Ouder kan wijn niet zijn

De Romeinen mopperden al op de Sardijnen, omdat ze zich met wijnbouw bezighielden. Zo oud is de wijn van Sardinië.

TEKST JOOST OVERHOFF

Sardinië is magisch. En dat moet ook wel. Want hoe kan een druivensoort die zich volgens The Oxford Companion to Wine 'alleen onderscheidt door zijn nadelen', het daar anders zo goed doen? Sterker nog: volgens dat standaardwerk mag de soort zelfs gelden als 'het verderf, het gif van de Europese wijnindustrie'. Kortom, een raadsel dat om ontrafelen vraagt.

'De Oxford' behandelt de gewraakte druivenvariëteit in het hoofdstuk van de Franse 'carignan' en stelt dat deze dezelfde is als de Spaanse 'cariñena' en de Italiaanse 'carignano'. Over de odyssee van de carignano verschillen de meningen. Zeker is dat hij behalve in de genoemde landen ook voorkomt in Noord-Afrika. Mogelijk is hij in de oudheid door de Feniciërs naar Carthago gebracht, in het huidige Tunesië, en verder verspreid in een nog onduidelijke volgorde.

Zeker is dat de Feniciërs, en later de Romeinen, er niet van gediend waren dat de Sardijnen zich met wijnbouw bezighielden. Voor beide mogendheden gold Sardinië als hun graanschuur. Andere vormen van landbouw waren taboe. Maar de Sardiniërs trokken zich daar niets van aan en zo wortelde de carignano toch in Sardijnse grond. En wel in Sulcis, de zuidwesthoek van Sardinië, het oudste deel van dit oeroude eiland, zo'n 500 miljoen jaar geleden ontstaan. Alleen dat al - een bodem uit de begintijd van het Paleozoïcum - spreekt krachtig tot de verbeelding.

Er zijn meer bijzondere historische feitjes: in Sulcis zijn er nog wijngaarden uit de tijd van vóór de phylloxera-ramp. Een minuscuul beestje, ook wel bekend als 'druifluis', zorgde vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw voor kolossale schade. Het van oorsprong Amerikaanse parasietje verwoestte het overgrote deel van de Europese wijngaarden - het pakte die onderneming letterlijk bij de wortel aan. Daarom zijn sindsdien vrijwel alle druivenstokken in Europa geënt op resistente, Amerikaanse onderstokken.

Een klein aantal wijngaarden ontkwam aan de druifluis. Afdoende bescherming bieden zandgronden met een fijne korrelstructuur - daarop kan het kleine killertje niet vooruitkomen. Vaak liggen dat soort wijngaarden vlakbij zee, zoals in Sulcis. Dat betekent dat de planten er moeten zien te overleven in een zilte, winderige wereld. Vaak hebben de druivenstokken er dan ook de zogeheten 'alberello'-vorm, laag bij de grond. Goed tegen de wind, slecht voor je rug.

Een aantal van die alberello-stokken is tot wel anderhalve eeuw oud. Dat soort eerbiedwaardige bejaarden is goud waard. Ze produceren weliswaar weinig, maar wel de hoogste kwaliteit. De eerlijkheid gebiedt te vermelden dat in het gebied ook heel wat jongere carignano-planten te vinden zijn. Bovendien zijn ze lang niet allemaal franco di piede- 'op vrije voet'. Dat wil zeggen: op hun eigen stam. Het productiegebied bevat namelijk ook zones met een andere bodemsamenstelling. Als de grond bijvoorbeeld iets van klei bevat kan die in droge tijden krimpt, waardoor de druifluis via de ontstane scheurtjes bij de wortels kan komen. In dat geval moeten geënte druivenstokken uitkomst bieden. Het is overigens de vraag in hoeverre 'de vrije jongens' beter zijn dan die met een geleend onderstel.

Carignano del Sulcis wordt veelvuldig gemengd met andere wijnen. Zo werden er enige tijd grote hoeveelheden verscheept naar Frankrijk, om de wijnen aldaar van ruggegraat te voorzien. De vraag nam fors toe, nadat door de onafhankelijkheid van Algerije de carignan-aanvoer van daaruit stilviel. Veel van die wijn was toen nog aan de ruwe kant. Carignano is een lastige druif, waarmee zowel in de wijngaard als bij de wijnbereiding zorg en inzicht vereist zijn.

Dat ze het proces in Sulcis onder de knie hadden, bleek pas later. Het was in de tijd dat er op het Italiaanse vasteland een hype ontstond onder de naam 'Super Tuscans'. Vaak waren dit blends van Toscaanse sangiovese met uitheemse soorten zoals cabernet sauvignon. Maar zoals ingewijden weten, werd een aantal van die uiterst prestigieuze wijnen verrijkt met een even onvermelde als verrassende component: Carignano del Sulcis.

Kan de Sardijnse wijn ook onvermengd gedronken worden? Ja, een aantal producenten bottelt Carignano del Sulcis als zodanig. Het zijn er maar vijf. Ze zijn niet allemaal even bedreven in het bereidingsproces. Ook daarom komt het prima uit dat ze op hun beurt wijn van één of meer andere druivensoorten mogen bijmengen, tot een maximum van vijftien procent. Een tikje vreemd bloed doet meestal goed.

Wijnhuizen
Er zijn een aantal producenten van Carignano del Sulcis op Sardinië. De meesten zijn te vinden in Sulcis.

Santadi, in het dorp Santadi

Sardus Pater in Sant'Antioco

Mesa in Sant'Anna Arresi

6 Mura in Giba

Sella & Mosca in Alghero (buiten het Sulcisgebied)

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden