Oudere jongere

In een flits zie ik mijn vader zitten, een jaar of vijfenvijftig, zestig, voor de caravan aan een Noord-Italiaans meer. Die caravan was een aanzienlijke verbetering van onze vakanties want nu konden we gaan en staan waar we wilden in plaats van aan te kloppen en te vragen om armoedige overnachtingen bij geloofsgenoten of te slapen op luchtbedden in kale zaaltjes van de Natuurvrienden.

Hij zit daar, met witte spillebenen maar een bruinverbrande kop, aan een kampeertafeltje ansichtkaarten te schrijven naar Jan en alleman, trots op zijn vakantie, zijn caravan, zijn gezin. Ik ben een jaar of zestien, ernstig aan het puberen; wat er door hem heen gaat weet ik niet en het interesseert me ook niet. Hij is mijn vader, ik dien hem niet te begrijpen, hij is van een andere soort. Wat hem ongetwijfeld beweegt, geloof, zekerheid, stabiliteit en harmonie herken ik niet.

Jarenlang dacht ik dat volwassenen definitief anders waren dan hun kinderen, dat ze als het ware overgoten waren met netheid, behoudzucht, ja wijsheid ook vast en zeker maar een soort wijsheid waar je niks voor kocht, die de boel lam legde.

Er was geen sprake van dat ze echt konden genieten zoals ik, in wie bergen en meren een ware romantische hartstocht aanstaken, die van plan was de wereld te gaan veroveren, met de pen, met de piano. Nee, dan die bedaagde sukkels aan hun kampeertafeltje, met hun boodschappenlijstjes en ansichtkaarten! Er was natuurlijk geen sprake van dat ze ooit verliefd konden worden of het verlangen kenden om overal uit te breken. Hun hoogste vrijheid was die caravan op de keurige camping.

Oh, was ik toen maar de generatiegenoot van mijn ouders geweest, die ik inmiddels geworden ben. Dan had ik begrepen dat ze helemaal niet zo ver van me afstonden, dat ook zij hartstochten kenden en naar vrijheid verlangden, dat het woelde in hun kop. Nee, dat lieten ze niet zien want dat gedoogde de beschaving niet, die je een pantalon en een stropdas voorschreef en opperste beheersing. Jammer toch dat ze niet durfden te vertellen wat ze werkelijk bewoog en dat ik, nu pas hun generatiegenoot, er geen idee van had.

Want ze hielden hun mond, bang voor hun eigen kinderziel, hun restje puberteit, hun decorumverlies. Ik moest er aan denken toen ik Freek de Jonge zag, afgelopen zondag in 'Zomergasten', verstandig, overzichtelijk, liet nergens het achterste van zijn tong zien. Filmpjes over disciplinering, concentratie, volwassen wijsheden. Je kwam er niet achter wat hij werkelijk dacht, mijn bewonderde held, en Wilfried de Jong, zijn zoon, vroeg er ook maar niet verder naar.

Jammer, geen tranen, geen eindeloos geaarzel en gestoethaspel. Misschien was ik ongemerkt ook wel zo iemand geworden, van binnen nog altijd verliefd, onzeker, angry young man, van buiten allang een nette man, volwassen. Ik nam het ze niet kwalijk, de verdoezelaars en verzwijgers, zo moest het kennelijk gaan, en je werd te laat generatiegenoot om ze tijdig te doorzien. Maar jammer was het wel. Hij had zomaar je vriend, je bondgenoot, kunnen zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden