Reportage

Ouderen in Ommoord vinden dat Nederland wel erg snel verandert

De ouderen van breiclub Granny’s Finest in Ommoord breien én praten. Inmiddels zijn er vijftig van zulke clubs door het hele land. Beeld
De ouderen van breiclub Granny’s Finest in Ommoord breien én praten. Inmiddels zijn er vijftig van zulke clubs door het hele land.

Op een reis door Nederland peilt Trouw in aanloop naar de verkiezingen de stemming. De ouderen in de Rotterdamse wijk Ommoord vinden dat Nederland wel erg snel verandert.

Hans Marijnissen

Bij opticien De Hesse, pal tegenover het station van het Rotterdamse Ommoord, verandert het interieur op donderdagmiddag drastisch. De grote tafel in het midden is helemaal vrijgemaakt, rondom worden twintig stoelen aangeschoven en aan de zijkant staan opklaptafeltjes met plastic kratten vol wol, katoen en breipennen. Vanaf half twee is dit het domein van Granny’s Finest, een breiclub van oudere dames die mutsen, sjaals, cols en wanten maakt voor de commerciële markt. Ze liggen zelfs bij De Bijenkorf en Sissy-Boy.

Een voor een schuifelen ze naar binnen. Jannie Groen (97) is de oudste van het stel én was een van de eersten die met deze club meedeed. Zij mag met Babs Bakker - “Ik ben maar 90” - aan de kop van de tafel gaan zitten. De tassen gaan open, de dikke wol en de breipennen maat 3 komen er uit en daar gaan ze: recht heen, recht terug. Deze bewegingen moeten uiteindelijk tot een sjaal en een muts met strepen leiden. Een kwartier later is de gehele tafel omringd door tikkende en converserende dames. Want daar gaat het uiteindelijk om: breien én praten.

Sociaal contact

Er komt een tijd dat de kleinkinderen groot zijn en dat er niemand meer is om voor te handwerken, merkten de jonge ondernemers Niek van Hengel en Jip Pulles bij hun eigen oma’s. Waarom geven we die ouderen geen ‘doel’ om voor te breien: de winkel? Dat mes snijdt aan twee kanten. De markt zit te springen om handgebreide designartikelen van duurzame materialen, en de maaksters hebben behoefte aan sociaal contact.

Sinds de lancering van dit concept in juli 2011 in ditzelfde Ommoord, zijn er inmiddels meer dan vijftig van deze clubs door heel Nederland. De duizend aangesloten dames kunnen kiezen uit een aantal vastgestelde patronen, maar de breiwerken moeten wel precies aan de vastgestelde maat voldoen. Ze krijgen geen vergoeding, wel véél gezelligheid, een drankje, en af en toe een uitstapje.

Tekst loopt door onder afbeelding

Bollen wol staan op de vloer. Beeld
Bollen wol staan op de vloer.

Ommoord is niet voor niets de ‘geboortewijk’ van Granny’s Finest. De naoorlogse middenstandswijk met relatief veel hoogbouw, is een van de meest vergrijsde buurten van Nederland. De helft van de ruim 25.000 inwoners is ouder dan 55 jaar. Dat mag nu nog opmerkelijk zijn, maar die kant gaat heel Nederland op. Volgens de CBS Bevolkingsprognose zal het aantal 65-plussers toenemen van 3 miljoen tot 4,7 miljoen in 2041. Die vergrijzing leidt niet alleen tot een toenemende zorgvraag: van de mensen van 65 jaar en ouder heeft 70 procent een chronische ziekte. Maar er zijn straks ook steeds minder mensen die die zorg kunnen verlenen. In 2012 waren er nog vier potentieel werkenden op elke oudere, in 2040 is dit afgenomen naar twee per oudere.

Waar deze cijfers sociaal en economisch toe zullen leiden is ongewis, maar duidelijk is wel dat er een enorm potentieel aan breisters zal ontstaan voor Granny’s Finest. De vraag zal in 2040 eerder zijn of er wel genoeg nekken zijn om al die sjaals omheen te kunnen draperen.

De breiende oma’s van nu zullen het allemaal niet meer meemaken. Toch hebben zij hun zorgen over de weg daarnaar toe, want die is al ingezet. Stuk voor stuk hebben ze het over het snel veranderende Nederland met zoveel nationaliteiten. Dat kennen ze niet meer terug. Die onrust en onzekerheid koppelen ze aan hun naderende afhankelijkheid van zorg, al is de een daar somberder over dan de ander. Die zorg staat zichtbaar onder druk. Hoe gaat dat straks, thuis of in een verpleeghuis, als zij niet langer zelfstandig kunnen functioneren?

Vriendinnen door het breien

Jannie Groen en Babs Bakker woonden al zeventien jaar boven elkaar, maar omdat de een steeds de ‘oneven lift’ neemt en de ander de ‘even lift’, hebben ze elkaar pas op de breiclub ontmoet. Sindsdien zijn ze vriendinnen, en dat is maar goed ook want in hun flat verandert het nog al. “Nederland is Nederland niet meer”, zegt Groen. “Er zijn te veel nationaliteiten die onderling te veel verschillen. Bij mij op de galerij heb ik geen last van ze hoor. Ze zijn behulpzaam en houden de deur voor me open. Maar ik denk ook: al die jonge mannen die deze kant op komen, wat moeten we ermee?” “Het geeft niet”, vult Bakker aan, “als ze zich maar normaal gedragen. Maar dat doen ze vaak niet. Laatst gooide iemand een vuilniszak van zes hoog naar beneden. Dat hoort toch niet?”

Soms voelt Groen dat juist autochtone Nederlanders gediscrimineerd worden. “Mijn zoon is door een burn-out werkloos geraakt en heeft geen geld voor een nieuwe wasmachine. Hij krijgt geen hulp, terwijl asielzoekers die wel krijgen. Dat maakt me boos.” Onze jongeren moeten lang wachten op een huis, zegt Bakker. “Maar asielzoekers niet. Ik gun het ze, maar eerlijk is het natuurlijk niet.”

Tekst loopt door onder afbeelding

Samen bij de breiclub. Beeld
Samen bij de breiclub.

Omdat veel geld naar de opvang van vluchtelingen gaat, moet op de zorg bezuinigd worden, denkt Groen. Dat is in haar ogen ook ‘niet eerlijk’. “Eerder kreeg ik drie uur huishoudelijke hulp in de week, nu nog maar één uur. Het is een goeie meid, maar als er vervangsters komen… Eentje had een wollen trui meegewassen. Die kwam als een babyrompertje weer uit de trommel terwijl de hele was onder de pluisjes zat. En ze waste de theekopjes in het teiltje waarmee ze ook de wc deed. Maar ik mag niet klagen.”

Riet Dekker is met haar 74 jaar een jonkie onder het stel, en werkt met een Tunische haaksteek aan een hoofdband. Dat veranderend Nederland ziet ze ook. Maar ze houdt zich vooral bezig met de vraag hoe dat straks moet, als ze hulpbehoevend raakt. Ze heeft twee zussen die in een instelling wonen, “en daar word ik gewoon bang van. Als je ziet hoe de zorg is uitgekleed, hoe de vereenzaming toeslaat. Ik ben het helemaal eens met Hugo Borst die méér geld voor de zorg vraagt. Ik verwijt het personeel niets, maar ze moeten van hun directeuren meer tijd steken in de administratie dan in de zorg aan patiënten. Ik voel me altijd heel verdrietig als ik mijn zusjes moet achterlaten, en vrees de dag dat ook ik in zo’n tehuis zit. Dat zou toch niet moeten?”

Zorg om zorg

Ze is niet de enige die zich zorgen maakt, en de relatie legt tussen afnemende zorg en de toestroom van vluchtelingen. Mensen die pessimistisch zijn over Nederland en vinden dat ‘het de verkeerde kant opgaat’, noemen vaak de gezondheidszorg (met name de verpleeghuizen) als voorbeeld, in een lange rij met andere redenen als economie en migratie.

Dat duidt er volgens de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving op dat die ongerustheid niet op zichzelf staat. Burgers zien het als een van de terreinen waarop zaken zich in de verkeerde richting ontwikkelen, staat in zijn rapport ‘Zorg en onbehagen’ van vorig jaar. Ze noemen het ook bezwaarlijk dat er voor sommige dingen wel geld is (vluchtelingen) en voor de zorg niet, staat er letterlijk genoteerd.

Tekst loopt door onder afbeelding

De ouderen in de Rotterdamse wijk Ommoord vinden dat Nederland wel erg snel verandert. Beeld
De ouderen in de Rotterdamse wijk Ommoord vinden dat Nederland wel erg snel verandert.

Precies de opmerking die Jannie Groen (97) al breiend maakte. Vooral vanaf 2016, na de aangezwollen vluchtelingenstroom, wordt die link gelegd. De ‘zorg om zorg’ is volgens de raad weliswaar niet de belangrijkste factor, maar leeft wel onder véél Nederlanders omdat bijna iedereen mag verwachten op enig moment in zijn leven ooit zelf met de ouderenzorg in aanraking te komen. Er is zowel ongerustheid over het lot van anderen (‘de ouderen die dit land hebben opgebouwd’) als over de toekomstige zorg voor zichzelf.

Tja, wat te doen om het tij te keren? Massaal 50Plus stemmen? “O, nee! Niet die Krol!”, zegt Jannie Groen verontwaardigd. Dat is in haar ogen zó’n onbetrouwbare man. En dat geldt voor wel meer politici, daarover zijn de dames het aan tafel eens. Greet Jonker (76) breit een paar stoelen verder aan een crèmekleurige sjaal. Wat in ieder geval helpt, zegt ze, is zolang het nog kan met iedereen in contact te blijven. Ze geeft nog steeds taalles aan vluchtelingen waardoor ze ‘ook de andere kant van de medaille ziet’. Ze kan er kort over zijn. A: “We hebben hier in Nederland niets te klagen als je naar de landen kijkt waar de vluchtelingen vandaan komen.” En B: “Profiteurs heb je overal. In het azc én in de rest van Nederland.” Maar dat is volgens haar nog geen reden om stigma’s uit te delen.

Dezelfde ontnuchterende mededelingen heeft Jonker over de zorg: ze bezoekt wekelijks mensen in het verpleeghuis. Ja, ze heeft het aantal verpleegkundigen en verzorgers zien afnemen. “Als er iemand met zijn rollator is gevallen, hebben zes afdelingen plotseling geen personeel meer.” Maar die onderbezetting wordt volgens haar voor een groot deel veroorzaakt omdat veel mbo’ers zich laten omscholen tot hbo’ers. Er wordt dus geïnvesteerd in kwaliteit.

“Het meeste verzorgende personeel is inmiddels van buitenlandse afkomst”, zegt Jonker. “Vaak spreken zij onvoldoende Nederlands, daar moet echt wat aan gebeuren. Maar het zijn vaak schatten van meiden met absoluut hart voor de zaak. Voor het geld hoef je echt niet in de zorg te gaan werken. Dat moet óók gezegd. Ik ben niet zo negatief, en zal ook nooit op een partij stemmen die overal tégen is.” En kijk nou, mevrouw Groen heeft haar sjaal af!

Verzorging te gehaast

In 2014 waren er in Nederland ongeveer tweeduizend locaties voor ouderenzorg.

Er woonden 138.526 van de 65-plussers in zo’n verzorgingshuis, verpleeghuis of revalidatiecentrum. Zo’n 40 procent van de tehuisbewoners vindt dat de verzorging gehaast gebeurt en dat het personeel onvoldoende tijd heeft voor een vertrouwelijk gesprek. Driekwart van de verpleeghuisbewoners is afhankelijk van hulp van anderen voor de persoonlijke verzorging en het naar buiten gaan, blijkt uit onderzoek van de Sociaal en Cultureel Planbureau. Van de ouderen in een zorginstelling krijgen bijna 10.000 ouderen, nooit bezoek. (Leger des Heils, 2012).

Snelle vergrijzing

Nederland telt ruim 3 miljoen 65-plussers, van wie 0,7 miljoen 80-plussers. Dit aantal zal volgens het CBS de komende jaren snel stijgen. De levensverwachting bij geboorte blijft toenemen. Mannen worden gemiddeld 79,9 en vrouwen 83,3 jaar. Het aandeel ouderen onder de niet-westerse allochtone bevolking stijgt eveneens snel, van 4 procent in 2012 tot 23 procent in 2060. De sterkste vergrijzing treedt op onder Surinamers, gevolgd door Turken en Marokkanen.

Ouderen stemmen massaal

Ouderen (65-plus) kiezen vaker dan gemiddeld voor de PvdA, het CDA en 50Plus, blijkt uit de decemberpeiling van I&O Research. Zij vormen een belangrijke kiezersgroep omdat die de komende jaren snel zal groeien én - mits niet gehinderd door gebreken - het opkomstpercentage bij senioren vaak erg hoog is. Volgens de ouderenbond Unie KBO zei bij de Provinciale Statenverkiezingen in 2015 maar liefst 88 procent van de ouderen hun stem uit te brengen. Zij vinden ‘de zorg’ het belangrijkste onderwerp.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden