen.”

Zelf voelt Van der Meer het als een 'morele verplichting' om op de school van haar zoon nu en dan te helpen. “Je laat je kind door de school opvoeden, en daar kun je wel wat voor terugdoen.” Ze ziet het ook als een vorm van betrokkenheid van ouders bij de school. Daarom ook zou ze er, net als de VOO, zwaar op tegen zijn het onbetaalde werk om te zetten in betaald werk. “Dan moet je ook professionele eisen stellen, en krijg je een verdubbeling van het leerkrachtenteam. Daarmee haal je de betrokkenheid en het plezier ervan af.”

Uit het onderzoek van de VOO bleek wel, dat de ouders graag wat meer begeleiding hebben, voornamelijk bij de klusjes in de klas. Vóór Anette van der Werff leesmoeder werd kreeg ze van de school een stenciltje met instructies. Dat ze er goed op moesten letten dat iedereen een beurt krijgt, en dat ze niet te vaak moeten zeggen dat iets fout is, omdat dat niet goed is voor het zelfvertrouwen van de kinderen. “Ach, en verder wijst het zich vanzelf”, zegt Van der Werff. “Ik doe het gewoon een beetje op gevoel. Dat doe je thuis ook.”

Cor Aarnoutse, onderwijskundige bij de Nijmeegse universiteit, doet onderzoek naar niveaulezen. Hij vindt het over het algemeen prima dat moeders bij het lezen helpen. “Maar we moeten oppassen om mensen die niet geschoold zijn, in te zetten in het leerproces. Vooral de zwakkere leerlingen moeten lezen bij de deskundigen, en dat zijn de leerkrachten. Anders heb je toch zo'n situtatie van: je komt bij de dokter en die zegt: ik heb geen tijd, mijn vrouw onderzoekt u wel.'

Op de Kelderswerf zitten daarom de zwakke lezers altijd bij de leerkracht zelf, en niet bij de moeders in de groep. Directeur De Jong heeft nog nooit te maken gehad met moeders die eigenlijk geheel ongeschikt zijn voor het 'vak.' Maar heeft wel zo zijn kleine problemen: “Soms reageeren de ouders heel overdreven op het eigen kind. Juist heel streng, of heel voorzichtig.” Het valt niet mee daar iets van te zeggen, want de moeder is tenslotte vrijwilliger. Evenmin is het eenvoudig een moeder die een uurtje voor het lezen afbelt, duidelijk te maken dat dat echt wat eerder moet.

De VOO voorspelt dat de ouderparticipatie in de toekomst alleen maar toe zal nemen. Maar op de Kelderswerf is de groei eruit, denkt De Jong. Hij vindt dat hij genoeg vrijwilligers in school heeft. Meer hoeft niet: “Ze brengen ook wat onrust met zich mee.”

De ouderorganisaties VOO en de OPCO zijn zeer enthousiast over de grote betrokkenheid van de ouders, maar ze zien ook gevaren. Vrijwilligers mogen, vinden ze, nooit het werk van de professionals overnemen. Leon van Zijl van de VOO: “De ouder moet niet op de stoel van de leerkracht gaan zitten.” En het zou volgens Van Katwijk bedenkelijk zijn als scholen afhankelijk worden van vrijwilligers. “Soms ben ik bang dat ouders daar worden ingezet waar de overheid te weinig faciliteiten geeft.”

Moeder Marianne Harlaar ziet dat op de Kelderswerf al gebeuren. Bij handenarbeid. “Als een moeder breien kan, zegt de leerkracht: o, ga jij maar met een groepje breien. Handenarbeid is een vàk, maar door de bezuinigingen heeft deze school er geen vakdocent voor. Dan krijg je dit soort dingen. Maar zo kan je dat werk niet afschuiven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden